In 2015 berekende het Federaal Planbureau in opdracht van voormalig staatssecretaris voor Armoedebestrijding Elke Sleurs hoeveel het zou kosten om de laagste uitkeringen op te trekken tot aan de Europese armoedegrens. Die uitkeringen bestaan uit verscheidene componenten, namelijk het leefloon, de inkomensgarantie voor ouderen (IGO), en de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap (IVT).
...

In 2015 berekende het Federaal Planbureau in opdracht van voormalig staatssecretaris voor Armoedebestrijding Elke Sleurs hoeveel het zou kosten om de laagste uitkeringen op te trekken tot aan de Europese armoedegrens. Die uitkeringen bestaan uit verscheidene componenten, namelijk het leefloon, de inkomensgarantie voor ouderen (IGO), en de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap (IVT).Om aan de Europese armoededrempel te komen, moest ten tijde van het onderzoek het leefloon en het IVT worden opgetrokken met 30%, terwijl het IGO met 5% omhoog moest. Maar zoals Zuhal Demir reeds beargumenteerde, is de kostprijs van zo'n verhoging niet mals.Wat kost de bijstandsverhoging jaarlijks?Wilde de regering haar streefdoel van de Europese armoedegrens halen, dan zouden onder andere IVT en IGO en leefloon (de drie die aan een bestaansmiddelenonderzoek zijn onderworpen) omhoog moeten. Maar hoeveel kost dat precies? Volgens de berekeningen van het Federaal Planbureau zou de regering in 2020 430 miljoen euro extra moeten vrijmaken om het leefloon op te trekken tot de Europese armoedegrens.Maar er zijn ook terugverdieneffecten. Zo verhoogt de koopkracht van de mensen wiens leefloon stijgt, waardoor de overheid meer inkomsten uit btw mag verwachten. Bovendien komen de ontvangers in een hogere belastingschaal terecht, wat maakt dat er ook via die weg inkomsten voor de staat worden terugverdiend.Die terugverdieneffecten zouden in 2020 volgens het planbureau goed zijn voor 165 miljoen euro. Daar staat tegenover dat als de federale regering zou beslissen enkel het leefloon op te trekken de totale kost daarvan in 2020 al 297 miljoen euro zou bedragen.We rekenen verder, want naast de leeflonen zouden dus ook de IGO en de IVT moeten stijgen om de laagste uitkeringen op te trekken tot aan de Europese armoedegrens. Die eerste is een uitkering die toegekend wordt aan 65-plussers die niet over voldoende financiële middelen beschikken. Tegen 2020 zou die investering 85 miljoen euro bedragen, al zou er via terugverdieneffecten 30 miljoen euro terug kunnen vloeien. Dat maakt dat de totale kost binnen drie jaar 50 miljoen euro zou bedragen.De IVT wordt op haar beurt toegekend aan iemand met een handicap die door zijn lichamelijke of psychische toestand op de arbeidsmarkt maar een derde of minder kan verdienen van het loon van een gezond persoon. Tegen 2020 zouden de kosten van deze verhoging 462 miljoen euro bedragen, terwijl er 166 miljoen euro kan worden terugverdiend. In totaal zou de IVT dan 295 miljoen euro kosten.Indien de regering dus de bijstandsuitkeringen, namelijk het leefloon, de IGO en het IVT, zou optrekken, kost het haar in 2020 in totaal 642 miljoen euro. Hierbij hebben we echter de kosten van de uitkeringen waaraan geen bestaansmiddelentoets is onderworpen, zoals de werkloosheidsuitkeringen, de ziekte-uitkeringen en de minimumpensioenen, nog niet bijgeteld. In 2008 berekende het Rekenhof dat het optrekken van alle uitkeringen voor het jaar 2016 geïndexeerd 1,4 miljard euro zou bedragen. Werken loont?!Maar alle uitkeringen zomaar optrekken tot aan de Europese armoedegrens heeft natuurlijk verregaande implicaties. Het zou bijvoorbeeld betekenen dat iemand die een leefloon krijgt omdat hij onvoldoende heeft gewerkt toch nog evenveel ontvangt als iemand die vroeger heeft gewerkt en dus wel een bijdrage heeft geleverd aan de sociale zekerheid. Om ervoor te zorgen dat werken zowel letterlijk als figuurlijk loont, moet er dus een gezonde spanning blijven bestaan tussen het leefloon, een werkloosheidsuitkering, een ziekte-uitkering, het minimumpensioen en het minimumloon. Zoals armoedespecialist Ive Marx maandag in Terzake beargumenteerde: 'Niet enkele verdiepingen, maar het hele huis moet omhoog.'Volgens een onderzoek uit 2015 van onder meer Bea Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen, zou de kostprijs van die verhoging drieënhalve procent van het bruto binnenlands product bedragen. Een enorm bedrag dat ongeveer even hoog ligt als de totale kost van de vergrijzing. Daarom was het volgens Cantillon slechts een kwestie van tijd voor 'de maskers zouden afvallen'. 'Eerst en vooral vind ik - in tegenstelling tot anderen - het wel erg nuttig en noodzakelijk dat zulke doelstellingen in het regeerakkoord worden opgenomen. Zowel de laagste lonen als de sociale minima zijn voor een rijke samenleving als de onze onbetamelijk laag. Daar moet absoluut iets aan gebeuren', aldus Cantillon.Daarmee was deze regering het aan het begin van haar legislatuur in ieder geval eens. In het regeerakkoord staat immers letterlijk dat van diegenen die een sociale uitkering genieten, niemand uit de boot mag vallen. 'De regering zal geleidelijk de minimum sociale zekerheidsuitkeringen en de sociale bijstandsuitkeringen tot het niveau van de Europese armoededrempel optrekken', klinkt het. Bovendien noemde Antwerps burgemeester en partijvoorzitter Bart de Wever (N-VA) op het partijcongres van 2014 een verhoging van de laagste pensioenen en de leeflonen tot boven de Europese armoedegrens niet meer dan een kwestie van fatsoen.Cantillon hekelt dan ook dat de regering de daad niet bij het woord heeft gevoegd: 'Als deze regering zulke beloftes maakt, moet ze op voorhand wel goed nadenken hoe ze dat in de praktijk wil omzetten. Het vergt een enorme inspanning die zelfs groter is dan de tax shift. Daarvoor is er natuurlijk wel een duidelijk stappenplan nodig. Maar zo'n plan heeft nooit op tafel gelegen, de regering heeft simpelweg nagelaten om er werk van te maken.'Dat Demir zegt dat armoedebestrijding nog een van de topprioriteiten van deze regering is, is volgens Cantillon pertinent onwaar. 'Het kan immers geen prioriteit zijn, net omdat het plan ontbreekt. Frank Vandenbroucke daarentegen introduceerde in 2000 nog de erg waardevolle werkbonus waarmee we een enorme inhaalbeweging hebben gemaakt', aldus Cantillon.'Dat is waar het deze regering aan ontbreekt. De maskers zijn simpelweg afgevallen. Ik hoop dat de regering nu eindelijk begint na te denken waarom ze haar beloftes niet heeft kunnen nakomen. Dit is het bewijs dat het armoedebeleid van deze regering finaal is mislukt.' Cantillon doet zelf enkele voorstellen die ervoor kunnen zorgen dat de sociale minima en de laagste lonen wel omhoog (hadden) kunnen gaan. 'Men had de werkbonus verder moeten versterken, laaggeschoold werk moeten subsidiëren en inzetten op jobs aan de onderkant van de arbeidsmarkt door selectieve lastenverlagingen en door de sociale economie te versterken.''Bovendien kent België een heel breed systeem van sociale toeslagen, denk maar aan het openbaar vervoer, nutsvoorzieningen, cultuurcheques ... Als je die toeslagen allemaal optelt, dan kom je heel dicht in de buurt van de Europese armoedegrens. Het probleem is echter dat veel mensen niet weten dat zulke toeslagen bestaan waardoor ze die rechten ook niet kunnen uitputten. Het is een grote poespas waar niemand nog aan uitgeraakt. Dat systeem moeten we dringend rationaliseren.''Ik ben aan het begin van deze regering ontboden op het kabinet van toenmalig staatssecretaris voor armoedebestrijding Elke Sleurs. Ik heb haar toen uitgelegd dat de ambitie om de uitkeringen op te trekken niet haalbaar was in het kader van het huidige regeerakkoord. Dat die ambitie nu wordt verlaten, stond in de sterren geschreven. Men heeft in de regering simpelweg niet door dat je dit niet oplost door een nachtje te onderhandelen', aldus Cantillon.