Druggebruikers verantwoordelijk stellen voor het ondersteunen van een crimineel circuit is zowel vergezocht als een afleidingsmanoeuvre. We verwijten een bedrijfsleider ook niet dat hij gefocust is op het behalen van financiële winst, dat zijn de spelregels van het systeem waar hij deel van uitmaakt. Hetzelfde geldt voor gebruikers van niet gelegaliseerde drugs, ook zij zijn onderdeel van een dwingend systeem. Een systeem dat zich omwille van overheidskeuzes per definitie in de criminele sfeer afspeelt.

Het culpabiliseren van druggebruikers dient om de aandacht af te leiden van een falend drugbeleid.

'Nergens is de kloof tussen retoriek en realiteit zo groot als in de formulering van het wereldwijde drugbeleid, waar te vaak emoties en ideologie, eerder dan bewijzen, zegevieren.' Dat schreef wijlen Kofi Annan al in 2016 in een opiniestuk. Datzelfde jaar stelde Barack Obama: 'For too long we've viewed drug addiction through the lens of criminal justice. The most important thing to do is reduce demand. And the only way to do that is to provide treatment - to see it as a public health problem and not a criminal problem.'

Ook in België wordt het drugbeleid vooral gevoerd vanuit emoties en ideologie in plaats van 'evidence based'. Ons drugbeleid heeft eerbare en doordachte doelen: een daling van het aantal afhankelijke burgers, van de individuele fysieke en psychosociale schade die druggebruik kan veroorzaken en van de negatieve gevolgen van drugs voor de samenleving (zoals overlast). Alleen is het zo dat het huidige beleid geen van die doelen waarmaakt.

Mythes

Het onderscheid tussen legale en illegale drugs vertelt ons niets over het risico van die producten. Of iets vandaag legaal of illegaal is, is het gevolg van keuzes uit het verleden, gebaseerd op tradities. Het onderscheid is arbitrair en niet gestoeld op wetenschappelijke inzichten over bijvoorbeeld toxiciteit. Een panel van experts beoordeelde in 2009 de vijftien meest gebruikte drugs op vier punten: acute en chronische toxiciteit, verslavingspotentie, en individuele en maatschappelijke sociale schade. In de top vijf, in volgorde van grootste schade, staat crack op nummer één. Daarna volgen heroïne, tabak, alcohol en cocaïne. Cannabis vinden we terug op de tiende plaats en xtc (MDMA) op plaats twaalf.

Rond druggebruik en afhankelijkheid bestaan ook foutieve beelden. Ongeveer 90% van de mensen die een legale of illegale drug gebruiken wordt niet afhankelijk. Ze houden het dus bij recreatief gebruik en stoppen meestal spontaan. Deze cijfers zijn afkomstig van de United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC), nota bene het grootste 'war on drugs'-instituut van de wereld. De meerderheid van de mensen die wel afhankelijkheid ontwikkelen, kregen tijdens hun kindertijd te maken met een vorm van misbruik of verwaarlozing. Andere risico-verhogende factoren zijn: een lage sociaaleconomische status, sociale isolatie, stress, gevoelig zijn voor groepsdruk. De vraagzijde kan je dus niet loskoppelen van een breder sociaal en economisch beleid, maar dat laatste wordt zelden tot nooit benadrukt in het debat rond drugs.

Een derde misvatting is dat legaliseren en reguleren automatisch leidt tot een stijging van het aantal gebruikers en verslaafden. Er is geen eenduidige correlatie tussen regulering van producten en stijging van gebruik. Dat wordt bewezen in verschillende onderzoeken. Of kijk naar de cijfers die het Europees Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction bijhoudt. In Nederland kan je vrij cannabis kopen in coffeeshops. Toch zit Nederland in de middenmoot van Europese landen op vlak van cannabisgebruik. In Frankrijk en Italië, waar geen legale toegang tot cannabis bestaat, ligt het gebruik noemenswaardig hoger.

Decriminaliseren

Druggebruik is materie voor Volksgezondheid, niet voor Justitie. In 2001 werden in Portugal het bezit voor persoonlijk gebruik en het gebruik van alle drugs gedecriminaliseerd. Er werd in de laatste zeventien jaar in Portugal geen significante stijging van recreatief druggebruik vastgesteld, maar wel een daling van problematisch gebruik, een daling van infecties met het HIV- en Hepatitisvirus, een daling van het aantal sterfgevallen door overdosissen, en een daling van druggerelateerde criminaliteit. Door het officieel decriminaliseringsbeleid zijn welzijnsorganisaties actief op verschillende domeinen zoals wonen, werk, gezondheid en psychiatrie, vandaag veel effectiever, gecoördineerder en met meer middelen aan de slag. Middelen die voorheen gingen naar repressie worden nu ingezet voor ondersteuning en hulpverlening. De resultaten zijn zo positief dat niemand in Portugal - ook niet de bij aanvang grootste tegenstanders van decriminalisering - er nog aan denkt om terug te keren naar een strafrechtelijke opvolging.

In België echter gaat ongeveer 65% van de middelen van ons drugbeleid naar repressie, een 30% naar hulpverlening en een schamele 5% naar preventie.

Druggebruik is materie voor Volksgezondheid, niet voor Justitie.

Electorale angst

Wat sterkt opvalt is hoe veel prominente figuren na hun carrière aangeven dat het criminaliseren van druggebruik een zinloze beleidskeuze is. Barack Obama sprak zich uit, en wijlen Kofi Annan, Ruth Dreifuss (voormalig president van Zwitserland), Helen Clark (voormalig eerste minister van Nieuw-Zeeland), César Gaviria (voormalig president Colombia), George Papandreou (voormalig eerste minister van Griekenland) zijn allen lid van de Global Commission On Drugs Policy. Die commissie ijvert voor een drugbeleid gebaseerd op decriminalisering en regulering. En had u al gehoord van L.E.A.P? Dat staat voor Law Enforcement Against Prohibition. Daarin zetelen politiecommissarissen en (onderzoek)rechters die allen - opnieuw: vaak na hun professionele loopbaan - aangeven dat een war on drugs niet werkt, dat druggebruik een menselijk en maatschappelijk fenomeen is van alle tijden en vanuit gezondheidszorg aangepakt moet worden. Het is jammer dat veel politici en andere beleidsmakers wachten tot na hun carrière vooraleer decriminaliseren en reguleren te benoemen als de beste beleidskeuzes.

Steven Debbaut is criminoloog en woordvoerder van de experten- en burgerbeweging SMART on Drugs. Oprichters/experten bij SMART on Drugs zijn: Herman Wolf, Tino Ruyters, Jan De Smet, Cis Dewaele, Cathy Matheï, Frédérique Bawin, Tonny Van Montfoort, Michelle Van Impe, Pascal Tuteleers, Ruben Kramer, Luc Martens, Charisse Segers, Tijl Meheus, Joos Bonte, Tom Decorte, Steven Debbaut, Erwin Daenen en Tessa Windelinckx.