Als een rosse furie stoomde Alison Van Uytvanck in 2015 op Roland Garros door naar de kwartfinale. Vier jaar later kijkt Ali, eindelijk verlost van lichamelijke ongemakken, opnieuw naar boven. Na een knallend seizoensbegin staat de Grimbergse op de hoofdtabel van het Parijse grandslamtoernooi, dat zaterdag begint. Ze won dit voorjaar het toernooi van Boedapest, en in Rabat haalde ze de halve finale. Dat moet vertrouwen geven. Toch is Van Uytvanck hoogstens half enthousiast. 'Gravel is nooit mijn beste ondergrond geweest, ondanks die kwartfinale. Ik hou er gewoon niet van. Niet van hoe het botst, niet van hoe het glijdt', zegt ze schouderophalend. 'In Parijs valt de gravel eigenlijk nog mee. Er zit een kalklaag onder de gemalen baksteen, waardoor de bal snelheid houdt. Op trage gravel val je in slaap: rally's kunnen saai worden. Ik overdrijf een beetje, maar op gravel wint de speler die het best tegen de verveling kan.'
...