Voor het Gentse hof van assisen is afgelopen week dan toch niet het proces gemaakt van de euthanasiewet. Wel van Tine Nys, haar familie, haar dokters, de advocaat van haar zussen en zelfs van de experts die hun licht over de zaak mochten laten schijnen. In wezen ging het in die rechtszaal dus waar het over hoorde te gaan: een euthanasie van tien jaar geleden op een 38-jarige getormenteerde vrouw met zware psychische problemen. Met dank aan de voorzitter die er zoveel mogelijk over waakte dat het proces niet uitmondde in een verdoken poging om mogelijke toekomstige wetswijzigingen te beïnvloeden.
...

Voor het Gentse hof van assisen is afgelopen week dan toch niet het proces gemaakt van de euthanasiewet. Wel van Tine Nys, haar familie, haar dokters, de advocaat van haar zussen en zelfs van de experts die hun licht over de zaak mochten laten schijnen. In wezen ging het in die rechtszaal dus waar het over hoorde te gaan: een euthanasie van tien jaar geleden op een 38-jarige getormenteerde vrouw met zware psychische problemen. Met dank aan de voorzitter die er zoveel mogelijk over waakte dat het proces niet uitmondde in een verdoken poging om mogelijke toekomstige wetswijzigingen te beïnvloeden. Als het lopende proces al iets duidelijk heeft gemaakt over de euthanasiewet, dan is dat vooral dat ze werkt. Wanneer iemand door een fysieke of psychische aandoening ondraaglijk lijdt en geen uitzicht meer heeft op beterschap, kan hij of zij euthanasie vragen. Zoals Tine Nys verschillende keren heeft gedaan, zowel mondeling als schriftelijk. Niemand betwijfelt dat de vrouw niet meer verder wou leven. Omdat ze euthanasie vroeg wegens psychisch lijden, moesten er naast de uitvoerende arts nog twee dokters advies uitbrengen. Die adviezen werden inderdaad afgeleverd, door de dokter en psychiater die vandaag op de beklaagdenbank zitten. Dat Nys' huisarts nu beweert dat hij niet besefte dat het 'briefje' dat hij schreef een officieel advies was, verandert daar niets aan. Achteraf moet de arts die de euthanasie heeft uitgevoerd dat aangeven bij de euthanasiecommissie. Ook dat is gebeurd en vervolgens keurde de commissie de euthanasie unaniem goed. Wie daar niet mee akkoord gaat, kan nog altijd naar het gerecht stappen. Zoals de familie Nys dus heeft gedaan.Tot zover weinig op de wet aan te merken. Al is er één groot mankement dat niet zozeer aan de oppervlakte komt door wat er tijdens het proces is gezegd maar wel door het feit dat het überhaupt wordt gevoerd. De wetgever heeft destijds namelijk geen sancties vastgelegd die in verhouding staan tot de verschillende mogelijke inbreuken. Daardoor is elke schending meteen moord of doodslag en kunnen artsen heel zware straffen krijgen als ze de procedure niet volledig naleven. Of ze nu euthanasie uitvoeren zonder dat de patiënt daar uitdrukkelijk om heeft gevraagd of alleen maar nalaten om de vereiste documenten in te vullen.Beetje nalatig van de wetgever? Toch niet, zeggen verdedigers van de wet. Daarvoor is er de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie, die moet te onderzoeken of alle wettelijke voorwaarden zijn nageleefd. Als dat het geval is, hoeven procedurele fouten geen problemen op te leveren. Critici laakten de voorbije jaren nochtans geregeld dat de wettelijke procedure op verschillende vlakken te vaag is en door de commissie ook nog eens te ruim wordt geïnterpreteerd. 'Dat wij ruimte hebben voor interpretatie is logisch', zei Wim Distelmans, de voorzitter van de euthanasiecommissie, daar een paar jaar geleden over in Knack. 'Anders had men de controletaak evengoed aan een ambtenaar kunnen geven die voor elk geval de lijst met voorwaarden afvinkt.' De euthanasiecommissie fungeert dus als een soort buffer tussen artsen en gerecht. Die rol speelde ze onder meer in 2003 toen longarts Vanginderachter problemen kreeg nadat hij euthanasie had uitgevoerd bij een terminale patiënte die daar wel uitdrukkelijk om had gevraagd maar haar verzoek niet had neergeschreven. Een collega klaagde de zaak aan bij de ziekenhuisdirectie, Vanginderachter werd op staande voet ontslagen en het parket begon een onderzoek. Maar de euthanasiecommissie gaf gunstig advies en uiteindelijk werd de zaak geseponeerd.In de zaak-Nys, daarentegen, ging het openbaar ministerie - zij het pas in tweede instantie - tegen het advies van de euthanasiecommissie in en stuurde het de drie artsen door naar de rechtbank. Nu kan het best zijn dat de familie van Tine Nys gelijk heeft en dat die dokters zwaar uit de bocht zijn gegaan. Misschien hebben ze tien jaar geleden zelfs een nefaste inschatting gemaakt en was Nys allerminst uitbehandeld. Misschien moeten ze wel worden gestraft voor een zware medische blunder. Maar het is niet zo dat ze de vrouw hebben vermoord. Als dit proces gevolgen heeft die de zaak-Nys overstijgen, dan zullen die wellicht eerder met boete dan met schuld te maken hebben. De voorbije week werden álle Belgische artsen met hun neus op de feiten geduwd: maken ze een fout bij een euthanasie, dan lopen ze het risico voor een volksjury te belanden. Dat zou sommigen er weleens toe kunnen bewegen om geen aangifte meer te doen bij de euthanasiecommissie - zoals vóór de euthanasiewet dus. Voor het parlement zich nog eens over een mogelijke uitbreiding van de wet buigt, zou het dan ook een goed idee kunnen zijn om eens over billijke sancties na te denken. Daarbij is het cruciaal dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen louter procedurele fouten enerzijds en het niet naleven van de voorwaarden - zoals ondraaglijk en onomkeerbaar lijden - om euthanasie uit te voeren anderzijds. Anders vindt men straks misschien geen artsen meer die het willen doen.