Er is goed nieuws voor Guido Belcanto, de koning van het levenslied. Verklaarde de man in een recent kranteninterview nog dat de vele coronabesmettingen hem weinig deden, de sluiting van de Métropole vorig jaar raakte hem naar eigen zeggen diep. Benieuwd of hij ondertussen alweer het glas heeft geheven in het beroemdste café van de hoofdstad, dat op 21 juni werd heropend.
...

Er is goed nieuws voor Guido Belcanto, de koning van het levenslied. Verklaarde de man in een recent kranteninterview nog dat de vele coronabesmettingen hem weinig deden, de sluiting van de Métropole vorig jaar raakte hem naar eigen zeggen diep. Benieuwd of hij ondertussen alweer het glas heeft geheven in het beroemdste café van de hoofdstad, dat op 21 juni werd heropend. Dat wonder is het werk van drie ex-werknemers van Portugese origine die hun spaargeld aanspraken om opnieuw klanten te mogen verwelkomen. De Métropole is hun leven. De ene stond hier drie jaar achter de bar, de andere het tienvoud daarvan. De derde, Manuel Rodrigues, komt al in het café sinds 1984. Hij was toen zes jaar oud en net uit Portugal naar Brussel verhuisd. De aanblik van zijn vader die in de chique zaak bevelen uitdeelde, vervulde hem elke dag weer met trots. 'De heropening is een financieel risico', zegt Rodrigues, 'maar een dat we graag wilden nemen. Ik had me voorgenomen om hier oud te worden, maar de aanslagen, de aanleg van de piétonnier en de covidcrisis gooiden roet in het eten. De klanten bleven weg, een vrijdag in maart 2020 werd de laatste.' Ook zijn collega Alexandre Lopes heeft niet lang over de heropening getwijfeld. 'In veertien dagen was de beslissing genomen en kon het poetsen beginnen. We zijn er met z'n allen tegenaan gegaan, een dikke halve week lang. Wat voelde dat goed!' Lopes groeide op in Congo en kwam op zijn 23e naar België. 'Ik dacht dat het leven onder Mobutu moeilijk was, maar in dit grijze land aarden bleek nog een stuk lastiger. Vervolgens probeerde ik tevergeefs om in mijn vaders geboorteland Portugal aan de bak te komen. Dan maar terug naar Brussel. Aan de ingenieursstudies die ik jaren eerder had aangevangen, dacht ik niet meer. Het werd een baan in de Métropole, bij een kennis van mijn vader. Ik heb er nooit spijt van gehad. Deze plek is echt uniek.' Lopes serveerde hier menige beroemdheid. Lang voor de langste tunnel van het land naar haar genoemd werd, kwam zangeres Annie Cordy vaak koffiedrinken in de Métropole. Ook Jean-Paul Belmondo, Arno en Jean-Claude Van Damme dronken hier vele glazen. Lopes maakt zich sterk dat de gloriedagen terugkomen, de Métropole ademt immers geschiedenis. Alles begon met een ondernemend stel broers dat in 1890 bier begon te verkopen. Dat werd zo'n succes dat al gauw aan uitbreiding werd gedacht. De brouwersfamilie Wielemans-Ceuppens kocht het aanpalende pand van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas, opdat architect Alban Chambon er een hotel zou optrekken. In 1895 opende de toen hypermoderne zaak in eclectische stijl. Gegoede dames en heren uit alle windstreken konden zich er vergapen aan elektrisch licht en centrale verwarming. Terwijl de trams voor de deur nog door paarden werden getrokken, kon je hier met de lift naar boven. Dat was het perfecte decor voor Ernest Solvay, een autodidact die eind 19e eeuw schatrijk werd met het patent op de vereenvoudiging van het productieproces van soda. In oktober 1911 organiseerde hij in de Métropole het eerste wetenschappelijke netwerkevent met 20 wetenschappers, onder wie Marie Curie, Max Planck en Albert Einstein. Die laatste noemde de bijeenkomst 'ein Hexensabbat'. Na hem arriveerden de Franse president Charles De Gaulle, acteur Henry Fonda, rapper 50 Cent en talloze mindere goden. Voor een zakenmeeting of een date, nippend aan de huiscocktail 'Italiano' .De sfeer in café Métropole is weer als vanouds. Bejaarde dames eisen hun vaste plaats van weleer op en keuvelen met Rodrigues en Lopes, terwijl opgedirkte stellen een halve middag zoekmaken met een selfiesessie. Wedden dat hun plaatjes een Instagramsucces worden?