Hot Town, Summer in the City, zong The Lovin' Spoonful in 1966. Anno 2021 is die stadse zomerhitte drukkender dan ooit. Vorig jaar was het warmste jaar ooit in België sinds het begin van de metingen van het KMI in 1833. Dat het dan in de stad en verstedelijkt gebied altijd warmer is dan op het platteland, is een fenomeen dat bekendstaat als hitte-eilandeffect.
...

Hot Town, Summer in the City, zong The Lovin' Spoonful in 1966. Anno 2021 is die stadse zomerhitte drukkender dan ooit. Vorig jaar was het warmste jaar ooit in België sinds het begin van de metingen van het KMI in 1833. Dat het dan in de stad en verstedelijkt gebied altijd warmer is dan op het platteland, is een fenomeen dat bekendstaat als hitte-eilandeffect. Aangenomen werd dat het verschil gemiddeld een graad of 2 bedroeg, en dat het bij extreme hitte kon oplopen tot 5 graden Celsius. Grootschalig onderzoek van de Universiteit Gent (het Vlinder-project) wijst echter uit dat het verschil veel hoger kan liggen, tot zelfs een verbijsterende 10 graden. Dat grote verschil werd opgetekend in de warme augustusmaand van 2020 bij een vergelijking tussen het centrum van Brussel en het meer landelijke Asse, 15 kilometer verderop. Boosdoeners bij uitstek zijn daken, bestrating, gebouwen..., die overdag warmte opslaan en die 's nachts als stralingswarmte weer afgeven. Willen we onze woonkernen in een steeds warmer wordende wereld zo aangenaam mogelijk houden, dan moeten we wat nu 'grijs' is zo groen mogelijk maken, want groen mildert hoge temperaturen en zorgt bovendien voor schaduw. Dat betekent investeren in ontharding, het aanleggen van waterpartijen en parken en het benutten van een gigantische, maar vaak onderbenutte oppervlakte: daken van huizen, kantoorgebouwen, opslagplaatsen, scholen, ziekenhuizen... Groendaken zorgen voor afkoeling zowel binnen als buiten het gebouw. Omdat de vegetatie de warmte buffert en zo dienst doet als een isolatielaag, blijft het in de zomer binnenshuis tot 4 graden koeler. Zonder airco, dus. Dat levert een besparing op tot 7 procent op elektriciteit. Heb je zonnepanelen op je groendak? Dan leveren die een extra rendement van 4 tot 6 procent. Dat komt omdat zonnepanelen optimaal functioneren bij 25 graden. Elke graad daarboven kost tot 1 procent aan stroomopbrengst. Een groendak wordt niet warmer dan 35 graden, zelfs tijdens een hittegolf. Dat is heel wat frisser dan een zwart dak, waar de temperatuur in volle zon kan stijgen tot wel 80 graden. Winst valt er ook te rapen in de winter: gemiddeld zakken de stookkosten met 3 procent. Groendaken koelen ook de omgeving van het gebouw omdat ze zorgen voor verdamping (lees: het onttrekken van warmte) via de beplanting, de ochtenddauw, het geabsorbeerde regenwater in het substraat. Over regenwater gesproken. Nog een reden waarom groendaken in steden en verstedelijkte gebieden een absolute must zouden moeten zijn: het zijn uitstekende sponzen die ons behoeden voor natte voeten door overstromingen. Zeker nu we steeds vaker geconfronteerd worden met felle regenbuien, is het wenselijk dat we een buffer inbouwen zodat niet alle regen tegelijkertijd in het rioleringsstelsel komt en dat overbelast. In een stad vol verharding kan regenwater immers niet of nauwelijks in de bodem dringen. Een goede beplanting kan wel 70 procent van de regen absorberen en de rest kan via opslag op het dak worden opgevangen. Veel van dat water komt ook na de plensbui niet in de riolering terecht, omdat het groendak het in grote mate weer afgeeft door verdamping, wat op zijn beurt weer zorgt voor verkoeling in en rond het gebouw. Op die manier dragen groendaken bij om overstromingen, wateroverlast en overstorten te vermijden. (Bij overstort komt het teveel aan regenwater samen met ongezuiverd afvalwater in een nabijgelegen waterloop terecht.) Blauwe daken, ook wel retentiedaken genoemd, gaan in de waterhuishouding nog een stap verder dan groendaken en houden het water zo lang mogelijk vast. Het is als het ware een regenput op het dak, onder het groendak. Bij een blauw dak is het de bedoeling dat het regenwater nuttig wordt hergebruikt, bijvoorbeeld voor het sproeien van de tuin of voor huishoudelijk gebruik (wasmachine, toiletten...). Belangrijk voor wie een blauw dak wil: zorg ervoor dat het niet afhelt en dus écht plat is. Klinkt logisch, maar normaliter sijpelt een plat dak 2 procent af om waterstagnatie en mogelijke insijpeling te voorkomen. Smart roofs zijn blauwe daken met extra technologie, die de afvoer slim regelt op basis van informatie van satellieten, pluviometers en buienradars. Komt er regen aan, dan lopen de daken leeg en maken ruimte vrij om de regen op te vangen op het moment dat de rioleringen dat nog kunnen slikken. Zo helpen smart roofs in verstedelijkte gebieden wateroverlast te voorkomen. Bruine daken komen veeleer uitzonderlijk voor, maar dragen extra bij tot de biodiversiteit. Ze zijn een alternatief voor de verdwijnende braakliggende terreinen - waar tal van vlinders en vogels hun thuis maken. In de plaats van, zoals bij groendaken, beplanting aan te brengen op een substraat, wordt er een toplaag aangebracht van de bodem uit de buurt. Zo verhuist de flora uit de omgeving naar het dak en maakt de lokale fauna mee de sprong. Zoemdaken willen de biodiversiteit op een groendak een boost geven via insecten. Sinds de lente van 2020 organiseert groendakspecialist IBIC een wetenschappelijk onderzoek, waaraan KU Leuven, Hogeschool PXL, Natuurpunt en Vlaio hun medewerking verlenen. Bedoeling is te komen tot het ideale zadenmengsel om maximaal bloemen bezoekende en nuttige insecten te lokken. Dat klinkt lieftallig, en dat is het ook, maar het is ook een noodzaak. Vooral met de bijen gaat het niet de goede kant uit. Dat kan impact hebben op onze voedselketen, want driekwart van onze land- en tuinbouwgewassen is afhankelijk van bestuivers. Met hun project willen de onderzoekers niet alleen wilde bestuivers lokken, maar ze ook 'onderdak' op het dak geven. Idealiter worden zoemdaken een volwaardige habitat voor insecten en groeien ze uit tot bakens van biodiversiteit in verstedelijkte gebieden.