In de traditie van het Rode Leger (CSKA Moskou) en de Sovjet-spoorwegen (Lokomotiv Moskou) heeft ook Knack zijn naam aan een sportteam gegeven. Ons sponsorgeld wordt goed besteed. Al elf keer won Knack Roeselare de landstitel in de hoogste reeks van het volleybal, en ook dit seizoen voert de West-Vlaamse club trots het klassement aan. Dat is in niet geringe mate te danken aan de smashes van Hendrik Tuerlinckx. De kapitein van Roeselare, al dertien jaar de hoofdaanvaller van het team, verstaat de kunst om ballen onhoudbaar tegen de grond te meppen. 'Dat zijn mijn momenten van opperste geluk', vertelt Tuerlinckx. 'Een perfect getimede sprong, een doffe klap, en al weten dat je hebt gescoord nog voor de bal de vloer raakt. Vanuit mijn ooghoek zie ik de coach van de tegenpartij stomen omdat hij beseft dat het blok weer te laat komt. Genieten!'
...

In de traditie van het Rode Leger (CSKA Moskou) en de Sovjet-spoorwegen (Lokomotiv Moskou) heeft ook Knack zijn naam aan een sportteam gegeven. Ons sponsorgeld wordt goed besteed. Al elf keer won Knack Roeselare de landstitel in de hoogste reeks van het volleybal, en ook dit seizoen voert de West-Vlaamse club trots het klassement aan. Dat is in niet geringe mate te danken aan de smashes van Hendrik Tuerlinckx. De kapitein van Roeselare, al dertien jaar de hoofdaanvaller van het team, verstaat de kunst om ballen onhoudbaar tegen de grond te meppen. 'Dat zijn mijn momenten van opperste geluk', vertelt Tuerlinckx. 'Een perfect getimede sprong, een doffe klap, en al weten dat je hebt gescoord nog voor de bal de vloer raakt. Vanuit mijn ooghoek zie ik de coach van de tegenpartij stomen omdat hij beseft dat het blok weer te laat komt. Genieten!' Eén zaak remt dit seizoen de opmars van Knack Roeselare: het coronavirus teistert ook het Belgische volleybal. Zoals in alle sporten zijn toeschouwers al een tijd niet meer toegestaan en omdat vrij veel spelers besmet raakten, regent het ook afgelastingen. 'Het virus verspringt van team naar team en verspreidt zich zo over de hele liga', vertelt Tuerlinckx. Kras dat er zo veel besmettingen zijn, het volleybal is tenslotte geen contactsport. Hendrik Tuerlinckx: We raken elkaar misschien niet aan, maar acties aan het net blijven een risico. In volle inspanning verlies je zweet en speeksel, op een meter van je tegenstander. Ik pleit voor mondmaskers tijdens de match. De grote sportmerken verkopen aangepaste maskers die goed blijven zitten. Bij Roeselare trainen we ermee. Aangenaam is het niet, maar je went eraan. Hoe is het om in een lege zaal te spelen? Tuerlinckx: De lastigste matchen zijn die waarin het gemakkelijk gaat. Een blote 0-3 in een lege zaal: niet vanzelfsprekend om dan gefocust te blijven. Tijdens een spannende match neemt je focus het over. Het gebeurt dat ik een punt scoor, me omdraai om te vieren met de fans, en dan pas besef dat er niemand zit. Het is traditie dat spelers elkaar na ieder punt kort oppeppen. Vandaag zie je zulke huddles verschrikt uiteenstuiven. Tuerlinckx: Gelukkig is er altijd wel één speler die op tijd doorheeft: 'Ho, mannen, mag niet!' Die peptalks zijn ingebakken. Erg moeilijk om af te leren. Het bizarre is: sinds de crisis is onze spelersgroep hechter dan ooit. Bij andere teams schijnt dat ook zo te zijn. Je ziet niemand behalve je ploegmaats en je geniet van ieder menselijk contact. Ik ben zo blij dat we opnieuw mogen spelen. De eerste lockdown was een lijdensweg. Je zit thuis, je kunt niks, op de sofa vóél je je spieren wegkwijnen. Dan liever de opofferingen van nu, ook al heb ik mijn ouders of vrienden sinds maart amper gezien. Volleyballers zijn op tijdelijke werkloosheid teruggevallen. Zijn er spelers in de problemen geraakt? Jullie verdienen geen kapitalen. Tuerlinckx: Daar wordt niet openlijk over gepraat, maar het kan bijna niet anders. Speel hier maar eens als jonge buitenlander zonder spaarpot, wanneer plots je loon wegvalt. Zelf heb ik vorig seizoen 35 procent minder verdiend dan ik had verwacht. Niet onoverkomelijk - ik ben al een hele tijd prof - maar zoiets komt toch binnen. Pieter Coolman, onze middenblokker, had juist een fitnesszaak geopend... Moeilijke tijden. Volgens de geruchtenmolen wachtte u een lucratieve transfer naar het Midden-Oosten voor het virus toesloeg. Tuerlinckx: Daar was sprake van, ja. Ik weet niet of ik er uiteindelijk mee zou hebben doorgezet. Corona maakte de keuze eenvoudig, maar Roeselare verlaten zou sowieso lastig geweest zijn. Ik voel me hier gewaardeerd. De club biedt standvastigheid en zekerheid. Dat klinkt niet sexy, maar voor mij is het belangrijk. Ik ben drieëndertig. Nu nog vertrekken zou ik alleen doen voor een aanbod dat financieel te mooi is om te weigeren. Om sportief nog hoge toppen te scheren, had ik vroeger mijn biezen moeten pakken. Misschien zal dat na mijn carrière wel knagen: heb ik het niet te voorzichtig aangepakt? Drieëndertig: het is voor atleten vaak een kantelpunt. Voelt u de jaren? Tuerlinckx: Vroeger kon ik de zaal binnenkomen en in principe zonder opwarming een knalmatch spelen. Zodra ik de dertig gepasseerd was, was dat voorbij. Ik ervaar dat ik mezelf beter moet verzorgen om hetzelfde niveau te halen. Ik recupereer ook veel moeizamer. Ik ben de legendarische Ivan Contreras (de Mexicaanse topspeler die tien jaar voor Roeselare speelde, nvdr) dankbaar: hij heeft me geleerd om streng te zijn voor mezelf. Veel rusten, je alcoholgebruik beperken. Als je een lange carrière wilt, geven zulke zaken de doorslag. Niet alle sporters kunnen zo strikt zijn voor zichzelf. In een relaxte houding ligt bij sommigen net hun kracht. Tuerlinckx: Dat is zo. Ik heb volleyballers gekend die de dag voor de match een fles rode wijn soldaat maken en nog altijd de pannen van het dak spelen. Knap, maar als ze dan slecht presteren, spreek ik hen daar wel op aan. Zo zit ik in elkaar. Ik zoek mijn ontspanning niet in uitbundigheid maar in gewoontes. Voor iedere match eet ik pasta met gehaktballen. Een redelijke sportmaaltijd. Veel koolhydraten. Voor élke match? Tuerlinckx: Het smaakt me nog altijd! (lacht) Die spaghetti meatballs is in de eerste plaats een ritueel: verstand op nul, je moet tenminste al niet meer kiezen wat je gaat koken. En het is ook niet zo dat ik me zonder die pasta maar een halve speler voel. Bij Europese verplaatsingen eet ik gewoon wat de pot schaft. Roeselare heeft dit seizoen nog niet verloren. Zijn jullie een maatje te groot voor België? Tuerlinckx: Wat een gevaarlijke vraag! Ik zal diplomatisch antwoorden: ik heb het gevoel dat het team versterkt is en heb vertrouwen in een goed seizoen. (lacht)We moeten oppassen dat we tegen de lente niet uitgeblust zijn. Dat is de val, hè: vandaag alles winnen en in de play-offs moeten afhaken. Dan sta je nog met lege handen. Greenyard Maaseik wordt opnieuw de grote concurrent. Leeft er vijandschap tussen die twee clubs, die elkaar altijd weer tegenkomen? Tuerlinckx: Nee, het volleybal is een beschaafde sport. In heel mijn carrière kan ik me twee minieme incidentjes herinneren, meer niet. De rivaliteit wordt niet op de spits gedreven. De laatste titelwinst van Knack Roeselare dateert intussen al van 2017. Voelt u dat in de club? Tuerlinckx: Druk vanuit het bestuur bestaat niet bij Roeselare. Hier geen voorzitter die woest de kleedkamer binnenstormt of zo, maar de spelersgroep heeft dat niet nodig om hongerig te zijn. Het zijn oude koeien, maar in 2018 is Roeselare bestolen. Dat jaar hadden wij altijd de titel moeten pakken. Ook dit jaar voelden we ons het sterkste team, maar toen werd de competitie afgeblazen zonder kampioen. Nu zitten we dus drie jaar zonder titel. Te lang voor Knack. Volgende week organiseert Roeselare een mini-Champions League-toernooi dat op één plek wordt gehouden om reizen tijdens de pandemie te vermijden. Zijn de grote Italiaanse of Poolse clubs blij wanneer ze Knack loten? Tuerlinckx: Dat zou dom zijn, want wij zijn al jaren een vaste waarde in de Champions League. We stunten ieder seizoen minstens één keer tegen een topteam. De Belgische competitie staat niet op het niveau van de Italiaanse, de Poolse of de Russische, maar er passeren hier wel spelers die de absolute top in zich hebben. Ze verkiezen het gewoonweg om eerst te rijpen in België. Het enige verschil tussen Belgische topclubs en de Europese top is geld. Hier wordt even hard getraind en even professioneel gewerkt. Uw ouders hadden een drukkerij. Was het de bedoeling dat u het familiebedrijf zou overnemen? Tuerlinckx: Mijn vader wilde dat graag, maar ik heb al vroeg duidelijk gemaakt dat mijn dromen elders lagen. Daar is nooit ruzie over geweest, ook omdat ik de deur niet helemaal heb gesloten. Ik studeerde grafische technieken: voor mij was dat plan B. Toen ik doorbrak in het volleybal, heb ik mijn vader voor een voldongen feit gesteld. Voor ik bij Knack Roeselare tekende, kende mijn pa mijnheer Rik (Rik De Nolf, bestuursvoorzitter bij Knack-uitgever Roularta, nvdr) al goed: ze hadden samen zakengedaan. Intussen is Drukkerij Tuerlinckx in vereffening gegaan. We geven nog wel Imago Magazine uit, dat je in de wachtkamers van dokters en advocaten vindt. Wordt Knack gelezen in de kleedkamer, of dient de sponsor hier alleen om de rekeningen te betalen? Tuerlinckx: Volleybal is een sport voor intellectuelen. (lacht) Wij bespreken de actualiteit en omdat onze sponsor een nieuwsmagazine is, spreekt het voor zich dat we daar onze kennis halen. De oudere spelers lezen Knack iedere week. Hoe kijkt u terug op het EK van 2019, het jeukende litteken van het Belgische volleybal? Tuerlinckx: Als de grootste ontgoocheling uit mijn carrière. Ik begrijp nog altijd niet waar het is misgegaan. We speelden een fantastisch groepsfase, Spanje en Duitsland bliezen we van het terrein. Ik had me nog nooit zo gedragen gevoeld door de fans. Het EK vond plaats in België, je voelde dat het echt begon te leven. In de kwartfinale wachtte ons Oekraïne - een haalbare kaart. Met een half oog keken we al naar een halve finale tegen Servië. De grote apotheose voor de Red Dragons leek op komst. Een vol Sportpaleis maakte zich klaar voor een knalprestatie tegen Oekraïne, maar plots stroomde de lucht weg uit de ploeg. Ik snap niet hoe of waarom, maar je voelde het al bij de eerste rally: 'Die haalbare tegenstander gaat ons uitschakelen!' De ochtend voor de kwartfinale had ik me geblesseerd. Aan de kant zitten, niet kunnen ingrijpen wanneer je voelt dat het misloopt: het was om dood te vallen. Ik smeekte de kinesist om me alsjeblieft in te tapen en me desnoods het veld op te dragen. Ik testte nog, maar bij iedere sprong schoot de pijn tot achter mijn oren. Puur sportief bekeken ben ik een belangrijke speler voor de Red Dragons, maar geen onmisbare. Mijn sterke punt is mijn enthousiasme. Het team had mij nodig en ik kon niks doen. Zo veel frustratie had ik nog nooit gevoeld. Valt dat nog recht te zetten? Tuerlinckx: Nu moet ik oppassen wat ik zeg. Er stond een fantastische lichting bij de nationale ploeg, maar die spelers worden ouder en kunnen geen interlandseizoen meer aan. Spelen voor de nationale ploeg betekent een dubbele kalender: niemand kan dat blijven volhouden. De Red Dragons hebben dringend jong bloed nodig, anders zullen ze afglijden. En dan luidt de conclusie dat wij op dat EK in eigen land ons moment hebben gemist. Tot slot: er circuleert in het volleybal een anekdote over viagra tijdens een competitiematch. U was naar verluidt ooggetuige. Tuerlinckx: Ja, om nooit te vergeten. Vlak voor een wedstrijd wenkte een speler van de tegenpartij me: 'Moet je horen wat mijn ploegmaat nu verzonnen heeft, Hendrik!' Blijkt dat die ploegmaat gehoord had dat viagra je een testosteronshot geeft. Een erectiepil valt niet onder de dopingwet, dus waarom niet? Het onvermijdelijke gebeurde. Volleyballers dragen nauwsluitende broekjes, en je kon er niet naast kijken wat die jongen overkwam. Naarmate meer en meer mensen de situatie doorhadden, zwol de hilariteit aan. Of die jongen er beter door volleybalde, heb ik niet gemerkt, daarvoor lag ik te zeer in een deuk. We hebben die match trouwens eenvoudig gewonnen. 3-0.