Met 300 zijn ze nog, de Vlaamse gemeenten, met een grand écart tussen het grote Antwerpen met haar 527.461 inwoners en meer dan 7.000 stadsambtenaren, en het kleine, Limburgse Herstappe met haar 89 inwoners, waar de burgemeester zelf in de zomer klinkers legt en in de winter zout strooit. Is dit kort door de bocht? Nee hoor, dat is realiteit in Vlaanderen vandaag. Een grondig debat over de bestuurskracht van onze 300 gemeenten dringt zich op. Kunnen alle gemeenten de hoge verwachtingen die hun inwoners hebben, wel inlossen?

Zijn alle gemeenten, van groot tot klein, wel klaar voor de uitdagingen van morgen? Hebben ze de financiële middelen en mensen om hun inwoners een breed palet aan diensten aan te bieden? Kunnen alle burgers in dit lappendeken aan Vlaamse gemeenten wel rekenen op goeie dienstverlening? En als dat niet zo is, is er dan geen fundamenteel probleem? Mag je postcode bepalen op welke dienstverlening je recht hebt? De tijd is rijp om dat debat op scherp te stellen. We hebben nood aan gemeenten die de slagkracht hebben om beleid te voeren. Vraag is of er politiek voldoende durf aanwezig is om die noodzakelijke stap te nemen, fusies te realiseren en zelfs te verplichten?

Het is tijd om fusies tussen gemeenten te verplichten op basis van rationele argumenten en expertise.

Als het over fusies van gemeenten gaat veranderen gemeentehuizen nog vaak in versterkte burchten en burgemeesters in plaatselijke kasteelheren. Het nieuwe Vlaamse fusiedecreet zorgde op 1 januari 2019 voor zeven vrijwillige, nieuwe fusiegemeenten: Aalter, Deinze, Kruisem, Lievegem, Puurs-Sint-Amands, Pelt en Oudsbergen. Een vrij mager resultaat van wat één van de paradepaardjes moest worden van bevoegd minister Liesbeth Homans in deze regeerperiode. Bovendien blijkt uit onderzoek dat deze fusies niet echt gebaseerd zijn op bestuurlijke ratio. Vaak was de partijlidkaart van de burgemeester van de buurgemeente de doorslaggevende factor. In een poging om politieke machtsbastionnen staande te houden, vonden gelijkgezinde burgemeesters elkaar.

Het is geen toeval dat alle fusies vandaag van CD&V-signatuur zijn. 'Politieke stratego' heet zoiets. Nog andere gemeenten vonden elkaar in een gezamenlijk front tegen een nabijgelegen -vaak grotere- stad. Bang om opgeslorpt te worden door de grote buurman, schurken ze liever tegen elkaar aan. De bestuurlijke ratio is dan compleet zoek. En zo dreigen ook 'lelijke eendjes' te ontstaan, gemeenten die geen begeerde bruid zijn omdat ze bijvoorbeeld een hoge schuldenlast of werkloosheidsgraad hebben of meer mensen in kansarmoede of leefloners tellen. Het fusieverhaal mag geen roadbook worden naar een Vlaanderen van gemeenten met twee snelheden. Fusies op basis van kennis, niet op basis van emoties.

Vlaamse gemeenten vandaag zijn mini, hun draagkracht en daadkracht ook. Ze tellen gemiddeld net geen 22.000 inwoners. Dat is klein in vergelijking met andere Europese landen. In Nederland bijvoorbeeld telt een gemeente gemiddeld bijna 45.000 inwoners, in Denemarken zelfs 57.000. In beide landen werd met succes een fusiegolf uitgerold. In een onderzoek uit 2018 doet UGent alvast een eerste gooi voor een nieuwe fusieoperatie: van 300 Vlaamse gemeenten naar 158 gemeenten met gemiddeld meer dan 41.000 inwoners gebaseerd op de dienstverlening die de verschillende gemeenten aanbieden en de bestaande intergemeentelijke samenwerkingen. Bestuurlijke ratio dus, weg van het buikgevoel en navelstaarderij rond de kerktoren.

Goed doordachte gemeentefusies zouden nochtans een aantal problemen oplossen: meer bestuurskrachtige gemeenten en een betere, meer uitgebreide en betaalbare dienstverlening voor de inwoners.

Laat ons eerlijk zijn, het verhaal met de wortel werkt niet voldoende. Emoties halen de bovenhand. Gemeenten besnuffelen elkaar maar blijven liever buren. Trouwen lijkt een brug te ver, zelfs als de rekeningen gedeeld worden en een mooie Vlaamse bruidsschat wordt beloofd. Want toegegeven, er werd een meer dan aantrekkelijk aanbod uitgewerkt, gaande van een fusiedraaiboek, begeleiding door het Agentschap Binnenlands Bestuur tot een fusiebonus van 500 euro schuldkwijtschelding per inwoner. Maar ondanks deze aantrekkelijke verleidingsmanoeuvres blijven de huwelijken uit. Goed doordachte gemeentefusies zouden nochtans een aantal problemen oplossen: meer bestuurskrachtige gemeenten en een betere, meer uitgebreide en betaalbare dienstverlening voor de inwoners. Win-win dus, zowel voor de gemeenten als voor hun inwoners.

Het is in Vlaanderen tijd voor 'the next step': Verplichte fusies dus op basis van rationele argumenten en expertise. Een logische match van buurgemeenten met in het achterhoofd het optimaliseren van de dienstverlening naar de burger en de ondernemingen toe. Is dat een gemakkelijke oefening? Nee, dat is een aartsmoeilijke oefening. Is het een noodzakelijke oefening? Zonder twijfel. Meer bestuurskracht en schaalvergroting door fusies is de enige manier om de uitdagingen waar gemeenten en steden vandaag mee geconfronteerd worden aan te gaan. Tijd voor verplichte fusies op basis van verstand, niet op basis van buikgevoel van de burgemeester en met een optimale dienstverlening naar de burger en de ondernemingen als doel.

Met 300 zijn ze nog, de Vlaamse gemeenten, met een grand écart tussen het grote Antwerpen met haar 527.461 inwoners en meer dan 7.000 stadsambtenaren, en het kleine, Limburgse Herstappe met haar 89 inwoners, waar de burgemeester zelf in de zomer klinkers legt en in de winter zout strooit. Is dit kort door de bocht? Nee hoor, dat is realiteit in Vlaanderen vandaag. Een grondig debat over de bestuurskracht van onze 300 gemeenten dringt zich op. Kunnen alle gemeenten de hoge verwachtingen die hun inwoners hebben, wel inlossen? Zijn alle gemeenten, van groot tot klein, wel klaar voor de uitdagingen van morgen? Hebben ze de financiële middelen en mensen om hun inwoners een breed palet aan diensten aan te bieden? Kunnen alle burgers in dit lappendeken aan Vlaamse gemeenten wel rekenen op goeie dienstverlening? En als dat niet zo is, is er dan geen fundamenteel probleem? Mag je postcode bepalen op welke dienstverlening je recht hebt? De tijd is rijp om dat debat op scherp te stellen. We hebben nood aan gemeenten die de slagkracht hebben om beleid te voeren. Vraag is of er politiek voldoende durf aanwezig is om die noodzakelijke stap te nemen, fusies te realiseren en zelfs te verplichten?Als het over fusies van gemeenten gaat veranderen gemeentehuizen nog vaak in versterkte burchten en burgemeesters in plaatselijke kasteelheren. Het nieuwe Vlaamse fusiedecreet zorgde op 1 januari 2019 voor zeven vrijwillige, nieuwe fusiegemeenten: Aalter, Deinze, Kruisem, Lievegem, Puurs-Sint-Amands, Pelt en Oudsbergen. Een vrij mager resultaat van wat één van de paradepaardjes moest worden van bevoegd minister Liesbeth Homans in deze regeerperiode. Bovendien blijkt uit onderzoek dat deze fusies niet echt gebaseerd zijn op bestuurlijke ratio. Vaak was de partijlidkaart van de burgemeester van de buurgemeente de doorslaggevende factor. In een poging om politieke machtsbastionnen staande te houden, vonden gelijkgezinde burgemeesters elkaar. Het is geen toeval dat alle fusies vandaag van CD&V-signatuur zijn. 'Politieke stratego' heet zoiets. Nog andere gemeenten vonden elkaar in een gezamenlijk front tegen een nabijgelegen -vaak grotere- stad. Bang om opgeslorpt te worden door de grote buurman, schurken ze liever tegen elkaar aan. De bestuurlijke ratio is dan compleet zoek. En zo dreigen ook 'lelijke eendjes' te ontstaan, gemeenten die geen begeerde bruid zijn omdat ze bijvoorbeeld een hoge schuldenlast of werkloosheidsgraad hebben of meer mensen in kansarmoede of leefloners tellen. Het fusieverhaal mag geen roadbook worden naar een Vlaanderen van gemeenten met twee snelheden. Fusies op basis van kennis, niet op basis van emoties.Vlaamse gemeenten vandaag zijn mini, hun draagkracht en daadkracht ook. Ze tellen gemiddeld net geen 22.000 inwoners. Dat is klein in vergelijking met andere Europese landen. In Nederland bijvoorbeeld telt een gemeente gemiddeld bijna 45.000 inwoners, in Denemarken zelfs 57.000. In beide landen werd met succes een fusiegolf uitgerold. In een onderzoek uit 2018 doet UGent alvast een eerste gooi voor een nieuwe fusieoperatie: van 300 Vlaamse gemeenten naar 158 gemeenten met gemiddeld meer dan 41.000 inwoners gebaseerd op de dienstverlening die de verschillende gemeenten aanbieden en de bestaande intergemeentelijke samenwerkingen. Bestuurlijke ratio dus, weg van het buikgevoel en navelstaarderij rond de kerktoren.Laat ons eerlijk zijn, het verhaal met de wortel werkt niet voldoende. Emoties halen de bovenhand. Gemeenten besnuffelen elkaar maar blijven liever buren. Trouwen lijkt een brug te ver, zelfs als de rekeningen gedeeld worden en een mooie Vlaamse bruidsschat wordt beloofd. Want toegegeven, er werd een meer dan aantrekkelijk aanbod uitgewerkt, gaande van een fusiedraaiboek, begeleiding door het Agentschap Binnenlands Bestuur tot een fusiebonus van 500 euro schuldkwijtschelding per inwoner. Maar ondanks deze aantrekkelijke verleidingsmanoeuvres blijven de huwelijken uit. Goed doordachte gemeentefusies zouden nochtans een aantal problemen oplossen: meer bestuurskrachtige gemeenten en een betere, meer uitgebreide en betaalbare dienstverlening voor de inwoners. Win-win dus, zowel voor de gemeenten als voor hun inwoners.Het is in Vlaanderen tijd voor 'the next step': Verplichte fusies dus op basis van rationele argumenten en expertise. Een logische match van buurgemeenten met in het achterhoofd het optimaliseren van de dienstverlening naar de burger en de ondernemingen toe. Is dat een gemakkelijke oefening? Nee, dat is een aartsmoeilijke oefening. Is het een noodzakelijke oefening? Zonder twijfel. Meer bestuurskracht en schaalvergroting door fusies is de enige manier om de uitdagingen waar gemeenten en steden vandaag mee geconfronteerd worden aan te gaan. Tijd voor verplichte fusies op basis van verstand, niet op basis van buikgevoel van de burgemeester en met een optimale dienstverlening naar de burger en de ondernemingen als doel.