U hebt het ongetwijfeld gemerkt toen u naar de kapper ging: een knipbeurt kostte meer. Niet alleen kappers proberen het verlies van de coronacrisis goed te maken. Ook consumenten willen, nu het eind van de pandemie in zicht komt, het geld dat noodgedwongen werd gespaard graag opnieuw laten rollen. Inhaalconsumptie noemen economen dat. Bovendien zijn er de vele miljarden die regeringen via relanceplannen in de economie willen pompen om die aan te zwengelen. En dan kan er ook nog altijd uiterst goedkoop geld worden geleend. Kortom, er ligt heel veel geld te wachten om massaal geconsumeerd en geïnvesteerd te worden.
...

U hebt het ongetwijfeld gemerkt toen u naar de kapper ging: een knipbeurt kostte meer. Niet alleen kappers proberen het verlies van de coronacrisis goed te maken. Ook consumenten willen, nu het eind van de pandemie in zicht komt, het geld dat noodgedwongen werd gespaard graag opnieuw laten rollen. Inhaalconsumptie noemen economen dat. Bovendien zijn er de vele miljarden die regeringen via relanceplannen in de economie willen pompen om die aan te zwengelen. En dan kan er ook nog altijd uiterst goedkoop geld worden geleend. Kortom, er ligt heel veel geld te wachten om massaal geconsumeerd en geïnvesteerd te worden. Het gevolg van dat alles is dat er een algemene prijsstijging wordt verwacht, en dat de inflatie zal toenemen. En met de inflatie ook de zenuwachtigheid, want een lange periode van hoge inflatie is niet zonder gevolgen. Bijvoorbeeld voor uw portemonnee, want inflatie vreet aan uw spaargeld en koopkracht: u kunt met hetzelfde bedrag minder kopen. Twee maanden geleden werd in Knack aan Peter Praet de vraag gesteld of we moesten rekening houden met een hoge inflatie. Praet was van 2012 tot 2019 hoofdeconoom bij de Europese Centrale Bank (ECB) en de architect van het geldbeleid dat de toenmalige ECB-voorzitter Mario Draghi voerde. Hij antwoordde dat het risico op inflatie in de VS reëel was, want dat de 1900 miljard dollar die president Joe Biden uittrekt voor het coronasteunpakket toch wel iets te veel leek. Maar 'in Europa zal het niet zo'n vaart lopen', aldus Praet. 'Als de inflatie hier stijgt, zal dat maar tijdelijk zijn.' Ondertussen is Praet van mening veranderd, meer nog, net als andere toonaangevende economen vreest hij dat de ECB niet de noodzakelijke maatregelen zal nemen om de inflatie in te tomen. Zoals de meeste economen gaat de ECB ervan uit dat een inflatie net onder 2 procent ideaal is, want dat zorgt voor een gezonde groei van de economie: de inkomsten van de ondernemingen stijgen voldoende om te investeren, mensen aan het werk te houden, nieuwe jobs te creëren en lonen uit te betalen. Mensen kunnen die lonen dan uitgeven en zo is de economische cirkel rond. De enige doelstelling van de ECB is de inflatie tegen de 2 procent houden. Als de inflatie straks hoger zou klimmen, moet de ECB de rentetarieven optrekken, zodat lenen duurder wordt en de economie en de prijsverhogingen worden afgeremd. Maar het is net dat waar Praet en andere economen nu voor vrezen: de ECB zou kunnen wachten met het verhogen van de rente omdat de politieke gevolgen daarvan, voor het financieren van de staatsschuld die in vele landen de voorbije jaren fel is gestegen, te groot zouden zijn. Want als de ECB de rente optrekt, zullen de overheden meer moeten betalen als zij nieuwe leningen afsluiten. Dat betekent meer overheidsuitgaven en dat brengt vooral de landen met hoge schulden in de problemen. Denk aan Griekenland met een schuldgraad van 200 procent van het bbp, Italië met 150 procent maar ook België met 120 procent. Zij zouden het meest te lijden hebben als de rente ook maar een beetje stijgt: belastingverhogingen en/of besparingen worden noodzakelijk. En voor je het weet, komt de euro weer onder druk en worden er vragen gesteld of de eenheidsmunt wel houdbaar blijft. De ministers van Financiën zullen daarom druk uitoefenen op de ECB om de rente laag te houden. Met als gevolg dat de ECB wel eens te laat of onvoldoende zou kunnen reageren om de inflatie te beteugelen. Er wordt dus gevreesd voor wat economen 'fiscale dominantie' noemen: het monetaire beleid van de ECB zal niet gebaseerd zijn op het onder controle houden van de inflatie, maar in de greep komen van de begrotings- en schuldtoestand van de eurolanden. In ons land waarschuwde onder meer Geert Noels (Econopolis) herhaaldelijk voor het idee dat schulden geen probleem vormden, omdat de ECB sinds de financiële crisis van 2008 met haar gratisgeldbeleid de rente toch uiterst laag hield en leningen dus spotgoedkoop waren. Ook voormalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) herhaalde bij elke gelegenheid dat het gratis geld van de ECB verslavend werkt en ervan afkicken pijnlijk is als ooit de rente moet worden opgetrokken. Die tijd lijkt eraan te komen. En als de rente niet wordt opgetrokken en de inflatie lange tijd hoog blijft, zal dat zorgen voor financiële, economische en sociale schokken, zo leerde ons het verleden, vaak met ingrijpende politieke gevolgen. Het inflatiespook brengt spannende tijden.