Op 1 september kunnen leerlingen uit het kleuter, lager en middelbaar onderwijs weer op een min of meer 'normale' manier naar school. Dat betekent ook dat onze 5-jarige kleuters vanaf dan in het officieel onderwijs rooms-katholieke godsdienst, protestants-evangelische godsdienst, orthodoxe godsdienst, anglicaanse godsdienst, Israëlitische godsdienst, Islamitische godsdienst of niet-confessionele zedenleer kunnen volgen. Immers, door de leerplicht van 6 naar 5 jaar te verlagen hebben deze kinderen het grondwettelijk recht op 'onderricht in één der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer' (art.24).

Een poging van de Vlaamse Regering om dit recht te omzeilen werd in een advies van de Raad van State als ongrondwettelijk beoordeeld. Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) gaf aan dat levensbeschouwing aan bod zou kunnen komen via het vak wereldoriëntatie in de kleuterklas, maar het is lang niet zeker of dat de grondwettelijke toets zal doorstaan.

Een andere door Weyts aangehaalde en allicht realistischere piste, is die van de opt in, die reeds voor zesjarige (en dus leerplichtige) leerlingen in het kleuteronderwijs geldt: in de regel volgen deze leerlingen geen levensbeschouwelijk vak, maar indien ouders dat wensen, kunnen ze hun kinderen laten aansluiten bij één van de levensbeschouwelijke vakken in de lagere school.

Godsdienstlessen of zedenleer voor kleuters? Absurd en gedateerd.

Vraag is echter of de organisatie van de levensbeschouwelijke vakken wel in onze grondwet hoort te staan. Deze regeling, die teruggaat op het schoolpact (1958), is immers gedateerd en omslachtig: leerlingen worden tijdens de lessen levensbeschouwing in het officieel onderwijs apart gezet en worden geacht zich in een levensbeschouwelijk hokje te plaatsen, terwijl velen zich niet expliciet tot een (erkende) levensbeschouwing bekennen. Daarnaast zorgt de regelgeving voor heel wat praktische problemen, zoals het in mekaar boksen van uurroosters en het opleiden van bekwame leerkrachten. Een bijkomstig probleem is dat de overheid niets te zeggen heeft over de inhoud van de levensbeschouwelijke vakken (deze worden immers georganiseerd door de erkende levensbeschouwingen), wat maakt dat de leerstof niet altijd even kritisch en genuanceerd is.

Overigens bleek de afgelopen maanden, wanneer noodgedwongen werd overgeschakeld op afstandsonderwijs, dat het in de praktijk zo nauw niet komt wat betreft de levensbeschouwelijke vakken: na een korte periode van herhalingsleerstof in maart, werd er vanaf de paasvakantie overgegaan op het aanbieden van 'essentiële leerstof' (hoofdvakken en vakken die lineair zijn opgebouwd), waartoe de levensbeschouwelijke vakken niet meteen leken te behoren.Ook bij de heropstart van het contactonderwijs in juni was levensbeschouwing geen prioriteit: vaak worden leerlingen uit verschillende klassen immers per levensbeschouwing samen gezet, wat niet te rijmen viel met het toenmalige principe van contactbubbels.

Nauwelijks meer manoeuvreerruimte binnen de grondwet

Gedurende vier maanden werd er bijgevolg niet of nauwelijks tegemoet gekomen aan het grondwettelijke recht op levensbeschouwelijk onderwijs. En blijkbaar lag niemand daar echt wakker van. De grondwettelijke bepalingen over de levensbeschouwelijke vakken zijn dan ook misplaatst en overbodig. Net zoals de organisatie van vakken zoals Nederlands, Frans, Wiskunde en Geschiedenis, hoort de organisatie van de levensbeschouwelijke vakken niet in onze grondwet te staan. Deze dient om algemene rechten en vrijheden, waaronder het recht op en de vrijheid van onderwijs, te garanderen, maar over welke vakken we hiertoe op het curriculum plaatsen, hoeft ze geen uitspraak te doen. Er is geen enkele reden om voor lessen levensbeschouwing een uitzondering te maken.

Door de organisatie van deze lessen grondwettelijk te verankeren is het bovendien erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om iets aan het systeem te wijzigen en bijvoorbeeld een algemeen vormend vak over levensbeschouwingen, waarin ook ruimte is voor filosofie, ethiek en burgerschap (afgekort: LEF), in te richten in het Vlaams, en bij uitbreiding Belgisch, onderwijs. Sinds 2016 wordt er in de officiële scholen van de Franse Gemeenschap 1 uur 'Education à la Philosophie et à la Citoyenneté' (EPC) ingericht en is het aantal uren van de levensbeschouwelijke vakken er gereduceerd van 2 naar 1. Ook in Vlaanderen is dat een optie, die in een ultra-light versie wordt vermeld in het Vlaams regeerakkoord. Binnen de grondwet lijkt er nauwelijks meer manoeuvreerruimte te zijn.

Om ons levensbeschouwelijk onderwijs op school af te stemmen op de vaak seculiere (maar niet noodzakelijk vrijzinnig-humanistische) levensbeschouwelijke achtergrond van de leerlingen, om alle leerlingen een zekere 'levensbeschouwelijke en filosofische geletterdheid' bij te brengen en om hen op een kritische manier in discussie te leren gaan over cruciale maatschappelijke thema's, is er echter meer nodig dan dat. Diverse Europese landen hebben dat ingezien en zijn al langere tijd overgeschakeld op door de overheid georganiseerd onderwijs over in plaats van in levensbeschouwingen, met de nodige aandacht voor filosofie, ethiek en burgerschap. Recent nog heeft ook Luxemburg, dat een systeem kende dat vergelijkbaar is met het onze, deze stap gezet. In 2017 werden de lessen katholieke godsdienst en morele vorming er in het openbaar onderwijs vervangen door een algemeen vormend vak 'Vie et Société', dat leerlingen op een kritische en geïnformeerde manier wil laten reflecteren op en discussiëren over grote maatschappelijke en existentiële vraagstukken en waarin ook expliciet aandacht is voor levensbeschouwelijke geletterdheid. Deze veranderingen kaderen in een bredere tendens om kerk en staat te scheiden en een aantal fundamentele wijzigingen in de wetgeving waren hiertoe noodzakelijk.

In april 2019 werd er in de Belgische Senaat gestemd over een mogelijke herziening van grondwetsartikel 24 (§1 en 3), maar jammer genoeg hadden niet alle partijen het 'lef' om hiervoor in de bres te springen. Bijgevolg blijven we onze leerlingen in de officiële scholen tijdens de lessen levensbeschouwing voorlopig opsplitsen per levensbeschouwing. Tegen beter weten in zullen vanaf 1 september ook kleuters allicht deelnemen aan dit absurde en gedateerde systeem.

Op 1 september kunnen leerlingen uit het kleuter, lager en middelbaar onderwijs weer op een min of meer 'normale' manier naar school. Dat betekent ook dat onze 5-jarige kleuters vanaf dan in het officieel onderwijs rooms-katholieke godsdienst, protestants-evangelische godsdienst, orthodoxe godsdienst, anglicaanse godsdienst, Israëlitische godsdienst, Islamitische godsdienst of niet-confessionele zedenleer kunnen volgen. Immers, door de leerplicht van 6 naar 5 jaar te verlagen hebben deze kinderen het grondwettelijk recht op 'onderricht in één der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer' (art.24). Een poging van de Vlaamse Regering om dit recht te omzeilen werd in een advies van de Raad van State als ongrondwettelijk beoordeeld. Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) gaf aan dat levensbeschouwing aan bod zou kunnen komen via het vak wereldoriëntatie in de kleuterklas, maar het is lang niet zeker of dat de grondwettelijke toets zal doorstaan. Een andere door Weyts aangehaalde en allicht realistischere piste, is die van de opt in, die reeds voor zesjarige (en dus leerplichtige) leerlingen in het kleuteronderwijs geldt: in de regel volgen deze leerlingen geen levensbeschouwelijk vak, maar indien ouders dat wensen, kunnen ze hun kinderen laten aansluiten bij één van de levensbeschouwelijke vakken in de lagere school.Vraag is echter of de organisatie van de levensbeschouwelijke vakken wel in onze grondwet hoort te staan. Deze regeling, die teruggaat op het schoolpact (1958), is immers gedateerd en omslachtig: leerlingen worden tijdens de lessen levensbeschouwing in het officieel onderwijs apart gezet en worden geacht zich in een levensbeschouwelijk hokje te plaatsen, terwijl velen zich niet expliciet tot een (erkende) levensbeschouwing bekennen. Daarnaast zorgt de regelgeving voor heel wat praktische problemen, zoals het in mekaar boksen van uurroosters en het opleiden van bekwame leerkrachten. Een bijkomstig probleem is dat de overheid niets te zeggen heeft over de inhoud van de levensbeschouwelijke vakken (deze worden immers georganiseerd door de erkende levensbeschouwingen), wat maakt dat de leerstof niet altijd even kritisch en genuanceerd is. Overigens bleek de afgelopen maanden, wanneer noodgedwongen werd overgeschakeld op afstandsonderwijs, dat het in de praktijk zo nauw niet komt wat betreft de levensbeschouwelijke vakken: na een korte periode van herhalingsleerstof in maart, werd er vanaf de paasvakantie overgegaan op het aanbieden van 'essentiële leerstof' (hoofdvakken en vakken die lineair zijn opgebouwd), waartoe de levensbeschouwelijke vakken niet meteen leken te behoren.Ook bij de heropstart van het contactonderwijs in juni was levensbeschouwing geen prioriteit: vaak worden leerlingen uit verschillende klassen immers per levensbeschouwing samen gezet, wat niet te rijmen viel met het toenmalige principe van contactbubbels. Gedurende vier maanden werd er bijgevolg niet of nauwelijks tegemoet gekomen aan het grondwettelijke recht op levensbeschouwelijk onderwijs. En blijkbaar lag niemand daar echt wakker van. De grondwettelijke bepalingen over de levensbeschouwelijke vakken zijn dan ook misplaatst en overbodig. Net zoals de organisatie van vakken zoals Nederlands, Frans, Wiskunde en Geschiedenis, hoort de organisatie van de levensbeschouwelijke vakken niet in onze grondwet te staan. Deze dient om algemene rechten en vrijheden, waaronder het recht op en de vrijheid van onderwijs, te garanderen, maar over welke vakken we hiertoe op het curriculum plaatsen, hoeft ze geen uitspraak te doen. Er is geen enkele reden om voor lessen levensbeschouwing een uitzondering te maken. Door de organisatie van deze lessen grondwettelijk te verankeren is het bovendien erg moeilijk, zo niet onmogelijk, om iets aan het systeem te wijzigen en bijvoorbeeld een algemeen vormend vak over levensbeschouwingen, waarin ook ruimte is voor filosofie, ethiek en burgerschap (afgekort: LEF), in te richten in het Vlaams, en bij uitbreiding Belgisch, onderwijs. Sinds 2016 wordt er in de officiële scholen van de Franse Gemeenschap 1 uur 'Education à la Philosophie et à la Citoyenneté' (EPC) ingericht en is het aantal uren van de levensbeschouwelijke vakken er gereduceerd van 2 naar 1. Ook in Vlaanderen is dat een optie, die in een ultra-light versie wordt vermeld in het Vlaams regeerakkoord. Binnen de grondwet lijkt er nauwelijks meer manoeuvreerruimte te zijn. Om ons levensbeschouwelijk onderwijs op school af te stemmen op de vaak seculiere (maar niet noodzakelijk vrijzinnig-humanistische) levensbeschouwelijke achtergrond van de leerlingen, om alle leerlingen een zekere 'levensbeschouwelijke en filosofische geletterdheid' bij te brengen en om hen op een kritische manier in discussie te leren gaan over cruciale maatschappelijke thema's, is er echter meer nodig dan dat. Diverse Europese landen hebben dat ingezien en zijn al langere tijd overgeschakeld op door de overheid georganiseerd onderwijs over in plaats van in levensbeschouwingen, met de nodige aandacht voor filosofie, ethiek en burgerschap. Recent nog heeft ook Luxemburg, dat een systeem kende dat vergelijkbaar is met het onze, deze stap gezet. In 2017 werden de lessen katholieke godsdienst en morele vorming er in het openbaar onderwijs vervangen door een algemeen vormend vak 'Vie et Société', dat leerlingen op een kritische en geïnformeerde manier wil laten reflecteren op en discussiëren over grote maatschappelijke en existentiële vraagstukken en waarin ook expliciet aandacht is voor levensbeschouwelijke geletterdheid. Deze veranderingen kaderen in een bredere tendens om kerk en staat te scheiden en een aantal fundamentele wijzigingen in de wetgeving waren hiertoe noodzakelijk. In april 2019 werd er in de Belgische Senaat gestemd over een mogelijke herziening van grondwetsartikel 24 (§1 en 3), maar jammer genoeg hadden niet alle partijen het 'lef' om hiervoor in de bres te springen. Bijgevolg blijven we onze leerlingen in de officiële scholen tijdens de lessen levensbeschouwing voorlopig opsplitsen per levensbeschouwing. Tegen beter weten in zullen vanaf 1 september ook kleuters allicht deelnemen aan dit absurde en gedateerde systeem.