'Doe kleren aan die naar sigaretten mogen ruiken', raadden collega's ons aan wanneer ze horen dat we bij Herman Brusselmans op bezoek gingen. Hoewel de schrijver fors geminderd is met roken voor zijn vriendin, onderbrak hij het interview toch een aantal keer om een nieuwe sigaret op te steken.

Heimat

Brusselmans is een telg van twee veehandelaars uit Hamme. Hoewel zijn broer ook een poging heeft gedaan aan de universiteit, is hij de eerste van zijn familie met een universitair diploma. 'Mijn ouders hebben zich van mijn studies nooit veel aangetrokken. Het waren fantastische mensen, maar van een andere generatie. Ze zaten in een harde branche en moesten dag en nacht werken. We hadden thuis geen boeken. Toch waren ze trots dat een van hun zonen een diploma had', klinkt het.

Ik heb te veel dierenleed gezien.

Veehandelaar wilde hij nooit worden. 'Ik heb te veel dierenleed gezien. Op mijn tiende al wilde ik uit dat milieu van slachthuizen en veemarkten, maar dan kan je het moeilijk thuis aftrappen. Soms vraag ik me af hoe mijn leven eruit had gezien als mijn vader een chirurg was en mijn moeder een professor. Wat als ik helemaal anders opgevoed was?'

De schrijver noemt zichzelf meer een man van de alfawetenschappen dan een bètaman, wat voor hem zijn studierichting Taal- en Letterkunde Nederlands-Engels verklaart. In zijn retoricajaar hadden ze Brusselmans aangeraden om onderwijzer te worden, maar toch is hij niet aan Germaanse filologie begonnen met dat beroep in gedachten. 'Ik was meer bezig met voetbal en drummen dan met literatuur. Ik wilde professioneel voetballer worden.' Die droom moest Brusselmans opbergen omdat zijn voetbalcarrière niet te combineren viel met zijn studies en hij het voetbalmilieu intellectueel te beperkt vond. Brusselmans beweert nooit spijt gehad te hebben van iets, in alle bescheidenheid natuurlijk. 'Wat gebeurt, gebeurt. Zeker als je weloverwogen beslissingen neemt.'

Selin Bakistanli
© Selin Bakistanli

'Vier rare gasten'

Het aantal vrienden tijdens zijn universiteitsjaren kon Brusselmans op twee handen tellen. Zo waren studentenclubs niets voor hem. 'Ik kan me inbeelden dat mensen zich lieten dopen en ontgroenen om erbij te horen, maar ik ben nooit iemand geweest die ergens bij wilde horen. Ik functioneer niet echt in groep. Het is niet vreemd dat ik geëindigd ben als schrijver. Die hebben hoogstens contact met redacteurs en uitgevers.'

Zijn eerste vriendengroepje beschrijft hij als 'vier rare gasten'. 'We waren een soort cabaretgroep, eigenlijk. Iedere dag op de banken van de Blandijn hangen tot het café opende. Discussiëren en een beetje literair bezig zijn met woordspelingen en zo. De anderen hebben hun diploma nooit gehaald. In mijn tweede jaar leerde ik mijn beste vriend kennen. Voor de rest had ik weinig vrienden of kennissen. Ik ben nog steeds heel teruggetrokken. Ik drink al vijfentwintig jaar niet meer, dus een sociaal leven op café is niet meer aan mij besteed.'

Hij leverde wel geregeld bijdragen aan studentenbladen, bijvoorbeeld aan de Germaniak, het tijdschrift van zijn studierichting. 'Ik schreef onder diverse schuilnamen, waaronder "G.H.L. Bustenhouwer" en "Herman Frodiet", de woordspeling van de eeuw. We moesten opletten met schrijven onder onze eigen naam. Tom Lanoye heeft ooit nog zware problemen gehad met een artikel over Ada Deprez, een professor Nederlandse literatuur. Dat artikel had de titel 'Ada, spring in uw Lada' (Lada is een Russisch automerk, nvdr.).'

Sossen

Brusselmans houdt van polemiek en probeert met zijn werk te provoceren. Tot zijn ongenoegen wordt er niet genoeg - althans volgens hem - op gereageerd. 'Ik heb zin om zaken in de literatuur uit te schijten, maar er komt geen reactie op. Dat is geen leuk spel, .' Dat is tevens iets wat hij apprecieert aan politici als Bart De Wever. 'De meeste politiekers zeggen heel omfloerst niets. Bart De Wever durft tenminste iets zeggen. De Wever noemt joden bijvoorbeeld minder assertief, agressief of offensief dan moslims. Dat zijn uitspraken die je dubbel kan opvatten en waarover je kan nadenken of discussiëren. Het Vlaams Belang zegt gewoon: "Alle buitenlanders buiten". Daar kan je niet over discussiëren, dat is gewoon bullshit.'

Ik heb zin om zaken in de literatuur uit te schijten, maar er komt geen reactie op.

Maar Brusselmans stoort zich ook aan typisch links. "De Morgen geeft bijvoorbeeld enorm veel stemmen aan mensen van allochtone afkomst, maar dat is allemaal preken voor eigen kerk. Links zegt wat er niet klopt, maar pakt de problemen niet aan. Socialisten ook, wat zijn we ermee? Dat ze eens uitspraken doen waar ook echte discussies door op gang komen."

'Maanden aan mijn thesis schrijven beviel mij'

Anders dan het gros van de studenten, beviel het schrijven van zijn masterproef hem het meest aan zijn universitaire studies. Dit stuwde hem ook in de richting van de literatuur en het schrijven zelf. 'Ik heb mijn thesis geschreven over Jan Emiel Daele. Dat was een schrijver van 37 die zijn zwangere vrouw doodschoot, en daarna zichzelf. Met een kindje van twee jaar in de kamer daarnaast. Die figuur intrigeerde mij, hoewel hij eigenlijk een hele slechte schrijver was. De man wilde overal bijhoren en werd alleen aanvaard omdat hij, vreemd genoeg, een ongelooflijk mooie vrouw had. Dat was uiteindelijk ook de reden waarom hij haar vermoord heeft: ze was zwanger van iemand anders. Met zijn dood was zijn oeuvre dus ook afgesloten. Omdat hij een derderangsschrijver was, had niemand er ooit een thesis over geschreven. Maanden aan een stuk schrijvend werken beviel mij zodanig dat ik dat voor de rest van mijn leven wilde doen.'

Selin Bakistanli
© Selin Bakistanli

All male panel

We konden het niet laten om te polsen naar Brusselmans' mening over all male panels. Hij laat ons snel weten dat zoiets niet meer van deze tijd is. 'In een panel moeten mannen en vrouwen zitten. Een paar maanden geleden werd ik in de AB uitgenodigd voor een avond over debutanten in de literatuur. Als ancien mocht ik uitleggen hoe dat allemaal in zijn werk gaat. Er waren zeven debutanten, allemaal vrouwen. Dat is ook bullshit. In 2017 debuteerden 25 auteurs in Vlaanderen, 16 vrouwen en 9 mannen. Vraag dan op zijn minst één of twee mannen.' Hij erkent wel dat er nog werk is aan de representatie van de vrouw. 'Gisteren keken we naar Gevoel voor Tumor, een nieuwe Vlaamse reeks. Je zag dat alle hoofdrollen weer mannelijk waren, en de vrouwelijke bijrollen vooral secretaresses enzovoorts waren.'

Toch relativeert Brusselmans tezelfdertijd de recente hetze rond Damso. 'Men baseert zich op teksten van andere nummers. Wie weet had hij een WK-nummer geschreven dat wel vrouwvriendelijk was? Sowieso, vrouwonvriendelijkheid in de hiphop... Je moet die teksten eens goed lezen, volgens mij zit daar veel parodie en sarcasme in. Rappers zetten personages neer.'

'Doe kleren aan die naar sigaretten mogen ruiken', raadden collega's ons aan wanneer ze horen dat we bij Herman Brusselmans op bezoek gingen. Hoewel de schrijver fors geminderd is met roken voor zijn vriendin, onderbrak hij het interview toch een aantal keer om een nieuwe sigaret op te steken.Brusselmans is een telg van twee veehandelaars uit Hamme. Hoewel zijn broer ook een poging heeft gedaan aan de universiteit, is hij de eerste van zijn familie met een universitair diploma. 'Mijn ouders hebben zich van mijn studies nooit veel aangetrokken. Het waren fantastische mensen, maar van een andere generatie. Ze zaten in een harde branche en moesten dag en nacht werken. We hadden thuis geen boeken. Toch waren ze trots dat een van hun zonen een diploma had', klinkt het.Veehandelaar wilde hij nooit worden. 'Ik heb te veel dierenleed gezien. Op mijn tiende al wilde ik uit dat milieu van slachthuizen en veemarkten, maar dan kan je het moeilijk thuis aftrappen. Soms vraag ik me af hoe mijn leven eruit had gezien als mijn vader een chirurg was en mijn moeder een professor. Wat als ik helemaal anders opgevoed was?'De schrijver noemt zichzelf meer een man van de alfawetenschappen dan een bètaman, wat voor hem zijn studierichting Taal- en Letterkunde Nederlands-Engels verklaart. In zijn retoricajaar hadden ze Brusselmans aangeraden om onderwijzer te worden, maar toch is hij niet aan Germaanse filologie begonnen met dat beroep in gedachten. 'Ik was meer bezig met voetbal en drummen dan met literatuur. Ik wilde professioneel voetballer worden.' Die droom moest Brusselmans opbergen omdat zijn voetbalcarrière niet te combineren viel met zijn studies en hij het voetbalmilieu intellectueel te beperkt vond. Brusselmans beweert nooit spijt gehad te hebben van iets, in alle bescheidenheid natuurlijk. 'Wat gebeurt, gebeurt. Zeker als je weloverwogen beslissingen neemt.'Het aantal vrienden tijdens zijn universiteitsjaren kon Brusselmans op twee handen tellen. Zo waren studentenclubs niets voor hem. 'Ik kan me inbeelden dat mensen zich lieten dopen en ontgroenen om erbij te horen, maar ik ben nooit iemand geweest die ergens bij wilde horen. Ik functioneer niet echt in groep. Het is niet vreemd dat ik geëindigd ben als schrijver. Die hebben hoogstens contact met redacteurs en uitgevers.'Zijn eerste vriendengroepje beschrijft hij als 'vier rare gasten'. 'We waren een soort cabaretgroep, eigenlijk. Iedere dag op de banken van de Blandijn hangen tot het café opende. Discussiëren en een beetje literair bezig zijn met woordspelingen en zo. De anderen hebben hun diploma nooit gehaald. In mijn tweede jaar leerde ik mijn beste vriend kennen. Voor de rest had ik weinig vrienden of kennissen. Ik ben nog steeds heel teruggetrokken. Ik drink al vijfentwintig jaar niet meer, dus een sociaal leven op café is niet meer aan mij besteed.'Hij leverde wel geregeld bijdragen aan studentenbladen, bijvoorbeeld aan de Germaniak, het tijdschrift van zijn studierichting. 'Ik schreef onder diverse schuilnamen, waaronder "G.H.L. Bustenhouwer" en "Herman Frodiet", de woordspeling van de eeuw. We moesten opletten met schrijven onder onze eigen naam. Tom Lanoye heeft ooit nog zware problemen gehad met een artikel over Ada Deprez, een professor Nederlandse literatuur. Dat artikel had de titel 'Ada, spring in uw Lada' (Lada is een Russisch automerk, nvdr.).'Brusselmans houdt van polemiek en probeert met zijn werk te provoceren. Tot zijn ongenoegen wordt er niet genoeg - althans volgens hem - op gereageerd. 'Ik heb zin om zaken in de literatuur uit te schijten, maar er komt geen reactie op. Dat is geen leuk spel, hé.' Dat is tevens iets wat hij apprecieert aan politici als Bart De Wever. 'De meeste politiekers zeggen heel omfloerst niets. Bart De Wever durft tenminste iets zeggen. De Wever noemt joden bijvoorbeeld minder assertief, agressief of offensief dan moslims. Dat zijn uitspraken die je dubbel kan opvatten en waarover je kan nadenken of discussiëren. Het Vlaams Belang zegt gewoon: "Alle buitenlanders buiten". Daar kan je niet over discussiëren, dat is gewoon bullshit.'Maar Brusselmans stoort zich ook aan typisch links. "De Morgen geeft bijvoorbeeld enorm veel stemmen aan mensen van allochtone afkomst, maar dat is allemaal preken voor eigen kerk. Links zegt wat er niet klopt, maar pakt de problemen niet aan. Socialisten ook, wat zijn we ermee? Dat ze eens uitspraken doen waar ook echte discussies door op gang komen."Anders dan het gros van de studenten, beviel het schrijven van zijn masterproef hem het meest aan zijn universitaire studies. Dit stuwde hem ook in de richting van de literatuur en het schrijven zelf. 'Ik heb mijn thesis geschreven over Jan Emiel Daele. Dat was een schrijver van 37 die zijn zwangere vrouw doodschoot, en daarna zichzelf. Met een kindje van twee jaar in de kamer daarnaast. Die figuur intrigeerde mij, hoewel hij eigenlijk een hele slechte schrijver was. De man wilde overal bijhoren en werd alleen aanvaard omdat hij, vreemd genoeg, een ongelooflijk mooie vrouw had. Dat was uiteindelijk ook de reden waarom hij haar vermoord heeft: ze was zwanger van iemand anders. Met zijn dood was zijn oeuvre dus ook afgesloten. Omdat hij een derderangsschrijver was, had niemand er ooit een thesis over geschreven. Maanden aan een stuk schrijvend werken beviel mij zodanig dat ik dat voor de rest van mijn leven wilde doen.'We konden het niet laten om te polsen naar Brusselmans' mening over all male panels. Hij laat ons snel weten dat zoiets niet meer van deze tijd is. 'In een panel moeten mannen en vrouwen zitten. Een paar maanden geleden werd ik in de AB uitgenodigd voor een avond over debutanten in de literatuur. Als ancien mocht ik uitleggen hoe dat allemaal in zijn werk gaat. Er waren zeven debutanten, allemaal vrouwen. Dat is ook bullshit. In 2017 debuteerden 25 auteurs in Vlaanderen, 16 vrouwen en 9 mannen. Vraag dan op zijn minst één of twee mannen.' Hij erkent wel dat er nog werk is aan de representatie van de vrouw. 'Gisteren keken we naar Gevoel voor Tumor, een nieuwe Vlaamse reeks. Je zag dat alle hoofdrollen weer mannelijk waren, en de vrouwelijke bijrollen vooral secretaresses enzovoorts waren.'Toch relativeert Brusselmans tezelfdertijd de recente hetze rond Damso. 'Men baseert zich op teksten van andere nummers. Wie weet had hij een WK-nummer geschreven dat wel vrouwvriendelijk was? Sowieso, vrouwonvriendelijkheid in de hiphop... Je moet die teksten eens goed lezen, volgens mij zit daar veel parodie en sarcasme in. Rappers zetten personages neer.'