Het fipronilschandaal bezorgt de eierindustrie grote imagoschade, maar een blik achter de schermen van de intensieve pluimveehouderij oogt ook niet altijd fraai. Het leven van een gemiddelde legkip in de bio-industrie lijkt in elk geval niet op de plaatjes uit kinderboeken. De meeste legkippen komen zelfs nooit buiten en broeden nooit zelf een ei uit.
...

Het fipronilschandaal bezorgt de eierindustrie grote imagoschade, maar een blik achter de schermen van de intensieve pluimveehouderij oogt ook niet altijd fraai. Het leven van een gemiddelde legkip in de bio-industrie lijkt in elk geval niet op de plaatjes uit kinderboeken. De meeste legkippen komen zelfs nooit buiten en broeden nooit zelf een ei uit. Geboren worden legkippen in een broedmachine. Het zijn dieren die extreem zijn doorgefokt op eierproductie. Aan het eind van de negentiende eeuw was een leghen goed voor 80 à 85 eieren per jaar, in 1930 waren dat er al 116 en vandaag levert een industriële leghen wel 300 eieren per jaar op. Zodra de kuikens uit de eieren komen, worden de hennen van de haantjes gescheiden. De mannetjeskuikens worden binnen één dag - vandaar de naam eendagskuikens - vergast, versnipperd of anderszins gedood. Dierenrechtenorganisatie Animal Rights verspreidde afgelopen juni undercoverbeelden uit een broedbedrijf in Tielt. Daarop was te zien hoe de nek van kuikens werd gebroken op de rand van een krat. Andere kuikens werden verdronken in een emmer water of belandden levend in een afvalcontainer. Maar doorgaans worden eendagskuikens vergast met CO2-gas, een pijnloze operatie, al zullen de meeste consumenten het idee dat schattige kuikens meteen na de geboorte massaal worden geslacht niet sympathiek vinden. 'In 1993', vertelt Michel Vandenbosch, voorzitter van dierenrechtenorganisatie GAIA, 'werd in Waregem zelfs nog het wereldkampioenschap 'kuikenseksen' georganiseerd: om ter snelst de hennen van de haantjes scheiden. Vooral Japanners waren daar sterk in. De mannetjeskuikens werden vervolgens levend in vuilniszakken gegooid.' Gaia spande een rechtszaak aan en won die ook. Kuikenseksen bij wijze van volksvermaak vond de rechter een brug te ver. In de leghenindustrie worden in Vlaanderen jaarlijks miljoenen jonge haantjes gedood. De haantjes zijn economisch waardeloos: ze kunnen geen eieren leggen en zijn evenmin geschikt voor vleesproductie. 'Ze groeien niet zo hard als vleeskippen en zijn een stuk duurder om groot te brengen, want ze eten veel meer', zegt Johan Zoons, directeur van het Proefbedrijf Pluimveehouderij in Geel. 'Haantjes nemen gewoon te veel voer op. Je kunt zelfs stellen dat het grootbrengen van die haantjes ecologisch onverantwoord is, in termen van zogenaamde voerconversie: bij een vleeskip zit je aan 1,6 kilogram voer voor één kilogram vlees. Bij haantjes is dat rond de drie kilogram voor één kilo vlees.' In Nederland gaat Lidl nu als eerste supermarkt het volgens kenners smaakvolle vlees van leghanen verkopen, maar volgens Wouter Wytinck, adviseur bij de Boerenbond, is het economisch niet haalbaar om de mannetjeskuikens in leven te houden. 'Je maakt verlies als je ze laat opgroeien. Het zijn magere beesten, er zit weinig vlees aan, de meeste mensen willen dat niet.' Wat niet betekent dat de haantjes zonder meer op de afvalhoop terechtkomen: de meesten eindigen als dierenvoeding, of als snack voor dieren in dierentuinen of voor huisdieren zoals fretten of slangen. *** Als de mannetjeskuikens zijn weggehaald, wordt bij de overgebleven hennetjes de snavelpunt verwijderd. Ook die praktijk is dierenrechtenorganisaties een doorn in het oog. Het kan naar verluidt erg pijnlijk zijn, omdat in de snavel veel gevoelige zenuwen zitten. Vroeger werd de snavelpunt gekapt, een weinig precieze methode, nu wordt met een infraroodstraal in principe - al gaat het uiteraard af en toe ook mis - alleen de uiterste, scherpe punt afgeknot. 'Voor dierenrechtenorganisaties moet een kip intact en voor honderd procent een kip blijven', legt Wouter Wytinck van de Boerenbond uit. 'Maar dit is geen dierenverminking, wel integendeel, het is net een maatregel op het vlak van dierenwelzijn. Als je dat niet doet, zit je met een sterfte van 25 procent, omdat kippen elkaar doodpikken - het zijn behoorlijk agressieve dieren. Ik maak soms de volgende vergelijking: stel dat we allemaal met een revolver rondlopen. Dan hoeft er ook maar één iemand beginnen te schieten opdat het op korte tijd een slagveld zou worden.' In weerwil van het verwijderen van de snavelpunten blijven kippen in de bio-industrie zichzelf en andere kippen uit stress en verveling overigens veelvuldig kaal pikken, zij het dus met stompe snavels. *** In de opfokbedrijven worden de kuikens vervolgens ingeënt tegen de meest voorkomende ziektes. Na 17 à 18 weken verhuizen ze naar verschillende soorten stallen, waar ze vanaf een leeftijd van 19 à 20 weken eieren beginnen te leggen. De geluksvogels zeg maar verhuizen naar de scharrel of beter nog, de vrije uitloop, al dan niet met biologisch voeder. Hun minder fortuinlijke soortgenoten komen in kooien terecht. Aan de code op de eieren kun je zien in welk soort stal de kip heeft geleefd: code 3 staat voor kooi-eieren, code 2 voor scharreleieren, code 1 voor eieren uit de vrije uitloop en code 0 voor biologische eieren. De omstreden legbatterijen, waarin grote aantallen kippen in kleine hokjes op elkaar worden gepropt, zijn sinds 2012 in Europa verboden. Legkippen moeten sindsdien ruimer gehuisvest worden, al is het dus niet zo dat alle kippen opeens vrolijk in de buitenlucht zijn gaan rondlopen. Wel is het minimale comfort van leghennen een beetje vergroot. In de klassieke batterijkooi had een kip 550 cm2 leefruimte, het beruchte A4'tje. Net genoeg om te staan of te zitten, maar bewegen was er niet bij. Er was ook geen zitstok, geen nest of strooisel. Volgens de huidige Europese normen mogen alleen nog 'verrijkte kooien': de kippen zitten nog steeds knus bij elkaar maar de hokken zijn hoger en ruimer bemeten. Eke kip in zo'n kooi heeft minstens 750 cm2 ter beschikking. Ook is er een zitstok en wat scharrelmateriaal, al zitten de dieren wel nog steeds op roosters. Er ligt geen zand of strooisel op de grond. In België zit ongeveer 60 procent van de in totaal 9 miljoen legkippen in verrijkte kooien. Voor dierenrechtenorganisatie GAIA, voor wie alle kippen 'uit de kooi' moeten, gaat het verbod op de conventionele legbatterij lang niet ver genoeg. 'Het slechtste van het slechtste is nu verboden, maar een kooi blijft een kooi. Je ziet ook nauwelijks een verschil tussen een kip uit een klassieke of een verrijkte kooi', zegt Michel Vandenbosch. 'Als je na veertien maanden zulke kippen uit die kooi haalt, zijn dat miserabele, bijna volledig gepluimde kiekens - echte freaks.' In hun hokken van traliewerk kunnen kippen namelijk nauwelijks hun natuurlijke gedrag ontwikkelen. 'Stofbaden nemen - essentieel voor kippen - scharrelen, nesten bouwen: dat kan allemaal niet', aldus Vandenbosch. Uit frustratie worden de kippen agressief, zegt hij, en ze krijgen broze botten door gebrek aan beweging. 'In zo'n verrijkte kooi is er bijvoorbeeld ook maar één nest. Als een kip dan op dat nest gaat zitten en de andere willen dat ook, moeten ze maar in de file gaan staan.' *** Meer kippencomfort is er in alternatieve, zogenaamde grondhuisvestingssystemen, een scharrelstal bijvoorbeeld. In de scharrel (al is dat een misleidende naam want de dieren hebben (meestal) geen uitloop naar buiten), zitten kippen niet in een kooi maar met duizenden andere dicht op elkaar in een schuur. Er is strooisel, de hennen kunnen een stukje fladderen en er zijn legstokken. Maar door het gebrek aan afleiding en ruimte wordt er onderling veel gepikt. Ook botsen de scharrelkippen vaak tegen randen en planken aan, wat botbreuken veroorzaakt. Michel Vandenbosch: 'Scharrel is sowieso stukken beter dan kooien, maar je mag nooit vergeten: je zit hier in een commercieel-industrieel systeem van eierproductie. Leghennen zijn er niet op gebouwd om zo veel eieren te leggen en zo te leven. Ideaal leeft een kip samen met een tiental andere kippen en eventueel een haan. Niet met twintig- à zestigduizend andere kippen opeengepakt in een schuur.' De meest diervriendelijke systemen zijn kippen in de vrije uitloop en de kleinschalige biologische huisvesting. In de vrije uitloop kunnen kippen overdag buiten lopen op een begroeide uitloopvlakte, waar in 4 vierkante meter per kip is voorzien. Biologische kippen leven in stallen met maximaal zes kippen per vierkante meter. Overdag lopen ze ook buiten en ze krijgen biologisch voeder. Dierenwelzijn is een recent topic in de bio-industrie. De laatste twintig à dertig jaar is onder druk van de dierenlobby veel vooruitgang geboekt in de leefomstandigheden van leghennen. De klassieke legbatterij werd afgevoerd en er kwamen substantiële verbeteringen in de bouw van de scharrelstallen, zodat de kippen zich wat vrijer kunnen bewegen. Maar, aldus GAIA, er is nog een lange weg te gaan. 'Zal het ooit genoeg zijn voor GAIA?' vraagt directeur Johan Zoons van het Proefbedrijf Pluimveehouderij zich retorisch af. Bovendien brengen de nieuwe huisvestingssystemen voor leghennen, met meer aandacht voor dierenwelzijn, ook nieuwe problemen met zich mee, legt hij uit. 'Kippen in kooien en op roosters houden, is hygiënischer - ze komen niet met hun eigen uitwerpselen in aanraking', aldus Zoons. 'Wormziektes, die we in batterijen helemaal hadden uitgeroeid, duiken in de scharrel of de vrije uitloop weer op. Scharrel- en vrije-uitloopkippen zijn sowieso vatbaarder voor allerhande ziektes, er is meer sterfte.' Hoe dan ook wil de Boerenbond onder geen beding alle batterijkooien naar de schroothoop. 'Wij willen zeker niet terug naar de oude legbatterijen en het beruchte A4'tje', zegt adviseur Wouter Wytinck. 'Ook bij ons is er sprake van voortschrijdend inzicht. Maar wij willen de gelijkberechtiging van alle kippenhuisvestingssystemen, want elk systeem heeft inderdaad voor- en nadelen. Dierenwelzijn is ook maar één aspect in de beoordeling. Niet alleen zijn kooien economisch efficiënter omdat de kippen gezonder zijn en er minder kippensterfte is, maar de ecologische voetafdruk van kooien is ook veel kleiner dan die van scharrelstallen, die tienmaal meer ammoniak uitstoten, afkomstig van de kippenmest.' Daarbij komt nog dat de arbeidsomstandigheden in scharrelstallen, waar duizenden kippen rondfladderen, een stuk lastiger zijn. Vooral de grote hoeveelheid stof in de stallen baart arbeidsgeneesheren zorgen. 'Ik heb twee grote uitdagingen sinds de conventionele legbatterij werd verboden', legt onderzoeker Johan Zoons uit. 'Een oplossing vinden voor het stofprobleem in leghenstallen en een goede en eenvoudige oplossing vinden voor het bloedluizenprobleem.' Het hoge woord is er dan toch uit, hoewel het fipronilschandaal in principe niets met industriële eierproductie heeft te maken, tenzij misschien in omgekeerde zin. 'Ik heb het vermoeden dat het toenemende probleem van bloedluizen bij leghennen verband houdt met het verdwijnen van de klassieke legbatterij. Dat waren eenvoudige constructies met maar weinig schuilplaatsen voor parasieten, veel gemakkelijker schoon te houden dan verrijkte kooien, volières of scharrelstallen. Bovendien zijn alle insecticiden waarmee je tot eind jaren 1990 bloedluizen effectief kon bestrijden vandaag verboden', zegt Zoons. De huidige eiercrisis, aldus Zoons, is dan ook het gevolg van het feit dat pluimveehouders met de handen in het haar zitten. 'Bloedluizen zijn een drama. Ze zuigen bloed bij de kippen, wat leidt tot sterfte, en je kunt je personeel niet houden, want bloedluizen bijten ook mensen. Het is bovendien enorm arbeidsintensief om die plaag onder controle te houden. Als dan iemand langskomt die zegt: we behandelen je stal en dan ben je er voor vijf maanden van verlost, mag het niet verbazen dat pluimveehouders daar, in goed vertrouwen, op ingaan.' De dramatische gevolgen van dat vertrouwen worden nu elke dag zichtbaarder. Consumenten wanen zelfs hun eitje niet meer veilig. En hoewel ook hobbyisten met maar drie kippen in de tuin met bloedluizen te maken krijgen, maakte de Waalse minister van Dierenwelzijn Carlo Di Antonio (CDH) naar aanleiding van het fipronilschandaal zijn voornemen kenbaar om tegen 2022 alle kooisystemen in Wallonië te bannen - tot grote vreugde van de dierenlobby. Al heeft Di Antonio natuurlijk gemakkelijk praten: ongeveer 85 procent van de eierindustrie bevindt zich in Vlaanderen. Wat niet wegneemt dat consumenten sowieso steeds vaker kiezen voor duurdere vrije-uitloopeieren en zelfs biologische eieren. Onder invloed van dierenrechtenorganisaties liggen er ook nauwelijks nog consumptie-eieren uit (verrijkte) legbatterijen in de schappen van de supermarkten. Het schoentje knelt elders, bij de voedingsindustrie, die nog volop goedkope kooi-eieren verwerkt in pasta, sauzen, koekjes en kant-en-klaarmaaltijden, maar bekende merken en supermarktketens weren steeds vaker kooi-eieren uit hun producten. Zo gebruikt Colruyt voor de eigen merkproducten waarin eieren zijn verwerkt - en dat zijn er meer dan duizend - alleen nog scharreleieren. In de natuur worden kippen gemiddeld tien jaar oud, in de bio-industrie is een leghen na dertien à veertien maanden en meer dan driehonderd eieren 'op'. Als hun eierproductie begint af te nemen, gaan de leghennen onverbiddelijk naar de slacht. Daartoe moeten ze eerst 's nachts met de hand worden gevangen. Dat moet snel gebeuren - time is money - en het laat zich raden dat het er niet altijd zachtzinnig aan toegaat. De kippenvangers, vaak buitenlandse werkkrachten uit Oost-Europa, graaien met elke hand een aantal kippen en proppen ze vervolgens in kratten, daarbij niet kijkend op een gebroken poot meer of minder. In die kratten, zegt GAIA-voorzitter Michel Vandenbosch, 'pikken de kippen elkaar bovendien als bezetenen'. De fin-de-carrièrehennen worden vervolgens in het slachthuis ondersteboven aan slachthaken gehangen. Met de kop worden ze ondergedompeld in een elektrisch bad, waarna ze de keel wordt overgesneden. Uit het antwoord op een parlementaire vraag van Vlaams N-VA-parlementslid Jelle Engelbosch bleek vorig jaar dat de meeste kippen in Vlaanderen onvoldoende verdoofd worden voor de slacht. Maar liefst negentien van de vijfentwintig slachthuizen in Vlaanderen hanteren een te lage stroomsterkte, om beschadiging van de karkassen te voorkomen, waardoor de kippen niet zelden bij volle bewustzijn worden omgebracht. 'Wat voor die kippen', besluit Vandenbosch, 'uiteraard geen pretje is.' Aan de UGent loopt momenteel in opdracht van Vlaams minister voor Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) een onderzoek naar meer 'humane' - lees pijnloze - slachtmethodes voor pluimvee. Dat onderzoek moet begin 2018 klaar zijn. Na hun korte maar intense loopbaan als veredelde legautomaat, die zo snel en zo veel mogelijk eieren moet opleveren, eindigen leghennen doorgaans als soepkippen. Erg geschikt voor stoofpotten en bereidingen als vol-au-vent, maar de meeste exemplaren worden op transport gezet naar Afrika: de westerse consument haalt de neus op voor het taaie soepkipvlees. Al met al leidt de gemiddelde leghen vanuit het oogpunt van dierenwelzijn een treurig bestaan, maar of een kuiken nu beter uit het ei komt als leg- dan wel als vleeskip? Het is een lastige vergelijking: in beide gevallen lijkt dierenleed inherent aan de bio-industrie. Vleeskuikens worden doorgefokt op snelle groei en grote borstspieren voor een grote kipfilet. Van een paar honderd gram moet een vleeskuiken in zes weken tijd uitgroeien tot een kolos van meer dan twee kilo, met alle fysieke mankementen van dien en poten die het lichaamsgewicht nauwelijks kunnen dragen. Als ze naar de slacht gaan, zijn vleeskippen eigenlijk nog kuikens. Economische efficiëntie en technologische innovatie komen hier in botsing met ethiek en stijgende maatschappelijke eisen op het vlak van dierenwelzijn. Opinieonderzoek laat zien dat consumenten begaan zijn met kippenwelzijn, maar als puntje bij paaltje komt, lijken ze weliswaar wel bereid om een paar eurocent extra te betalen voor een scharrelei, maar kopen ze liever een plofkip van 6 à 7 euro dan een biologische kip die minimaal het dubbele kost.