Als België in het buitenland vertegenwoordigd wordt, dan gebeurt dat vrijwel altijd door een man. In de zogenaamde buitencarrière op het ministerie van Buitenlandse Zaken, met onder meer ambassadesecretarissen, diplomaten, consulaire vertegenwoordigers en attachés zijn er momenteel 270 ambtenaren werkzaam. Onder hen 223 mannen en 47 vrouwen, een verhouding van respectievelijk 72 en 28 procent.
...

Als België in het buitenland vertegenwoordigd wordt, dan gebeurt dat vrijwel altijd door een man. In de zogenaamde buitencarrière op het ministerie van Buitenlandse Zaken, met onder meer ambassadesecretarissen, diplomaten, consulaire vertegenwoordigers en attachés zijn er momenteel 270 ambtenaren werkzaam. Onder hen 223 mannen en 47 vrouwen, een verhouding van respectievelijk 72 en 28 procent. Bovendien zijn mannen oververtegenwoordigd in de hogere diplomatieke niveaus waarin een hogere verloning wordt voorzien. In de laagste klasse (A2) en de consulaire carrière (C) is de kloof tussen mannen en vrouwen nog min of meer beperkt, maar in de hogere klasseschalen tot en met A5 zijn mannen veruit oververtegenwoordigd. Momenteel worden 89 procent van de topfuncties bekleed door mannen, 11 procent door vrouwen.Zo zijn er onder de 80 posthoofden 72 ambassadeurs en 8 ambassadrices tewerkgesteld. Bij de permanente vertegenwoordigingen van België bij internationale organisaties zoals de NAVO of de Verenigde Naties staan er respectievelijk 7 mannen en 1 vrouw aan het roer. Van de consul-generaals, de posthoofden op belangrijke consulaten, zijn er 13 mannen en 2 vrouwen.Ook op de binnencarrière, ambtenaren die niet worden uitgezonden naar diplomatieke posten, zijn er opmerkelijke verschillen. In tegenstelling tot de buitencarrière werken er in de binnencarrière meer vrouwen dan mannen, goed voor een verhouding van respectievelijk 62 en 38 procent. Opvallend zijn echter de carrièreniveaus waarin beide groepen zitten. In de 5 laagste klassen zijn vrouwen stuk voor stuk oververtegenwoordigd. Hoger op de ladder, in de 3 hoogste niveauschalen, maken mannen daarentegen de meerderheid uit. DirectiecomitéOnder de auspiciën van voormalig minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) zijn er stappen ondernomen om het genderevenwicht in de buitencarrière te herstellen. Zo werden de meerkeuzevragen bij de toelatingsexamens geschrapt - mannen scoren doorgaans beter bij meerkeuze en slechter bij open vragen - en werden er meer vrouwen bij de beoordelaars en verbeteraars van de proeven betrokken. Daarnaast opende Buitenlandse Zaken een kinderdagverblijf en kwam er een Family Officer die partners en kinderen ondersteunt op de buitenlandse posten. Die beslissing heeft voorlopig nog geen al te grote verschuivingen teweeg gebracht: in vergelijking met 2017 waren er bijvoorbeeld nog meer vrouwen in de topfuncties dan momenteel het geval is.Wel is het aantal vrouwen in het diplomatieke korps de afgelopen tien jaar van 23 naar 29 procent gestegen. In de laatste lichtingen van de diplomaat-stagairs zijn er ongeveer veertig procent vrouwen vertegenwoordigd, wat de verhouding op langere termijn evenwichtiger zal maken. Binnen het directiecomité zijn er momenteel vier vrouwen aanwezig, vier meer dan tien jaar geleden. Door het vertrek van voormalig topman Peter Moors naar het kabinet van premier Alexander De Croo (Open VLD) neemt Theodora Gentzis ad interim het voorzitterschap op zich. Positieve discriminatieDe huidige buitenlandminister Sophie Wilmès (MR) gaat daar naar eigen zeggen komaf mee maken. In haar beleidsverklaring, die ze vorige week woensdag aan het parlement presenteerde, stelt de oud-premier dat ze diversiteit in de brede zin in het diplomatieke korps wil bevorderen. Ruim een maand geleden werd er in het directiecomité een actieplan opgesteld. Wilmés wil het principe van positieve discriminatie toepassen wanneer de kandidaten over dezelfde competenties beschikken in de categorieën waar sprake is van een ondervertegenwoordiging van 30 procent. Dat is bij alle topfuncties in het diplomatieke korps momenteel het geval. Daarnaast komen er ook initiatieven zoals mentorschap door en voor vrouwelijke collega's, specifieke loopbaanbegeleiding voor vrouwen, workshops en bewustmakingscampagnes. 'Ik wil kunnen rekenen op een diplomatie die evenwichtiger is en niet discrimineert, op welk gebied dan ook: gender, afkomst, handicap of seksuele geaardheid. Gendergelijkheid is een transversaal thema in de aanpak van Buitenlandse Zaken, en dan moeten we beginnen bij onszelf', aldus Wilmès. 'Voor het eerst in zijn geschiedenis wordt België in het buitenland vertegenwoordigd door 3 vrouwen - Meryame Kitir, Ludivine Dedonder en mezelf, wat op zich al een goed signaal is. Maar de cijfers blijven onbevredigend, ondanks de bewustwording binnen de administratie.'