Plots hoor je jezelf schreeuwen. Meer dan een uur wacht je al met je koortsige peuter op schoot in de wachtzaal van de dienst pediatrie. Tot drie keer toe heeft een verpleegster je beloofd een kamer voor jullie klaar te maken. Omdat je kind almaar slapper in je armen ligt, stap je nog maar eens op de verpleegpost af. 'U ziet toch zelf wel dat u niet de enige bent die moet wachten?' zegt de verpleegster. Zonder het goed en wel te beseffen, begin je tegen haar te roepen. Steeds luider. Er komen verwensingen uit je mond waarvan je niet eens wist dat je ze kende. Wanneer de verpleegster zich van je af wil keren, grijp je haast automatisch naar haar mouw. Je komt pas weer tot jezelf als een potige verzorger je aan je arm terug naar de wachtzaal leidt.
...