De Franse president Emmanuel Macron heeft aangekondigd de antisemitisme-definitie van de International Holocaust Rememberance Alliance (IHRA) officieel te zullen aannemen. Daarmee bevestigt hij dat de Franse staat antizionisme zal beschouwen als een vorm van antisemitisme.

Het criminaliseren van kritiek op Israël is niet de oplossing voor antisemitisme.

Macron wakkert zo een debat aan in Frankrijk dat eerder reeds furore maakte in het Verenigd Koninkrijk, waar Labour-leider Jeremy Corbyn de IHRA-definitie verwierp en zich om die reden heel wat woede op de hals haalde. Zijn verzet was echter terecht: de link leggen tussen antizionisme en antisemitisme is een dubieuze poging om een legitiem standpunt af te schilderen als haat.

Eerlijke definitie?

De vermoedelijke intentie achter deze beslissing is prijzenswaardig: antisemitisme heeft recentelijk een scherpe en gevaarlijke stijging gekend in Frankrijk, wat onder andere geïllustreerd werd met de bekladding van tachtig graven in de Franse joodse begraafplaats Quatzenheim enkele dagen geleden. En ongetwijfeld moet er iets aan het probleem gedaan worden, in heel Europa trouwens. Maar het problematiseren of criminaliseren van kritiek op Israël is niet de oplossing. Het kan antisemieten integendeel zelfs een 'excuus' verschaffen voor hun haat.

De IHRA-definitie van antisemitisme begint met de oncontroversiële stelling dat 'antisemitisme een bepaalde perceptie van Joden is, die zich kan uitdrukken als haat tegen Joden'. Er volgen dan een heleboel voorbeelden van antisemitisch gedrag, opnieuw vrijwel oncontroversieel, op één na: 'het ontkennen van het zelfbeschikkingsrecht van het Joodse volk, onder andere door te beweren dat het bestaan van de Staat Israël een racistisch project is'. Laat dat nu net de essentie van antizionisme zijn.

Antzionisme is de opvatting dat de gebeurtenissen die hebben geleid tot de oprichting van de staat Israël een vorm van racistische landdiefstal en etnische zuivering vormden. Verder houdt de antizionist vol dat dit geen toevallige historische gebeurtenis was, maar een onvermijdelijk gevolg van de zionistische ideologie. Het zionisme streeft er namelijk naar een Joods thuisland te creëren in Palestina, een gebied dat eeuwenlang bewoond werd door een verpletterende Arabische meerderheid (rond het midden van de negentiende eeuw was slechts 2-5% van de bevolking van Palestina Joods, zie The Creation of Israeli Arabic: Security and Politics in Arabic Studies in Israel). De enige manier om, gegeven deze omstandigheden, het Joodse karakter van zo'n staat te waarborgen, is door het verdrijven van de inheemse bevolking via geweld en massamigratie. Wat historisch ook gebeurd is tijdens de Nakba van 1948.

Verhuld antisemitisme?

Nu kan antizionisme in theorie zeker voortkomen uit antisemitisme, maar er is geen dwingend logisch verband tussen beide overtuigingen. Men kan tegen de staat Israël zijn vanuit een haat voor de Joodse cultuur en identiteit, maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Dat wordt ook geïllustreerd door het feit dat heel wat Joden, om zowel politieke als religieuze redenen, tegen het bestaan van de staat Israël zijn. Voor de meeste antizionisten staat het verschrikkelijke onrecht dat de Palestijnen werd aangedaan door een koloniale beweging centraal.

Om terechte kritiek op Israël te scheiden van antisemitisme presenteren pro-Israëlische commentatoren vaak een reeks criteria waaraan kritiek kan worden afgetoetst. De bekendste onder deze criteria zijn de drie D's: delegitimisatie, demonisering en dubbele maat. Geen van deze is echter van toepassing op antizionisme. Antizionisten ontkennen niet dat het Joodse volk van een zelfbeschikkingsrecht zou mogen genieten, alleen niet op land waar een ander volk reeds eeuwenlang woonde. Ook is er geen sprake van een dubbele maat, omdat de situatie in Palestina uniek is: nergens anders ter wereld heeft er recentelijk een gedwongen volksverhuizing plaatsgevonden die de inheemse bevolking heeft verjaagd en onderdrukt. Daarom is er ook geen sprake van demonisering: de emotionele en vaak schijnbaar buitensporige focus op het Palestijnse conflict komt voort uit de unieke onrechtvaardigheid van de situatie van de Palestijnen.

Reparaties voor verloren gronden en zeventig jaar leed zouden ook aan de orde zijn.

Rechtvaardige oplossing

Antizionisme verzet zich tegen het bestaan van Israël als Joodse staat, omdat dit de Arabische bevolking reduceert tot 'vreemdelingen' die geduld worden, terwijl zij juist inheems zijn. Het zou zijn alsof de Verenigde Staten zich een 'blank' of 'Europees' land noemde, zodat de inheemse indianen gemarginaliseerd zouden worden in de nationale architectuur. Bovendien is het noodzakelijk voor het behoud van het Joodse karakter van Israël dat er een numerieke meerderheid aan Joden aanwezig is, wat onverenigbaar is met het recht van de Palestijnse vluchtelingen van '48 en hun nakomelingen om naar hun ancestrale gronden terug te keren.

Waaruit bestaat de oplossing van het Palestijnse conflict dan volgens (sommige) antizionisten? In het creëren van één seculiere, democratische staat van de Jordaan tot de Middellandse Zee, waarin alle religies en etniciteiten vreedzaam kunnen leven, met een garantie van de internationale grootmachten. Zo behouden de Palestijnen als inheems volk het recht om het hele grondgebied van historisch Palestina te doorkruisen en bewonen. Reparaties voor verloren gronden en zeventig jaar leed zouden ook aan de orde zijn. Maar een uitgesproken Joodse staat zou Arabische families uitsluiten van landerijen en gebieden die hun voorouders sedert eeuwen bewonen en bewerken. En dat is moreel onaanvaardbaar.