Recentelijk barstte wederom, naar jaarlijkse traditie, het boerkinidebat los. Dezelfde argumenten die we doorgaans horen wanneer het gaat over de hoofddoek of boerka staken weer de kop op, gecentreerd rond een of andere notie van 'onze waarden' die aan iedereen opgelegd zouden moeten worden.

Dit toont aan dat het regelmatig terugkerende islamdebat het symptoom is van een publieke schizofrenie over het soort maatschappij waarin we willen leven: een liberale rechtsstaat, of een aristotelische staat die burgers een seculiere, libertijnse moraal oplegt.

Het islamdebat is een symptoom van onze maatschappelijke schizofrenie.

Universalisme versus pluralisme

Het soort vrijheid dat westerse landen zich aanmatigen te bieden aan hun burgers - zij het met aanzienlijke lacunes, zoals we steeds vaker te zien krijgen - is min of meer uniek in de wereldgeschiedenis. Voor de Verlichting was het algemeen aanvaard dat de staat een significante rol moest spelen bij het handhaven van een welbepaalde moraal. Zo'n staat noemt men wel eens aristotelisch. Het probleem is natuurlijk dat daarbij een bepaalde idee van wat 'goed' is aan iedereen opgedrongen moet worden, ongeacht hun persoonlijke voorkeuren. Zo'n staat beschouwt haar moraal bijgevolg als universeel, wat de rechtvaardiging vormt voor het opdringen ervan aan andersdenkenden.

De Verlichting bracht hier verandering in. Voor het eerst begon men op substantieve wijze te spreken van vrijheid van gedachte, geloof, vereniging... In de praktijk bleven sociaal conservatieve mores gehandhaafd door sociale druk en vaak ook discrete staatsinterventie, zoals de dodelijke poging tot hormonale conversie van de homoseksuele oorlogsheld Alan Turing bijvoorbeeld illustreert. Maar het idee dat de staat zich niet moest bemoeien met persoonlijk gedrag en beslissingen zolang deze niet indruisen tegen de bepalingen van het sociaal contract - te weten gelijke vrijheid en openbare orde - was gevestigd. Ze zou later verder ontwikkeld worden door heel wat staatslieden en filosofen, waaronder de bekende Rawls.

Tolerantie

Wanneer universalistische staten geconfronteerd worden met diversiteit in opvattingen, ontstaat er een diepe malaise in de maatschappij. En aangezien universalisme gebaseerd is op de natuurlijke druk tot uniformiteit die ontspringt aan identiteit, is het niet louter een historische contingentie maar iets wat diep geworteld is in de menselijke natuur. Bijgevolg gaat men op zoek naar manieren om op symbolische wijze de superioriteit van de staatsmoraal te benadrukken en de onderschikte status van andere opvattingen aan te duiden, en wel via de wet. In zijn boek Religious Pluralism and Islamic Law bestudeert Anver Emon hoe dit gedaan werd in traditionele islamitische staten, waar de islamitische moraal als universeel beschouwd werd en de dhimmi's (een Arabisch woord, dat de niet-mosliminwoners van een islamitisch land aangeeft, nvdr.) het afwijkende levensbeschouwelijke pluralisme vertegenwoordigden. Zij mochten in het islamitische imperium verblijven op voorwaarde dat ze een contract ondertekenden met de autoriteiten waarin een aantal uitzonderlijke maatregelen werden opgenomen, met name een afzonderlijke belasting. Emon schrijft hierover:

'The contract of protection offered a mechanism that allowed the dhimmi to reside within the Muslim empire while preserving his or her traditions and value commitments amidst the universalist claims underlying an aspiration to an Islamic empire.'

De moslim wordt stilaan de dhimmi van de buitensporige seculiere staat, die een libertijnse moraal wenst op te dringen aan al haar leden. Het zal dan ook niet verbazen dat Emon gelijkenissen ziet met bepaalde westerse landen:

'(...) legislative enactments to ban the niqab in many European countries reflect a concern that a particular spirit or value in these countries may be lost if niqab-clad women walk the streets of European cities. (...) In Islamic legal terms, the Other is the dhimmi. In Europe and North America, the Other has, in the years since September 11, 2001, become Muslims.'

Wat er ook over gezegd kan worden vanuit het oogpunt van politieke strategie, het staat vast dat het steeds terugkerende en hardnekkige islamdebat het symptoom is van de stuiptrekkingen van een maatschappij die qua structuur liberaal is maar qua temperament universalistisch.

De moslim wordt stilaan de dhimmi van de buitensporige seculiere staat, die een libertijnse moraal wenst op te dringen aan al haar leden.

De grondwet en de Europese verdragen die ons land gesloten heeft garanderen dat de staat geen arbitraire beperkingen mag opleggen aan de individuele vrijheid, wat de reden is waarom veel van die arbitraire maatregelen via de rechtbank ongeldig worden verklaard. Ze maken van ons land met andere woorden een liberale rechtsstaat. Er heerst echter een zeer sterk sentiment onder de bevolking dat wenst bepaalde levensstijlen, voornamelijk religieuze, te bemoeilijken of te verbieden. Dit sentiment wordt gekaapt door zekere partijen, die alle juridische middelen die hun ter beschikking staan misbruiken om er gehoor aan te geven. Het is echter de essentie van een liberale democratie dat fundamentele rechten niet weggestemd kunnen worden, om de tirannie van de meerderheid te vermijden die in het verleden tot verschrikkelijke toestanden heeft geleid.

Het wordt hoog tijd dat iedereen de kaarten op tafel legt, en eerlijk zijn voorkeur uit voor de liberale rechtsstaat, dan wel de seculiere hegemonie. Zo kan er tenminste een eerlijk debat gevoerd worden.

Recentelijk barstte wederom, naar jaarlijkse traditie, het boerkinidebat los. Dezelfde argumenten die we doorgaans horen wanneer het gaat over de hoofddoek of boerka staken weer de kop op, gecentreerd rond een of andere notie van 'onze waarden' die aan iedereen opgelegd zouden moeten worden.Dit toont aan dat het regelmatig terugkerende islamdebat het symptoom is van een publieke schizofrenie over het soort maatschappij waarin we willen leven: een liberale rechtsstaat, of een aristotelische staat die burgers een seculiere, libertijnse moraal oplegt.Het soort vrijheid dat westerse landen zich aanmatigen te bieden aan hun burgers - zij het met aanzienlijke lacunes, zoals we steeds vaker te zien krijgen - is min of meer uniek in de wereldgeschiedenis. Voor de Verlichting was het algemeen aanvaard dat de staat een significante rol moest spelen bij het handhaven van een welbepaalde moraal. Zo'n staat noemt men wel eens aristotelisch. Het probleem is natuurlijk dat daarbij een bepaalde idee van wat 'goed' is aan iedereen opgedrongen moet worden, ongeacht hun persoonlijke voorkeuren. Zo'n staat beschouwt haar moraal bijgevolg als universeel, wat de rechtvaardiging vormt voor het opdringen ervan aan andersdenkenden.De Verlichting bracht hier verandering in. Voor het eerst begon men op substantieve wijze te spreken van vrijheid van gedachte, geloof, vereniging... In de praktijk bleven sociaal conservatieve mores gehandhaafd door sociale druk en vaak ook discrete staatsinterventie, zoals de dodelijke poging tot hormonale conversie van de homoseksuele oorlogsheld Alan Turing bijvoorbeeld illustreert. Maar het idee dat de staat zich niet moest bemoeien met persoonlijk gedrag en beslissingen zolang deze niet indruisen tegen de bepalingen van het sociaal contract - te weten gelijke vrijheid en openbare orde - was gevestigd. Ze zou later verder ontwikkeld worden door heel wat staatslieden en filosofen, waaronder de bekende Rawls.Wanneer universalistische staten geconfronteerd worden met diversiteit in opvattingen, ontstaat er een diepe malaise in de maatschappij. En aangezien universalisme gebaseerd is op de natuurlijke druk tot uniformiteit die ontspringt aan identiteit, is het niet louter een historische contingentie maar iets wat diep geworteld is in de menselijke natuur. Bijgevolg gaat men op zoek naar manieren om op symbolische wijze de superioriteit van de staatsmoraal te benadrukken en de onderschikte status van andere opvattingen aan te duiden, en wel via de wet. In zijn boek Religious Pluralism and Islamic Law bestudeert Anver Emon hoe dit gedaan werd in traditionele islamitische staten, waar de islamitische moraal als universeel beschouwd werd en de dhimmi's (een Arabisch woord, dat de niet-mosliminwoners van een islamitisch land aangeeft, nvdr.) het afwijkende levensbeschouwelijke pluralisme vertegenwoordigden. Zij mochten in het islamitische imperium verblijven op voorwaarde dat ze een contract ondertekenden met de autoriteiten waarin een aantal uitzonderlijke maatregelen werden opgenomen, met name een afzonderlijke belasting. Emon schrijft hierover:'The contract of protection offered a mechanism that allowed the dhimmi to reside within the Muslim empire while preserving his or her traditions and value commitments amidst the universalist claims underlying an aspiration to an Islamic empire.'De moslim wordt stilaan de dhimmi van de buitensporige seculiere staat, die een libertijnse moraal wenst op te dringen aan al haar leden. Het zal dan ook niet verbazen dat Emon gelijkenissen ziet met bepaalde westerse landen:'(...) legislative enactments to ban the niqab in many European countries reflect a concern that a particular spirit or value in these countries may be lost if niqab-clad women walk the streets of European cities. (...) In Islamic legal terms, the Other is the dhimmi. In Europe and North America, the Other has, in the years since September 11, 2001, become Muslims.'Wat er ook over gezegd kan worden vanuit het oogpunt van politieke strategie, het staat vast dat het steeds terugkerende en hardnekkige islamdebat het symptoom is van de stuiptrekkingen van een maatschappij die qua structuur liberaal is maar qua temperament universalistisch.De grondwet en de Europese verdragen die ons land gesloten heeft garanderen dat de staat geen arbitraire beperkingen mag opleggen aan de individuele vrijheid, wat de reden is waarom veel van die arbitraire maatregelen via de rechtbank ongeldig worden verklaard. Ze maken van ons land met andere woorden een liberale rechtsstaat. Er heerst echter een zeer sterk sentiment onder de bevolking dat wenst bepaalde levensstijlen, voornamelijk religieuze, te bemoeilijken of te verbieden. Dit sentiment wordt gekaapt door zekere partijen, die alle juridische middelen die hun ter beschikking staan misbruiken om er gehoor aan te geven. Het is echter de essentie van een liberale democratie dat fundamentele rechten niet weggestemd kunnen worden, om de tirannie van de meerderheid te vermijden die in het verleden tot verschrikkelijke toestanden heeft geleid.Het wordt hoog tijd dat iedereen de kaarten op tafel legt, en eerlijk zijn voorkeur uit voor de liberale rechtsstaat, dan wel de seculiere hegemonie. Zo kan er tenminste een eerlijk debat gevoerd worden.