Het onderzoek, waaraan meer dan 11.000 kinderen en jongeren van 14 tot 25 jaar in het voorjaar van 2018 hebben deelgenomen bracht thema's in kaart zoals welbevinden, vrije tijd, diversiteit en politieke interesse.

Vooral met het oog op de komende verkiezingen van 26 mei is het interessant om even te kijken naar de politieke interesse van jongeren. Volgens de nieuwe JOP-monitor gaat meer dan 45 procent van de jongeren akkoord met de stelling 'ik ben niet geïnteresseerd in politiek'. Bijna de helft zegt weg te zappen indien er op televisie een politieke discussie wordt getoond. Slechts 26 procent geeft aan al eens iets over politiek te lezen. De interesse in de politiek neemt toe met de leeftijd, ligt hoger bij jongens, en veel hoger bij leerlingen uit het aso. De jongeren tonen zich niet happig om op hun 16 reeds een stem uit te brengen. Iets meer dan de helft van de jongeren (53,4 procent) steunt het stemmen op 16 niet, terwijl 44,4 procent aangeeft het idee van stemrecht te steunen (enkel wie dat wil). Slechts 2,1 procent is te vinden voor stemplicht.

Het onderzoek geeft verder aan dat bijna de helft van de jongeren (48,9 procent) meent dat politieke partijen vooral op zoek zijn naar stemmen veeleer dan meningen. Meer dan een derde van de Vlaamse jongeren (38,3 procent) vindt bovendien dat politici, eens ze verkozen zijn, zich te goed voelen voor mensen zoals zij. Één op de drie jongeren (33,8 procent) vindt dat politici zich uitsluitend moeten laten leiden door de mening van het volk. Een meerderheid van de jongeren (57,6 procent) vindt dat politici te veel praten en te weinig doen.

Meer vriendschappen

Jongeren rapporteren meer vriendschappen met personen van andere herkomst dan vijf jaar geleden. Vooral jongeren die schoollopen in de meer diverse grootstedelijke regio's zeggen dat ze meer vriendschappelijke relaties hebben met jongeren uit andere groepen dan in de meting van vijf jaar geleden. In de grootsteden is de houding ten aanzien van andere groepen significant beter, maar vooral ten aanzien van personen van Turkse en Marokkaanse herkomst is de houding duidelijk positiever in de grootsteden.

Een aantal sociale verschillen blijft pertinent aanwezig: meisjes staan positiever ten opzichte van zowat alle etnisch-culturele groepen; jongeren in het beroepsonderwijs stellen zich negatiever op ten aanzien van andere bevolkingsgroepen dan jongeren in de andere onderwijsvormen. Naarmate ze ouder worden, stellen jongeren zich meer open naar andere culturen.

De houding ten aanzien van andere culturen is tenslotte sterk gerelateerd aan de woonomgeving. Jongeren die schoollopen in een grootstad staan, ongeacht hun herkomst, over het algemeen positiever ten aanzien van andere culturen en met name ten aanzien van personen uit migratielanden. 'Ik ben blij dat vooral in de al meer diverse grootstedelijke regio's de vriendschapsbanden tussen jongeren van verschillende origine sterk toenamen en dat ook de houding ten aanzien van andere groepen positiever is', zegt minister Gatz.