Mensen in armoede werden op sociaal en economisch vlak het zwaarst getroffen door de coronacrisis en de overstromingen die deze zomer hebben plaatsgevonden. De gevolgen van deze crisissen zullen gedurende de komende maanden nog zwaar wegen op hun huishoudbudget. De sterke stijging van de prijzen voor elektriciteit en gas zet dit budget nog verder onder druk. In deze context is het moeilijk te begrijpen dat vanaf oktober het inkomen van de meest kwetsbaren in onze samenleving met €50 verminderd zou worden. Toch is deze kans zeer reëel, nu de regering De Croo deze week moet beslissen over welke Covid-steunmaatregelen zij zal verlengen en dewelke zij zal stopzetten.

Het Belgisch Netwerk Minimum Inkomen (BMIN), bestaande uit de netwerken armoedebestrijding, de vakbonden, de mutualiteiten, andere middenveldsorganisaties en academici, roept de regering De Croo op om in deze moeilijke periode het inkomen van mensen in armoede niet verder te doen dalen. Dit zou immers grote gevolgen hebben voor de vele kwetsbare gezinnen die nu amper het hoofd boven water kunnen houden. Het zal hen verder in een spiraal van armoede duwen en grote kost voor onze samenleving op lange termijn met zich meebrengen. Daarom vragen onze organisaties om een aantal sociale steunmaatregelen, die eind september aflopen, te verlengen. In de eerste plaats denken wij aan de covid-premie van €50 voor mensen met een sociale bijstandsuitkering. Daarnaast is het ook van belang dat de inkomensbescherming van mensen in tijdelijke werkloosheid gegarandeerd blijft en dat de bevriezing van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen wordt aangehouden.

Het is te vroeg om een einde te maken aan de covid-premie van 50 euro voor kwetsbare groepen.

De huidige discussies binnen de regering spitsen zich vooral toe op de covid-premie van 50 euro per maand. Deze premie wordt momenteel toegekend wordt aan mensen met een leefloon, kwetsbare ouderen met een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) en personen met een beperking die een inkomensvervangende tegemoetkoming ontvangen. Hun inkomen bevindt zich zonder deze premie ver onder de Europese armoedegrens. Met deze €50 bereikt hun inkomen nog steeds niet de armoedegrens, maar het maakt wel een groot verschil in hun budget om toch het einde van de maand enigszins te kunnen halen. Wanneer we kijken naar de mensen die in aanmerking komen voor de sociale steunmaatregelen zien we dat deze onder meer gaan naar jongeren, vrouwen, kleine zelfstandigen en werknemers met atypische contracten die veelal in kwetsbare sectoren werken.

Bij iedere crisis moeten we helaas vaststellen dat het vooral de gezinnen zijn die zich al in financiële moeilijkheden bevonden die het hardst getroffen worden. Zij hadden al een zeer beperkt inkomen en worden tekens opnieuw verder de armoede ingeduwd. Bij de coronacrisis bijvoorbeeld wogen de stijging van de voedselprijzen en de toename van de kosten voor water en energie het zwaarst op hun huishoudbudget. Ook bemoeilijkte de tijdelijke sluiting van lokale publieke diensten en winkels in de buurt hun toegang tot sociale steun en essentiële middelen.

Vooral werknemers met atypische contracten en in precaire statuten werden tijdens de coronacrisis getroffen door inkomensverlies. Zij hadden in vele gevallen geen toegang tot de tijdelijke werkloosheid en werden niet of onvoldoende beschermd door de sociale zekerheid. De overstromingen in juli hebben vooral toegeslagen in de wijken waar mensen met een laag inkomen wonen. Door hun beperkt inkomen leven mensen in armoede immers vaak in minder goed gelegen (overstroombare) gebieden. Hun (huur)woningen zijn daarnaast vaak oud en in minder goede staat (en dus minder bestand tegen noodweer). Verder zijn nu ook de energieprijzen exponentieel aan het toenemen. Deze zullen het hardst voelbaar zijn voor mensen in armoede, ondanks de bestaande sociale tariefstelsels. Zo is het sociaal tarief tussen september 2020 en september 2021 al met € 25 toegenomen en worden er nog verdere stijgingen verwacht.

Onze organisaties zijn zich bewust van de noodzaak van een verantwoord beheer van de overheidsfinanciën. Het economisch herstel is goed nieuws om de houdbaarheid van onze overheidsschulden te garanderen. Wanneer de begrotingsinspanningen er echter toe leiden dat het inkomen van mensen in armoede ingekort wordt in een periode die voor hen nog steeds zeer moeilijk is, is dit geen verantwoordelijk, rechtvaardig en doeltreffend beleid. Het verlengen van de covid-premie en de hierboven vermelde andere sociale steunmaatregelen zullen ervoor zorgen dat zij niet volledig kopje onder zullen gaan. Daarnaast zullen kwetsbare gezinnen de extra financiële steun die zij ontvangen onmiddellijk besteden in de lokale economie wat direct zal bijdragen tot het economisch herstel. Het is tenslotte een essentiële investering om ervoor te zorgen dat iedereen, ook mensen met een laag inkomen, de huidige crisissen te boven kunnen komen. Wij willen hierbij nogmaals de aandacht vestigen op het feit dat dat de sociale bijstandsuitkeringen, zelfs met de verhoging door de covid-premie, het inkomen van de betrokkenen niet tot aan de Europese armoedegrens brengt.

Verontrust over de financiële situatie van de meest kwetsbaren die nog zeker enkele maanden zal duren, dringen wij er bij de regering-De Croo op aan de huidige sociale maatregelen te verlengen. In het bijzonder vragen om geen einde te maken aan de covid-premie van €50 maatregel voor leefloners, kwetsbare ouderen en personen met een beperking. Deze maatregel zou bovendien uitgebreid moeten worden naar uitkeringsgerechtigden uit de sociale zekerheid (werkloosheidsuitkeringen, kleine pensioenen, ziekte- en invaliditeitsverzekering).

Dit opiniestuk wordt ondertekend door de partners van het Belgisch Minimum Inkomen Netwerk (BMIN). Dit netwerk wordt gecoördineerd door het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding en bestaat uit de netwerken armoedebestrijding, de vakbonden, de mutualiteiten, andere middenveldsorganisaties en academici. Al meer dan 10 jaar ijveren de BMIN-partners voor toereikende en toegankelijke inkomens voor iedereen.

Mensen in armoede werden op sociaal en economisch vlak het zwaarst getroffen door de coronacrisis en de overstromingen die deze zomer hebben plaatsgevonden. De gevolgen van deze crisissen zullen gedurende de komende maanden nog zwaar wegen op hun huishoudbudget. De sterke stijging van de prijzen voor elektriciteit en gas zet dit budget nog verder onder druk. In deze context is het moeilijk te begrijpen dat vanaf oktober het inkomen van de meest kwetsbaren in onze samenleving met €50 verminderd zou worden. Toch is deze kans zeer reëel, nu de regering De Croo deze week moet beslissen over welke Covid-steunmaatregelen zij zal verlengen en dewelke zij zal stopzetten.Het Belgisch Netwerk Minimum Inkomen (BMIN), bestaande uit de netwerken armoedebestrijding, de vakbonden, de mutualiteiten, andere middenveldsorganisaties en academici, roept de regering De Croo op om in deze moeilijke periode het inkomen van mensen in armoede niet verder te doen dalen. Dit zou immers grote gevolgen hebben voor de vele kwetsbare gezinnen die nu amper het hoofd boven water kunnen houden. Het zal hen verder in een spiraal van armoede duwen en grote kost voor onze samenleving op lange termijn met zich meebrengen. Daarom vragen onze organisaties om een aantal sociale steunmaatregelen, die eind september aflopen, te verlengen. In de eerste plaats denken wij aan de covid-premie van €50 voor mensen met een sociale bijstandsuitkering. Daarnaast is het ook van belang dat de inkomensbescherming van mensen in tijdelijke werkloosheid gegarandeerd blijft en dat de bevriezing van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen wordt aangehouden.De huidige discussies binnen de regering spitsen zich vooral toe op de covid-premie van 50 euro per maand. Deze premie wordt momenteel toegekend wordt aan mensen met een leefloon, kwetsbare ouderen met een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) en personen met een beperking die een inkomensvervangende tegemoetkoming ontvangen. Hun inkomen bevindt zich zonder deze premie ver onder de Europese armoedegrens. Met deze €50 bereikt hun inkomen nog steeds niet de armoedegrens, maar het maakt wel een groot verschil in hun budget om toch het einde van de maand enigszins te kunnen halen. Wanneer we kijken naar de mensen die in aanmerking komen voor de sociale steunmaatregelen zien we dat deze onder meer gaan naar jongeren, vrouwen, kleine zelfstandigen en werknemers met atypische contracten die veelal in kwetsbare sectoren werken. Bij iedere crisis moeten we helaas vaststellen dat het vooral de gezinnen zijn die zich al in financiële moeilijkheden bevonden die het hardst getroffen worden. Zij hadden al een zeer beperkt inkomen en worden tekens opnieuw verder de armoede ingeduwd. Bij de coronacrisis bijvoorbeeld wogen de stijging van de voedselprijzen en de toename van de kosten voor water en energie het zwaarst op hun huishoudbudget. Ook bemoeilijkte de tijdelijke sluiting van lokale publieke diensten en winkels in de buurt hun toegang tot sociale steun en essentiële middelen. Vooral werknemers met atypische contracten en in precaire statuten werden tijdens de coronacrisis getroffen door inkomensverlies. Zij hadden in vele gevallen geen toegang tot de tijdelijke werkloosheid en werden niet of onvoldoende beschermd door de sociale zekerheid. De overstromingen in juli hebben vooral toegeslagen in de wijken waar mensen met een laag inkomen wonen. Door hun beperkt inkomen leven mensen in armoede immers vaak in minder goed gelegen (overstroombare) gebieden. Hun (huur)woningen zijn daarnaast vaak oud en in minder goede staat (en dus minder bestand tegen noodweer). Verder zijn nu ook de energieprijzen exponentieel aan het toenemen. Deze zullen het hardst voelbaar zijn voor mensen in armoede, ondanks de bestaande sociale tariefstelsels. Zo is het sociaal tarief tussen september 2020 en september 2021 al met € 25 toegenomen en worden er nog verdere stijgingen verwacht.Onze organisaties zijn zich bewust van de noodzaak van een verantwoord beheer van de overheidsfinanciën. Het economisch herstel is goed nieuws om de houdbaarheid van onze overheidsschulden te garanderen. Wanneer de begrotingsinspanningen er echter toe leiden dat het inkomen van mensen in armoede ingekort wordt in een periode die voor hen nog steeds zeer moeilijk is, is dit geen verantwoordelijk, rechtvaardig en doeltreffend beleid. Het verlengen van de covid-premie en de hierboven vermelde andere sociale steunmaatregelen zullen ervoor zorgen dat zij niet volledig kopje onder zullen gaan. Daarnaast zullen kwetsbare gezinnen de extra financiële steun die zij ontvangen onmiddellijk besteden in de lokale economie wat direct zal bijdragen tot het economisch herstel. Het is tenslotte een essentiële investering om ervoor te zorgen dat iedereen, ook mensen met een laag inkomen, de huidige crisissen te boven kunnen komen. Wij willen hierbij nogmaals de aandacht vestigen op het feit dat dat de sociale bijstandsuitkeringen, zelfs met de verhoging door de covid-premie, het inkomen van de betrokkenen niet tot aan de Europese armoedegrens brengt.Verontrust over de financiële situatie van de meest kwetsbaren die nog zeker enkele maanden zal duren, dringen wij er bij de regering-De Croo op aan de huidige sociale maatregelen te verlengen. In het bijzonder vragen om geen einde te maken aan de covid-premie van €50 maatregel voor leefloners, kwetsbare ouderen en personen met een beperking. Deze maatregel zou bovendien uitgebreid moeten worden naar uitkeringsgerechtigden uit de sociale zekerheid (werkloosheidsuitkeringen, kleine pensioenen, ziekte- en invaliditeitsverzekering).Dit opiniestuk wordt ondertekend door de partners van het Belgisch Minimum Inkomen Netwerk (BMIN). Dit netwerk wordt gecoördineerd door het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding en bestaat uit de netwerken armoedebestrijding, de vakbonden, de mutualiteiten, andere middenveldsorganisaties en academici. Al meer dan 10 jaar ijveren de BMIN-partners voor toereikende en toegankelijke inkomens voor iedereen.