In 2007, naar aanleiding van de toenmalige politieke crisis en de vastgelopen regeringsonderhandelingen, zei Francis Delpérée - niet zonder gevoel voor understatement - dat er 'un parfum de crise' in de lucht hing. Sindsdien lijkt het parfum nooit meer echt weg te zijn geweest uit de Belgische politiek en zijn de woorden van Delpérée tot het standaardlexicon van de Wetstraat gaan behoren. 'Patrick Dewael citeert die uitspraak te pas en te onpas', zegt Francis Delpérée met een lach in zijn zonnige dakappartement in Sint-Pieters-Woluwe.
...

In 2007, naar aanleiding van de toenmalige politieke crisis en de vastgelopen regeringsonderhandelingen, zei Francis Delpérée - niet zonder gevoel voor understatement - dat er 'un parfum de crise' in de lucht hing. Sindsdien lijkt het parfum nooit meer echt weg te zijn geweest uit de Belgische politiek en zijn de woorden van Delpérée tot het standaardlexicon van de Wetstraat gaan behoren. 'Patrick Dewael citeert die uitspraak te pas en te onpas', zegt Francis Delpérée met een lach in zijn zonnige dakappartement in Sint-Pieters-Woluwe. De rigoureuze maar populaire professor besloot kort voor de verkiezingen de CDH-Kamerlijst dan toch niet te duwen en op zijn 77e een punt achter zijn parlementaire carrière te zetten. De aanleiding was een inhoudelijk en persoonlijk conflict met lijsttrekker Georges Dallemagne, die in allerijl Joëlle Milquet had vervangen. Maar Delpérée blijft een veelgevraagd commentator, met name over institutionele aangelegenheden. Hij noemde het confederalisme ooit 'le fédéralisme pour les cons', voor idioten dus, maar pleit, net zoals zijn partijvoorzitter Maxime Prévot, voor een nieuwe staatshervorming, zolang die binnen de krijtlijnen van het federale België blijft. Zou u de huidige politieke toestand ook met 'un parfum de crise' omschrijven? Francis Delpérée: Ik maak me wel zorgen, ja. Sinds december 2018 zitten we met een ontslagnemende regering die niet meer over een meerderheid in de Kamer beschikt. En België nestelt zich comfortabel in die politieke crisis, alsof er niets aan de hand is. Op 1 december vertrekt premier Michel naar Europa, minister van Buitenlandse Zaken Reynders vertrekt al begin november. Maar niemand lijkt daar wakker van te liggen. Alsof België geen regering nodig heeft. En daarom pleit u, in afwachting van een volwaardige federale regering, ervoor om een voorlopige regering op de been te brengen, die wel de steun heeft van een meerderheid in het parlement en op korte termijn een aantal knopen doorhakt? Delpérée: Inderdaad. Ik zie dat Pieter Timmermans van het VBO nu het idee van een zogenoemde doorstartregering verdedigt: dat is precies hetzelfde. In de komende drie maanden moeten enkele dringende beslissingen worden genomen. Daarvoor heb je een regering nodig die meer is dan een regering van lopende zaken. Hoe ziet u dat, zo'n voorlopige regering of doorstartregering? Delpérée: De koninklijke informateurs Didier Reynders en Johan Vande Lanotte zeggen nu op de inhoud te werken. Ik zou zeggen: laat ze hun teksten rondsturen naar alle democratische partijen. En geef die partijen dan drie dagen om te antwoorden of ze de basis voor een gesprek kunnen vormen. Zodra die voorlopige regering in het zadel zit, kunnen parallel daaraan echte formatiegesprekken plaatsvinden. Een voorlopige regering zal uiteraard slechts een minimumprogramma uitvoeren - denk aan het opstellen van een begroting. Het is niet de bedoeling dat ze alle Belgische problemen voor de komende 50 jaar regelt. Maar is het realistisch om aan politieke partijen in een tijdelijke doorstartregering te vragen pijnlijke begrotingsmaatregelen te nemen? Delpérée:(haalt de schouders op) Nood breekt wet. De urgentie is groot. Ik stel ook voor dat die voorlopige regering een werkgroep zou oprichten om te bestuderen welke wijzigingen in 2024 kunnen worden aangebracht aan de werking van België - het federale België welteverstaan. Want het feit dat we er niet meer op een normale manier in slagen een federale regering te vormen, en dat we worden geconfronteerd met blokkeringen, oekazes en veto's, heeft ook te maken met onderliggende, structurele problemen in de organisatie van de Belgische staat. Aan welke wijzigingen denkt u dan? Delpérée: Aanpassingen aan de bevoegdheidsverdeling binnen België, en aanpassingen aan de overlegmechanismen tussen de verschillende beleidsniveaus. Het klimaatdossier is een goed voorbeeld. Klimaat is bij uitstek een probleem waarmee alle overheden, van hoog tot laag, te maken hebben. Dat vereist een gecoördineerd beleid en daar knelt het schoentje in België. Omdat alle beleidsniveaus op voet van gelijkheid worden behandeld, lukt samenwerking alleen als iedereen het eens is. Er is geen scheidsrechter, niemand die een besluit kan afdwingen. Het volstaat dus dat één iemand niet akkoord gaat om alles te blokkeren. De N-VA en andere Vlaamse partijen hebben zich afgelopen lente verzet tegen de herziening van artikel 7bis van de grondwet, die het mogelijk zou hebben gemaakt om een sterke klimaatwet aan te nemen. Ze waren bang dat dat afbreuk zou doen aan de bevoegdheden van de gewesten op het vlak van klimaat. Het gevolg is dat het Belgische klimaatbeleid ondermaats is. Zo kan het niet verder. We zullen regels moeten maken om op een gegeven moment te kunnen trancheren. Ziet u nog federale bevoegdheden die we zouden kunnen overhevelen naar de gewesten en gemeenschappen? Delpérée: Niet als het gaat over hele bevoegdheidspakketten. Want dan raak je aan het hart van België. Wat zit er nog federaal? De sociale zekerheid, justitie, buitenlandse zaken... In 1970 is men homogene bevoegdheidspakketten beginnen over te dragen: eerst cultuur, nadien onderwijs in al zijn dimensies. Vanaf 1980 is men veeleer als een kantklosser te werk gegaan, met nu eens een rechte en dan weer een averechte steek. Die of die bevoegdheid wordt overgeheveld, behalve die en die uitzonderingen - die blijven federaal. Of: deze bevoegdheid blijft federaal, behalve die en die uitzonderingen - die gaan naar de gewesten of de gemeenschappen. Dat heeft onze bevoegdheidsverdeling uiterst complex gemaakt. Daar zouden we wel wat aan kunnen doen. Preventieve zorg zit bij de gemeenschappen, curatieve zorg zit federaal: dat is niet logisch. Zijn de partijen voorbereid op een nieuwe communautaire ronde? Delpérée: De Franstalige partijen in elk geval helemaal niet. En bovendien: de verklaring tot herziening van de Grondwet die we voor de verkiezingen hebben goedgekeurd, is graatmager. Er is geen enkel institutioneel artikel in opgenomen. Vlaams formateur Jan Jambon (N-VA) zei: desnoods gaan we buiten de Grondwet om. Delpérée: Dat heb ik gehoord. Maar vraag niet aan een professor grondwettelijk recht om daarvoor te applaudisseren. Nog volgens de N-VA is België gewoon onbestuurbaar geworden en kunnen we daarom niet zomaar wat institutioneel finetunen, maar hebben we een heuse paradigmawissel nodig. Delpérée: Ik ben een man van het geschreven woord en heb aandachtig de besluiten gelezen van het N-VA-congres over confederalisme in 2014. Welnu, chapeau: Bart De Wevers eerlijkheid siert hem. Die besluiten zijn glashelder. Al vraag ik me soms af of alle leden van de N-VA ze zelf wel goed hebben gelezen. Hoezo? Delpérée: Soms hoor ik N-VA-politici aan een Franstalig publiek uitleggen dat hun confederalisme gewoon een extreme vorm van federalisme is. Dan denk ik: meer Franstaligen zouden die congresbesluiten eens ter hand moeten nemen. Want het gaat in het confederalisme van de N-VA wel degelijk om de totstandkoming van twee onafhankelijke staten, Vlaanderen en Wallonië. Die zullen elk hun eigen Grondwet krijgen en vervolgens een internationaal verdrag sluiten - en dus niet gewoon een samenwerkingsakkoord - over de aangelegenheden die ze nog samen willen regelen. Verdedigt de N-VA niet veeleer een Belgische variant van het confederalisme in strikte zin, waarbij Defensie, Buitenlandse Zaken en nog een paar andere zaken federaal blijven? Delpérée: De Wever zei vlak na de verkiezingen: 'Ik leg het confederalisme op tafel.' Hij weet toch wat een confederatie is? De man is geen idioot. Een confederatie is een staatsrechtelijke term die in heel de wereld op dezelfde manier wordt gebruikt. Toch wordt bij ons vaak een rookgordijn rond het begrip opgetrokken. Soms uit onwetendheid, vaker uit machiavellisme. Confederalisme is immers een prima woord om je project te verkopen aan mensen die wel federalisme, maar geen separatisme willen. Het zijn toch maar drie letters verschil, en dus denkt men al snel dat federalisme en confederalisme ongeveer hetzelfde betekenen. En die machiavellisten kunnen in het publieke debat rekenen op heel wat naïeve helpers, die het confederalisme blijven voorstellen als een verregaand federalisme. Sommigen spreken zelfs van 'hyperfederalisme'. Volgens de Franstalige historicus Hervé Hasquin is België tot op zekere hoogte al een confederatie. Delpérée: Hasquin vergist zich. Ik denk trouwens dat onze historici, zowel de Vlaamse als de Franstalige, wat meer aandacht zouden mogen besteden aan wat het confederalisme in België heeft betekend. We hebben hier namelijk al eens confederalisme gehad, in 1790, met de Verenigde Nederlandse Staten, een confederatie van de Zuidelijke Nederlanden waarin elke provincie - zo stond het in het charter van de Brabantse Revolutie - soeverein, vrij en onafhankelijk was, en alle bevoegdheden uitoefende die niet uitdrukkelijk aan de confederatie waren toevertrouwd. En welke bevoegdheden regelden ze samen in die confederatie? Defensie, internationale relaties en de munt. Misschien heeft Bart De Wever daar de mosterd gehaald? Delpérée: Wie weet. Maar die constructie heeft zes maanden standgehouden. Je hoort gek genoeg nooit iemand praten over dat mislukte experiment. Als ik een hedendaags vergelijkingspunt zoek voor wat de N-VA nu met België wil, dan denk ik aan de Benelux. Drie onafhankelijke en soevereine staten, die samenwerken in een internationale organisatie die is opgericht bij verdrag, en waarin je een parlementaire raad hebt, met parlementariërs uit de drie landen, een ministercomité en een Hof van Justitie. Dat is volgens mij ongeveer het model dat De Wever met zijn confederalisme voor ogen heeft. Want de N-VA kan dan wel zeggen: 'België zal nog een parlement en ministers hebben', maar dat heb je soms ook in internationale organisaties. Eigenlijk zal er van België niets overblijven en is het confederalisme van de N-VA gewoon synoniem met separatisme. Wat met het nooit uitgevoerde artikel 35, dat stelt dat alle bevoegdheden die niet uitdrukkelijk aan de federale overheid zijn toegewezen, naar de deelstaten gaan? Komen we daarmee uit de impasse? Delpérée: Nee. Ik heb daarover ooit een artikel geschreven met professor André Alen, de huidige voorzitter van het Grondwettelijk Hof. Daarin legden we uit dat artikel 35 heel moeilijk in de praktijk te brengen is, want het veronderstelt om te beginnen een grondwetsherziening. Daarmee zitten we dus sowieso al na 2024. Maar nog fundamenteler: als je de lijst begint te maken van uitsluitend federale bevoegdheden en je zegt dat al de rest per definitie de deelstaten toekomt, dan wordt de lijst heel erg kort. Wat houdt de federale overheid dan nog over? Internationale relaties? Nee, want de gewesten en gemeenschappen hebben op dat vlak ook bevoegdheden. Justitie? Nee, om dezelfde reden. Zelfs de sociale zekerheid is niet exclusief federaal. Wat hebben we dan nog? Defensie. De uitvoering van artikel 35 dreigt dus de indruk te geven dat de federale staat niet meer bestaat en leidt rechtstreeks naar de splitsing van het land. Artikel 35 is in feite een hypocriete manier om richting separatisme te gaan. Het is dan ook niet voor niets in de ijskast gestopt. Wordt de vorming van de federale regering niet extra bemoeilijkt door de keuze van het CDH voor de oppositie? Delpérée: Het CDH heeft sinds de verkiezingen nog maar vijf zetels over in de Kamer. Wat de partij doet, maakt dus maar heel weinig uit. De oppositie is volgens mij de enige optie, want een herbronning is absoluut nodig. Moet er een federale regering komen met een meerderheid in elke taalgroep? Delpérée: Een regering moet om te beginnen over een meerderheid beschikken. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is het tegenwoordig niet meer. In Wallonië is de mogelijkheid van een klaprooscoalitie geopperd, die geen meerderheid had in het Waals Parlement. Zoals gezegd lijkt niemand eraan te tillen dat de regering van lopende zaken geen parlementaire meerderheid achter zich heeft. Politicoloog Vincent de Coorebyter schreef vorige week zelfs in Le Soir dat een minderheidsregering weleens béter zou kunnen zijn dan een meerderheidsregering, want democratischer. Zo'n regering moet immers voor elke maatregel steeds op zoek naar brede compromissen. Ik vind dat onzin. In een democratie moeten partijen die willen besturen kunnen steunen op een meerderheid in het parlement. In België beschikt de regering in ideale omstandigheden over een meerderheid in beide taalgroepen, ook al is dat de afgelopen tien jaar niet het geval geweest. Dat betekent dus een paars-gele federale regering met N-VA en PS? Delpérée: Je moet in elk geval al het mogelijke doen om zo'n regering op de been te brengen. U vindt het zorgwekkend dat niemand zich hier druk maakt over een minderheidsregering van lopende zaken. In Italië verweet ontslagnemend premier Giuseppe Conte zijn vicepremier Matteo Salvini een gebrek aan institutionele cultuur, in het Verenigd Koninkrijk wordt Boris Johnson van een staatsgreep beschuldigd. Staan de democratische instellingen in Europa onder druk? Delpérée: Ik krab me in elk geval achter de oren als mensen beginnen te zeggen: 'Heb je nog wel een meerderheid nodig in dit land?' Tegelijkertijd krijg je dan opeens een verheerlijking van het parlement. Ik ben zelf 15 jaar lang parlementariër geweest. Maar dat parlementariërs nu juichen om de politieke crisis - 'Dit zijn gouden tijden voor het parlement, wij zijn nu meester van het systeem' - is een volstrekte aberratie. Het Belgische politieke systeem valt stil als de regering geen brandstof in de motor stopt. Wie stelt de begroting op? Wie bereidt 90 procent van het wetgevende werk voor? De geïsoleerde parlementariër die wetten moet gaan schrijven wens ik veel geluk. Doorgaans keurt die gewoon de wetten goed die de ministers hebben voorbereid. Maar dan nu wel toeteren: 'Leve de crisis!' Stupide is het. En dan heb je nog al die nieuwe vormen van directe democratie, met uitgelote burgerpanels bijvoorbeeld, die niet alleen in Duitstalig België opduiken. Het is erg in de mode, maar ik hou niet van de manier waarop ze werken. Want de mensen die die panels oprichten zeggen tegelijk: de burgers zijn niet competent, we omringen ze met experts. Goed, maar wat dan? Ik vind een panel prima, maar dan wel met gewone, gemiddelde burgers. Maar nee, men wil dan toch meteen die burgers opvoeden. U hebt dit jaar een punt gezet achter uw parlementaire carrière. Wat zult u missen, en wat niet? Delpérée: Wat ik zal missen, is het feit aanwezig te zijn in het halfrond en de wandelgangen. Je hoort en verneemt dingen. Soms kun je ook besluiten proberen bij te sturen, zelfs vanuit de oppositie. Toen het over de hervorming van de voorlopige hechtenis ging, zei minister Koen Geens (CD&V), die ik al ken van toen hij nog professor was in Leuven, in de commissie Grondwetsherziening: 'En nu even een discussie onder professoren.' De andere commissieleden waren beledigd, maar wij hebben toen met z'n tweeën het nieuwe artikel 12 opgesteld. Dat was leuk. Maar goed, nu heb ik meer tijd om te schrijven, (glimlacht) en ik ben ook nog nooit zo vaak door journalisten gebeld.