Op 18 november werden er in Finland 288 nieuwe coronabesmettingen gesignaleerd. Dat waren er precies 50 meer dan een week eerder, maar 5 minder dan veertien dagen eerder. Tijdens die veertiendaagse viel er gemiddeld ongeveer één dode per dag te betreuren. In België waren dat er 194 per dag. De cijfers blijven in Finland min of meer constant, van enige spanning op het zorgsysteem is er geen sprake. Finland lijkt dan ook als enige lid van de EU het virus onder controle te hebben.
...

Op 18 november werden er in Finland 288 nieuwe coronabesmettingen gesignaleerd. Dat waren er precies 50 meer dan een week eerder, maar 5 minder dan veertien dagen eerder. Tijdens die veertiendaagse viel er gemiddeld ongeveer één dode per dag te betreuren. In België waren dat er 194 per dag. De cijfers blijven in Finland min of meer constant, van enige spanning op het zorgsysteem is er geen sprake. Finland lijkt dan ook als enige lid van de EU het virus onder controle te hebben. Hoe krijgen de Finnen dat voor elkaar? Analyses die het Finse succes proberen te verklaren verwijzen vaak naar de Finse 'volksaard'. Finnen zouden, nog meer dan Zweden, gekenmerkt worden door trouw aan het gezag en discipline. Mogelijk speelt dat een rol, al blijft de vraag of het virus zich veel aantrekt van een moeilijk te meten begrip als 'volksaard'. Ook Zwitsers en Oostenrijkers staan niet te boek als de grootste je m'en foutisten. Toch kampt zowel Zwitserland als Oostenrijk vandaag met een bijzonder zware tweede golf. Een andere, wetenschappelijk wat minder wankele verklaring, wijst naar de geografische omstandigheden. Finland is dunbevolkt, en kan vanwege zijn perifere ligging bezwaarlijk een transitland worden genoemd. Die factoren spelen zonder twijfel een rol. Zo liggen de cijfers in vergelijkbare landen als Noorwegen en Ierland eveneens ver onder het Europese gemiddelde. Maar zo laag als in Finland liggen ze dus nergens. Dat brengt ons bij een maatregel die geen enkel ander EU-land sinds de eerste golf nog heeft genomen. Finland deed, in augustus al, opnieuw de deur op slot. Alleen inwoners uit landen met minder besmettingen mogen Finland nog binnen. In de praktijk betekent dat: nagenoeg niemand. 'Internationaal verkeer', zegt viroloog Marc Van Ranst aan de telefoon, 'speelt een bepalende rol in de verspreiding van het virus. Het is zeker niet de enige, maar wel de belangrijkste reden waarom ons land het telkens zo zwaar te verduren krijgt. Dat Finland het virus onder controle kan houden, heeft ook te maken met het feit dat het geen transitland is. Je kunt er eigenlijk alleen binnen via Helsinki, met een dure vlucht. Dat maakt het ook veel gemakkelijker om dat land hermetisch af te sluiten. Je zou dat eigenlijk bij ons ook moeten doen, maar dan nog blijven er 101 manieren om ons land binnen te komen of te verlaten.' Over de impact van grenssluitingen bestaat, anders dan over veel andere maatregelen die het virus moeten bekampen, weinig wetenschappelijke discussie of twijfel. 'Grenzen sluiten is het meest effectieve wapen in de strijd tegen een virus', verklaarde biostatisticus Geert Molenbergs onlangs in Knack. Die stelling wordt bekrachtigd door een deze zomer gepubliceerde studie van het Oostenrijkse International Institute for Applied Systems Analysis (IIASA). Hoofdonderzoeker Tamás Krisztin en zijn team analyseerden de internationale en regionale mobiliteit en de evolutie van het aantal besmettingen in 99 landen tussen eind januari en eind maart. Hun conclusie: nog veel meer dan grensoverschrijdingen over land hebben internationale luchtverbindingen een bijzonder belangrijke rol gespeeld in het transmissieproces. Regeringen die in een vroeg stadium het internationale luchtverkeer aan banden legden, slaagden er veel beter in om de verspreiding van het virus tegen te gaan dan regeringen die dat pas later deden. Hoe belangrijk die maatregel wel is, bewijst ook de aanpak van Nieuw- Zeeland. Een studie die vorige maand in The Lancet Public Health verscheen, beschrijft hoe een ruime meerderheid van de positieve gevallen tussen 2 februari en 13 mei 2020 daar rechtstreeks of onrechtstreeks aan 'import' kon worden toegeschreven. De hoogste incidentie werd gevonden bij jonge mensen in populaire toeristische gebieden. Evenementen als trouwfeesten zorgden vervolgens voor transmissie naar andere leeftijdsgroepen. De studie is nog maar eens een opsteker voor het coronabeleid van premier Jacinda Ardern. Midden maart - op een ogenblik dat Nieuw-Zeeland nog geen 100 nieuwe besmettingen per dag kende - besloot Ardern het land hermetisch te sluiten. De maatregel werd gevolgd door strenge lokale lockdowns, waarna de premier op 8 juni kon verklaren dat er al 17 dagen geen nieuwe infecties meer opgetekend werden. Echt verbazen doen deze studies niet. Niemand twijfelt eraan dat de zware eerste golf in ons land in de allereerste plaats het gevolg was van skireizen in de krokusvakantie. Of toerisme ook dé motor was voor de tweede golf is moeilijker te bewijzen, al stapelt de wetenschappelijke evidentie zich intussen wel op. Om te beginnen zijn er de cijfers. Eind juni, 14 dagen nadat ons land zijn grenzen weer had geopend, werden er in België gemiddeld ongeveer 90 nieuwe besmettingen per dag gesignaleerd. Na de zomervakantie was dat gemiddelde al opgelopen tot bijna duizend. Dat vakantiegangers in die vertienvoudiging een belangrijke rol hebben gespeeld, is bijzonder aannemelijk. Reizen naar broeihaard Spanje waren mogelijk de grootste boosdoener. Een recent onderzoek, geleid door evolutionair geneticus Emma Hodcroft (Universiteit van Basel), suggereert dat een coronavirusvariant die zijn oorsprong vindt bij Spaanse landarbeiders zich deze zomer via vakantiegangers over een groot deel van Europa heeft verspreid. In het Verenigd Koninkrijk is de variant teruggevonden bij liefst 80 procent van de gevallen. Zware lockdownmaatregelen, zo stelde de Frans-Spaanse data-analist Tomas Pueyo vorige week in Knack, zijn zinloos als we niet weten wie het land binnenkomt. Pueyo, die ook door de entourage van president elect Joe Biden om advies werd gevraagd, licht dat punt uitvoerig toe in een recent artikel op het onlineplatform Medium.com. 'Toon mij één land dat erin geslaagd is het aantal besmettingen laag te houden zonder een stevige schutting', schrijft Pueyo. 'Het bestaat gewoon niet. Uiteindelijk word je onder de voet gelopen. Daarom hebben Japan, Taiwan, China, HongKong, Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland en Australië sterke schuttingen. Omgekeerd is dat een van de grote fouten die de Europese Unie deze zomer maakte. Na een zwaar voorjaar, met strenge lockdowns over het hele continent, lieten Europese landen hun bescherming zakken en stelden ze hun grenzen naar elkaar open, waarmee ze besmettingskiemen uitwisselden. Nu weten we dat het merendeel van de huidige gevallen in de EU uit Spanje komt. Iets vergelijkbaars gebeurde in de VS.' Ook biostatisticus Niel Hens (UHasselt en UAntwerpen) is van oordeel dat de EU-lidstaten hun grenzen te vroeg hebben opengezet. 'Vakantiereizen tijdens de zomer hebben een bepalende rol gespeeld, ' zegt Hens, 'al hebben we helaas niet voldoende gegevens om dat wetenschappelijk helemaal hard te maken. Maar de besmettingscijfers geven natuurlijk wel een indicatie. Je ziet heel duidelijk dat de cijfers in augustus weer zijn gaan stijgen, om in september een nog hogere vlucht te nemen.' Over de heropening van de scholen is Hens genuanceerder. 'Stellen dat dé scholen mee verantwoordelijk zijn is veel te algemeen. Er is een groot verschil tussen de basisscholen, het secundair onderwijs en het hoger onderwijs.' Scholen moet je als laatste sluiten, benadrukt professor Hens. 'Grenzen sluiten en niet-essentiële reizen verbieden, dat lijkt me een stuk minder drastisch dan de sluiting van de scholen', zegt Hens. 'Al mag je natuurlijk niet vergeten dat er ook mensen zijn die in een klein appartementje wonen in de stad, en voor wie "er even tussen uit zijn" wél een essentiële behoefte is. Maar goed, aan die behoefte kun je ook in eigen land voldoen. In deze fase van de pandemie naar het buitenland reizen is gewoon een slecht idee. Onze besmettingscijfers liggen op dit ogenblik lager dan die van veel andere landen. Als we nu weer gaan reizen, zullen we het virus opnieuw importeren.' Of ons land en, bij uitbreiding de EU, naar de wetenschap zal luisteren? Premier Alexander De Croo (Open VLD) toont zich alvast bewust van het gevaar. 'Ik denk dat we ons allemaal zeer goed herinneren dat de wintersportvakanties het virus verspreid hebben in Europa', verklaarde hij afgelopen vrijdag. 'Reizen zijn zeer sterk afgeraden binnen Europa. Je moet geen viroloog zijn om te weten dat skivakanties een enorm risico vormen en ik zou ze dan ook ten stelligste afraden.' Ten gronde vertelde De Croo daarmee niets nieuws. De regering raadt reizen naar de meeste landen al langer ten stelligste af. Dat kon niet verhinderen dat het tijdens het weekend van 1 november over de koppen lopen was in de luchthaven van Zaventem. Epidemioloog Pierre Van Damme kaartte vorige week bovendien nog een ander grensgerelateerd probleem aan. Buurland Nederland is alweer aan het versoepelen en heropende zopas bijvoorbeeld zijn dierentuinen en pretparken. 'Wie', vroeg Van Damme zich af in Het Laatste Nieuws, 'gaat nu verbieden dat Belgen naar pretparken in Nederland gaan? Dit moet eigenlijk op Europees niveau aangepakt worden.' Dat vindt Niel Hens ook: 'Omdat de Europese landen zo sterk geconnecteerd zijn zou je het beleid ook het best vanuit de EU aansturen. Alleen op die manier vermijd je inconsequenties. Toen België de horeca sloot, zag je sommige landgenoten meteen naar restaurants in Luxemburg trekken.' Maar op dat Europees niveau lijkt er weinig animo om te doen wat tijdens de eerste golf wel werd gedaan: alle interne grenzen sluiten en het Schengen-akkoord voor de duur van de pandemie te laten voor wat het is. Biostatisticus Geert Molenberghs raakte het eerder al aan in Knack. Als lid van de Celeval-commissie die het reisbeleid bekijkt, pleitte hij naar eigen zeggen tevergeefs voor een strenger grensbeleid. Zijn pleidooi stuitte volgens hem op het argument 'Europa'. Het Europese beleid noemde Molenberghs in hetzelfde artikel 'een grote knoeiboel.' De EU besloot onlangs, 'om de burgers duidelijkheid te verschaffen', een wekelijkse kleurenkaart te publiceren. Toch is de precieze bedoeling van die kaart onduidelijk. Op Ierland, Noorwegen en uiteraard Finland na, kleuren alle EU-lidstaten vandaag dieprood. Dat betekent, zo staat in een mededeling, dat al die roodgekleurde overheden binnenkomende reizigers mogen vragen om zich te laten testen of in quarantaine te gaan. Enige verplichting is er dus niet, en volgens Marc Van Ranst zal die er ook niet komen. 'Ik zie het niet gebeuren', zegt hij. 'Dat is op Europees niveau duidelijk afgesproken.' Dat de EU een tweede collectieve grenssluiting niet overweegt, kun je merkwaardig en misschien zelfs irrationeel noemen. Uiteraard zijn aan die maatregel zware consequenties verbonden. Maar dat geldt ook voor de sluiting van de scholen, en dat is een maatregel waarvan de impact wetenschappelijk nog altijd ter discussie staat. 'Die redenering is correct', bevestigt Van Ranst. 'En toch zal de EU die maatregel niet durven te nemen. Vergeet niet dat landen als Spanje, Italië en Griekenland leven van het toerisme. Die landen vinden het fantastisch dat de grenzen openstaan. En wij zijn natuurlijk Finland niet. Dit land is zo lek als een zeef. Je krijgt de grenzen hier nooit echt dicht, en je zult dus altijd moeten rekenen op de burgerzin. Een epidemie onder de knoet krijgen is niet in de eerste plaats een kwestie van maatregelen. De belangrijkste kwestie is of mensen zich daar al dan niet aan willen houden. Als je niet-essentiële vluchten uit Zaventem zou verbieden, zullen mensen vanuit Schiphol vertrekken.' Dat Belgen, nu Nederland versoepelt, straks zonder veel problemen hun vrijheidsdrang daar kunnen botvieren, baart Van Ranst grote zorgen. 'Dat is een reëel gevaar. Wij zijn een klein land dat grenst aan andere landen. Als daar iets kan wat hier niet kan, zullen mensen die uitweg zoeken. Sommige mensen vinden de individuele vrijheid blijkbaar veel belangrijker dan het collectieve belang. Maar hoe meer ik daarop wijs, hoe meer ik het advies krijg om naar Noord-Korea te verhuizen.' Of we, met onze open grenzen en onze drang naar individuele vrijheid, ons alvast mogen opmaken voor een derde golf? 'Ik kan mijn oproep alleen maar herhalen', zegt Van Ranst. 'Blijf thuis. Ik kan niet duidelijker zijn dan dat. Ik betaal daar nu al een grote prijs voor. De reissector lust me rauw.'