De Croo zetelt inmiddels 51 jaar in een parlement. Als de oud-minister en Kamervoorzitter lang genoeg zou leven om alle schijven te ontvangen, zou hij naar eigen zeggen recht hebben op 376.000 euro, en dat belast aan 50 procent.

Door het vertrek van CD&V-kopstukken Jo Vandeurzen en Pieter De Crem uit de nationale politiek is de discussie over de uittredingsvergoedingen van volksvertegenwoordigers opnieuw opgelaaid.

'Ik heb vandaag beslist dat ik dat niet ga opnemen. Ik ga dat geld laten staan voor de anderen', meldde De Croo in Terzake. De liberaal stelt zich tevreden met het pensioen. 'Ik ben 81 jaar. Het zou voor mij een soort schoonheidsvlek op mijn politiek gelaat zijn mocht ik zeggen: ik ga die enkele honderdduizenden euro's meenemen.'

Dat betekent niet dat De Croo gekant is tegen het principe van een 'beperkte' uittredingsvergoeding. 'Als je nog jonge mensen wil hebben, moet je ook zien dat ze een adaptatievergoeding krijgen', stelde hij.

Door het vertrek van CD&V-kopstukken Jo Vandeurzen en Pieter De Crem uit de nationale politiek is de discussie over de uittredingsvergoedingen van volksvertegenwoordigers opnieuw opgelaaid. Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans toonde zich eerder op woensdag al bereid om de discussie over de uittredingsvergoedingen voor parlementsleden te heropenen.

Hoogste van West-Europa

De uittredingsregeling voor Belgische politici is gunstiger dan die van collega-politici in de andere West-Europese landen, blijkt uit een vergelijking die De Tijd donderdag maakt. Parlementsleden die al lang in het parlement zetelen, kunnen in ons land tot 4 jaar loon - of 467.000 euro bruto - als uittredingsvergoeding krijgen. Voor wie pas na 2014 in het Vlaams Parlement of de Kamer werd verkozen, is dat maximaal twee jaar loon of 234.000 euro bruto.

In Nederland, Frankrijk en Duitsland liggen de uittredingsvergoedingen in de lijn van de Belgische regeling van na 2014, maar worden de vergoedingen ingeperkt als de parlementsleden andere inkomsten hebben. In ons land is de uittredingsvergoeding alleen onverenigbaar met een pensioen. In het Verenigd Koninkrijk blijft de vergoeding beperkt tot zes maanden loon, in Luxemburg tot drie.

De Croo zetelt inmiddels 51 jaar in een parlement. Als de oud-minister en Kamervoorzitter lang genoeg zou leven om alle schijven te ontvangen, zou hij naar eigen zeggen recht hebben op 376.000 euro, en dat belast aan 50 procent.'Ik heb vandaag beslist dat ik dat niet ga opnemen. Ik ga dat geld laten staan voor de anderen', meldde De Croo in Terzake. De liberaal stelt zich tevreden met het pensioen. 'Ik ben 81 jaar. Het zou voor mij een soort schoonheidsvlek op mijn politiek gelaat zijn mocht ik zeggen: ik ga die enkele honderdduizenden euro's meenemen.'Dat betekent niet dat De Croo gekant is tegen het principe van een 'beperkte' uittredingsvergoeding. 'Als je nog jonge mensen wil hebben, moet je ook zien dat ze een adaptatievergoeding krijgen', stelde hij. Door het vertrek van CD&V-kopstukken Jo Vandeurzen en Pieter De Crem uit de nationale politiek is de discussie over de uittredingsvergoedingen van volksvertegenwoordigers opnieuw opgelaaid. Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans toonde zich eerder op woensdag al bereid om de discussie over de uittredingsvergoedingen voor parlementsleden te heropenen.De uittredingsregeling voor Belgische politici is gunstiger dan die van collega-politici in de andere West-Europese landen, blijkt uit een vergelijking die De Tijd donderdag maakt. Parlementsleden die al lang in het parlement zetelen, kunnen in ons land tot 4 jaar loon - of 467.000 euro bruto - als uittredingsvergoeding krijgen. Voor wie pas na 2014 in het Vlaams Parlement of de Kamer werd verkozen, is dat maximaal twee jaar loon of 234.000 euro bruto.In Nederland, Frankrijk en Duitsland liggen de uittredingsvergoedingen in de lijn van de Belgische regeling van na 2014, maar worden de vergoedingen ingeperkt als de parlementsleden andere inkomsten hebben. In ons land is de uittredingsvergoeding alleen onverenigbaar met een pensioen. In het Verenigd Koninkrijk blijft de vergoeding beperkt tot zes maanden loon, in Luxemburg tot drie.