14 februari. Het is weer zover. De kerstdagen en andere feestelijkheden rond de jaarwisseling zijn nauwelijks verteerd of we worden alweer om de oren geslagen met tips and tricks voor prikkelende liefdemenu's, sexy welnessassortimenten of pikante lingerie voor onze one and only Sweet Valentine. Alsof 'De Liefde' een (of één) feestdag behoeft om een commerciële leemte tussen pakweg Kerstmis en Pasen op te vullen. Daarover wil ik het niet eens hebben.

Wat me meer intrigeert, is De Liefde zelf. Of is het gewoon de liefde? Of soorten van liefde? Of meerdere liefdes? Onze kijk op cupido en amor is doorheen de jaren grondig gewijzigd en maar goed ook. De hoofse liefde bijvoorbeeld ligt al een eind achter ons. Hoewel. Platonische liefde is ons dan weer niet zo vreemd.

'Het onmogelijke van de liefde is wat haar de moeite waard maakt'

Maar de grootste mind switch in onze westerse samenleving zit hem wellicht in de eigen, vrije keuze. We gaan relaties aan op basis van onze eigen rationele en/of emotionele argumenten. Wat ook verandert, is dat liefde ten tijde van 'druk druk druk' geworden is tot een veilig rustpunt, een thuiskomen. Waar onze voorvaderen de spannende, avontuurlijke en passionele liefde veeleer aangrepen om te ontsnappen uit het saaie, dagelijkse leven. De liefde van een leven lang maakt ook steeds meer plaats voor de liefde van een liefde lang. Het is niet langer de dood die ons scheidt, wij scheiden onszelf wel. En daar zit je dan, in goede en kwade dagen, in armoede en in rijkdom, in ziekte en gezondheid.

Geven we dan te snel op? Verwachten we er misschien te veel van? Of is de mens gewoon niet gemaakt om zijn hele leven exclusief toe te wijden aan één partner?

Voor elk van de visies gaan er wel stemmen op. Dat sequentiële monogamie de 'ik-blijf-je-voor-altijd-trouw'-relatie van de troon verdringt, hoeft daarom niet per se negatief te zijn. Beter dat dan een stille liefdesdood te sterven onder hetzelfde dak, gescheiden van tafel en bed. De grootste eenzaamheid vind je misschien nog altijd wel in het zilveren huwelijksbed.

Pragmatische aanpak van relaties

Andere visies zijn misschien nieuwer, hedendaagser of zelfs gewaagder. Zo triggert psychologe en seksuologe Ilse Reynders ons met haar vastberadenheid waarmee ze de romantische liefde beschrijft als een mythe en pleit voor een pragmatische aanpak van relaties. Want, zegt ze, mensen leven steeds individualistischer. We hebben het dan ook zo druk... Daardoor komen we voor de bevrediging van onze behoeftes enkel uit bij onze ene levenspartner die dan tegelijk de betrokken vader/moeder, de toegewijde huisman/-vrouw, de blitse carrièreman/-vrouw, de sexy sportman/-vrouw, de avontuurlijke reiziger/-ster en de passionele minnaar/minnares moet zijn. En liefst nog méér dan bij de buren! Daar waar vroeger ons leven meer dan vandaag plaatsvond in een breed netwerk van familie, vereniging, vrienden die een buffer vormden voor de bevrediging van het geheel van onze 'behoeftes'.

Ook filosoof Alain de Botton bewandelt dat pad en verwijst de Ware en Onontkoombare Liefde maar wat graag naar het huisvuil. La frustration est morte. Vive la frustration (dans notre relation)...

En toen ik de debuutroman Een soort van liefde van de Pools-Belgische filosofe Alicja Gescinska las, leek het plots even alsof er bij mijn geromantiseerd beeld over de liefde (uit de tijd van toen ik nog prinses wilde worden) grote vraagtekens geplaatst werden. Want is er in het leven plaats voor slechts één liefde of moeten we plaats maken voor verschillende soorten van liefde? (Groot)ouderlijke liefde, broer-zus-liefde en ook dierenliefde. Dat wel, uiteraard. Maar vinden we een soort van liefde voor een andere zielsverwant dan onze partner ook zo evident? Laat staan maatschappelijk aanvaard?

Monogame drama

De Nederlandse filosofe Simone van Saarloos gaat radicaal nog een stap verder wanneer ze het monogame drama beschrijft en op de barricaden gaat staan om een vurig pleidooi te houden voor de levenskunst die ze 'polyamorie' noemt en waarbij ze baalt van het idee dat single zijn nog steeds beschouwd wordt als een soort tussenstadium, een soort van 'nog net niet, maar ooit misschien, wie weet...'. "Stop die onzin", hoor je haar schreeuwen. "Want singles spreiden hun sociale risico's beter, gaan meer gevarieerde verbintenissen aan en oefenen zich in diversiteit."

Maar als ik psychiater Dirk De Wachter dan de wereldberoemde quote van de al even beruchte Franse auteur Jean-Paul Sartre hoor omzetten in "L'enfer c'est le manque des autres", zit ik opnieuw met de handen in het haar.

Hoe zit het nu? Is this the end, my friend? Moeten we de liefde niet dringend gaan relativeren? Is ze één grote illusie? Zelf ben ik er sterk van overtuigd van niet.

Het onmogelijke van 'De Liefde' maakt haar juist zo hard de moeite waard, net zoals de onmogelijkheid van 'Het Leven' (want begrensd door de dood) het leven ook de moeite waard maakt. Deze inzichten, hoe radicaal soms ook, maken 'De Liefde' draaglijk. Het lucht op. Met volle overtuiging zeg ik op Valentijn dan ook 'ja' tegen mijn geliefde.

14 februari. Het is weer zover. De kerstdagen en andere feestelijkheden rond de jaarwisseling zijn nauwelijks verteerd of we worden alweer om de oren geslagen met tips and tricks voor prikkelende liefdemenu's, sexy welnessassortimenten of pikante lingerie voor onze one and only Sweet Valentine. Alsof 'De Liefde' een (of één) feestdag behoeft om een commerciële leemte tussen pakweg Kerstmis en Pasen op te vullen. Daarover wil ik het niet eens hebben. Wat me meer intrigeert, is De Liefde zelf. Of is het gewoon de liefde? Of soorten van liefde? Of meerdere liefdes? Onze kijk op cupido en amor is doorheen de jaren grondig gewijzigd en maar goed ook. De hoofse liefde bijvoorbeeld ligt al een eind achter ons. Hoewel. Platonische liefde is ons dan weer niet zo vreemd. Maar de grootste mind switch in onze westerse samenleving zit hem wellicht in de eigen, vrije keuze. We gaan relaties aan op basis van onze eigen rationele en/of emotionele argumenten. Wat ook verandert, is dat liefde ten tijde van 'druk druk druk' geworden is tot een veilig rustpunt, een thuiskomen. Waar onze voorvaderen de spannende, avontuurlijke en passionele liefde veeleer aangrepen om te ontsnappen uit het saaie, dagelijkse leven. De liefde van een leven lang maakt ook steeds meer plaats voor de liefde van een liefde lang. Het is niet langer de dood die ons scheidt, wij scheiden onszelf wel. En daar zit je dan, in goede en kwade dagen, in armoede en in rijkdom, in ziekte en gezondheid.Geven we dan te snel op? Verwachten we er misschien te veel van? Of is de mens gewoon niet gemaakt om zijn hele leven exclusief toe te wijden aan één partner? Voor elk van de visies gaan er wel stemmen op. Dat sequentiële monogamie de 'ik-blijf-je-voor-altijd-trouw'-relatie van de troon verdringt, hoeft daarom niet per se negatief te zijn. Beter dat dan een stille liefdesdood te sterven onder hetzelfde dak, gescheiden van tafel en bed. De grootste eenzaamheid vind je misschien nog altijd wel in het zilveren huwelijksbed. Andere visies zijn misschien nieuwer, hedendaagser of zelfs gewaagder. Zo triggert psychologe en seksuologe Ilse Reynders ons met haar vastberadenheid waarmee ze de romantische liefde beschrijft als een mythe en pleit voor een pragmatische aanpak van relaties. Want, zegt ze, mensen leven steeds individualistischer. We hebben het dan ook zo druk... Daardoor komen we voor de bevrediging van onze behoeftes enkel uit bij onze ene levenspartner die dan tegelijk de betrokken vader/moeder, de toegewijde huisman/-vrouw, de blitse carrièreman/-vrouw, de sexy sportman/-vrouw, de avontuurlijke reiziger/-ster en de passionele minnaar/minnares moet zijn. En liefst nog méér dan bij de buren! Daar waar vroeger ons leven meer dan vandaag plaatsvond in een breed netwerk van familie, vereniging, vrienden die een buffer vormden voor de bevrediging van het geheel van onze 'behoeftes'.Ook filosoof Alain de Botton bewandelt dat pad en verwijst de Ware en Onontkoombare Liefde maar wat graag naar het huisvuil. La frustration est morte. Vive la frustration (dans notre relation)...En toen ik de debuutroman Een soort van liefde van de Pools-Belgische filosofe Alicja Gescinska las, leek het plots even alsof er bij mijn geromantiseerd beeld over de liefde (uit de tijd van toen ik nog prinses wilde worden) grote vraagtekens geplaatst werden. Want is er in het leven plaats voor slechts één liefde of moeten we plaats maken voor verschillende soorten van liefde? (Groot)ouderlijke liefde, broer-zus-liefde en ook dierenliefde. Dat wel, uiteraard. Maar vinden we een soort van liefde voor een andere zielsverwant dan onze partner ook zo evident? Laat staan maatschappelijk aanvaard?De Nederlandse filosofe Simone van Saarloos gaat radicaal nog een stap verder wanneer ze het monogame drama beschrijft en op de barricaden gaat staan om een vurig pleidooi te houden voor de levenskunst die ze 'polyamorie' noemt en waarbij ze baalt van het idee dat single zijn nog steeds beschouwd wordt als een soort tussenstadium, een soort van 'nog net niet, maar ooit misschien, wie weet...'. "Stop die onzin", hoor je haar schreeuwen. "Want singles spreiden hun sociale risico's beter, gaan meer gevarieerde verbintenissen aan en oefenen zich in diversiteit." Maar als ik psychiater Dirk De Wachter dan de wereldberoemde quote van de al even beruchte Franse auteur Jean-Paul Sartre hoor omzetten in "L'enfer c'est le manque des autres", zit ik opnieuw met de handen in het haar.Hoe zit het nu? Is this the end, my friend? Moeten we de liefde niet dringend gaan relativeren? Is ze één grote illusie? Zelf ben ik er sterk van overtuigd van niet. Het onmogelijke van 'De Liefde' maakt haar juist zo hard de moeite waard, net zoals de onmogelijkheid van 'Het Leven' (want begrensd door de dood) het leven ook de moeite waard maakt. Deze inzichten, hoe radicaal soms ook, maken 'De Liefde' draaglijk. Het lucht op. Met volle overtuiging zeg ik op Valentijn dan ook 'ja' tegen mijn geliefde.