Ik geloof niet dat ik al ooit een column over muziek heb geschreven. Ik ben daar ook nog nooit op aangesproken, dus er zit vast helemaal niemand op te wachten. Al is het veruit de indrukwekkendste vorm van cultuur, ik kan er amper over schrijven. Ik zit al een hele week te luisteren naar Quiet Signs, het nieuwe album van Jessica Pratt. Echt geweldig. Haar stem is wondermooi, de muziek is... Ik zou eigenlijk al niets origineels meer kunnen verzinnen. Om me dan toch maar één cliché te permitteren: haar n...

Ik geloof niet dat ik al ooit een column over muziek heb geschreven. Ik ben daar ook nog nooit op aangesproken, dus er zit vast helemaal niemand op te wachten. Al is het veruit de indrukwekkendste vorm van cultuur, ik kan er amper over schrijven. Ik zit al een hele week te luisteren naar Quiet Signs, het nieuwe album van Jessica Pratt. Echt geweldig. Haar stem is wondermooi, de muziek is... Ik zou eigenlijk al niets origineels meer kunnen verzinnen. Om me dan toch maar één cliché te permitteren: haar nummers gaan recht naar m'n hart. Of naar mijn ziel, ik weet het niet goed. Ik schaam me niet alleen over het gebrek aan woorden waarmee ik over muziek kan schrijven of spreken, ik schaam me ook over de manier waarop ik met muziek omga. Ik ken Jessica Pratt namelijk helemaal niet. Ik weet alleen dat er over Quiet Signs twee weken geleden een recensie in Knack Focus stond. 'Het bestaan van een hemel is nooit bewezen, maar soms slaat men danig aan het twijfelen. Waaruit dwarrelen de negen gezegende liedjes op Jessica Pratts derde plaat anders neer?' vroeg Kurt Blondeel zich af. Of toch in de inleiding, de rest heb ik niet gelezen. Die twee zinnetjes volstonden om haar album op Spotify op te zoeken en er een eerste keer naar te luisteren. Elke week kijk ik op dezelfde manier naar de muziekrecensies in Knack Focus, De Standaard en The Guardian. Het sterrensysteem is daarbij een geweldige uitvinding. Ik bekijk alleen de platen die vier of vijf sterren krijgen: waarom zou ik me met de mindere goden inlaten? Soms lees ik vervolgens een zinnetje, soms heb ik aan de naam genoeg om nieuwsgierig te worden. Soms zet ik een album na een halve minuut alweer af, soms luister ik twee keer na elkaar. Af en toe blijft er muziek nog veel langer hangen. Ik onthou haast geen enkele naam, wat niet betekent dat ik daarom oppervlakkig luister. Zoals Jessica Pratt zijn er al artiesten geweest wier album ik jaren nadat ik er ergens een zinnetje over had gelezen nog altijd regelmatig beluisterde. Ik weet alleen niet hoe ze heten, ik herken hun plaatje op Spotify als ik daar mijn eigen catalogus doorblader. Eigenlijk zouden alle kranten en bladen voor zo'n verhelderend overzicht genoeg hebben aan één paginaatje per week. Voor films geldt hetzelfde: ik ga alleen naar titels kijken met vier of vijf sterren. Waarom moet Jeroen Struys eigenlijk elke dinsdag al die tegenvallers bespreken in De Standaard? Boekenkaternen zijn natuurlijk iets helemaal anders. Toch?