Het is ondertussen alweer april, en één goed voornemen van mij - naast het opzeggen van mijn fitnessabonnement - is nog altijd niet verbroken: sinds januari ga ik elke week minstens één keer naar de cinema, en dan tel ik niet eens alle keren mee dat ik het gezelschap van Elio opnieuw heb opgezocht in Call Me by Your Name.
...

Het is ondertussen alweer april, en één goed voornemen van mij - naast het opzeggen van mijn fitnessabonnement - is nog altijd niet verbroken: sinds januari ga ik elke week minstens één keer naar de cinema, en dan tel ik niet eens alle keren mee dat ik het gezelschap van Elio opnieuw heb opgezocht in Call Me by Your Name. Het einde van de cinema wordt sinds enige tijd vaker voorspeld dan dat van de roman. Alleen de dalende bezoekcijfers ogen treuriger dan de lijst der meestbekeken films. En inderdaad: ik zit geregeld alleen in een cinemazaal. Mensen kijken liever naar televisieseries, heet het, waar de talenten die vroeger films maakten naar het schijnt hun toevlucht hebben genomen. Daar zijn al lange essays over geschreven. Maar zijn die series ook echt te verkiezen? Ik heb er, eerlijk gezegd, al iets te veel gezien waarvan ik de plotlijn vergeten was nog voor Netflix me een nieuwe titel kon aanraden. Het idee dat ik daaraan misschien wel twintig uur van mijn vrije tijd heb verspeeld, werd ondraaglijk. Niet dat er geen vervelende films worden gemaakt. Voor een verhaal dat eindelijk jongeren weer naar de cinema wist te krijgen, vond ik Patser behoorlijk langdradig. Charlie en Hannah gaan uit, van Bert Scholiers, zag er geestig uit zonder het ook echt te zijn. En de hype rond Phantom Thread, over de modeontwerper Reynolds Woodcock, begreep ik al helemaal niet. Maar een film waarvan het verhaaltje in twee zinnen samen te vatten is, zoals The Post, biedt genoeg amusement en spektakel voor twee uur. Ik heb al theatervoorstellingen gezien - vorige week toevallig nog in deSingel - waarvoor dat niet gold. Een van de beste theaterstukken die ik dit jaar al heb gezien, was trouwens ook een film: The Party. Het verhaal, in zwart-wit en in één take gefilmd, was even dramatisch en geestig als Who's Afraid of Virginia Woolf? van Edward Albee. Three Billboards Outside Ebbing, Missouri heeft evengoed alle kwaliteiten van geweldig theater. Maria by Callas bewijst dat er ook nog altijd uitstekende documentaires te zien zijn in zalen waar iedereen alleen blockbusters verwacht, en God's Own Country is net als Call Me by Your Name een lieve, tedere prent over twee verliefde jongens. Maar de beste film tot hier toe vond ik The Florida Project, over een meisje dat in de buurt van Disney World in armoede opgroeit. Wat ik met dat verhaal moet aanvangen: ik heb er al weken geen idee van. Terwijl driekwart van de populairste televisieseries toch nog altijd over noodlottige moordzaken gaat, verrassen films veel vaker. Maar u moet er wél voor buitenkomen.