Zaterdagnacht werd de brandweer in de Brusselse Marollen met molotovcocktails bekogeld. De pompiers waren opgeroepen omdat een hoop vuilnis in brand stond. Die was meer dan waarschijnlijk aangestoken door een groep jongeren, die hen stond op te wachten. Een pompier werd net niet getroffen door een brandende fles. De nacht ervoor waren politiewagens beschadigd en twee jongeren gearresteerd.
...

Zaterdagnacht werd de brandweer in de Brusselse Marollen met molotovcocktails bekogeld. De pompiers waren opgeroepen omdat een hoop vuilnis in brand stond. Die was meer dan waarschijnlijk aangestoken door een groep jongeren, die hen stond op te wachten. Een pompier werd net niet getroffen door een brandende fles. De nacht ervoor waren politiewagens beschadigd en twee jongeren gearresteerd.Dit is niet de eerste keer dat dit gebeurt in Brussel. De vorige weken waren er herhaaldelijk vergelijkbare incidenten waarbij hulpdiensten te maken kregen met balorige jongeren die hen stenen en flessen naar het hoofd slingerden. Het lijkt er meer en meer op dat er sprake is van een copycat-fenomeen, waarbij amokmakers beelden van hun daden fier doorsturen en door anderen geïmiteerd worden. Een aanleiding voor geweld is daarvoor is niet meer nodig. Het zijn rebels without a cause.Tien jaar geleden al rapporteerde ik een dergelijk voorval in Molenbeek, waar de brandweer in een hinderlaag werd gelokt met brandende vuilniszakken en het wegdek glad was gemaakt met vloeibare zeep. Inwoners van een appartementsgebouw vreesden voor hun leven toen het vuur uitbreiding nam.Voor de toenmalige burgemeester van Molenbeek, Philippe Moureaux (PS) waren die gebeurtenissen de moeite van een reactie niet waard. Zijn dochter Catherine die hem opvolgde, leek dezelfde weg op te gaan. Toen tijdens oudejaarsnacht twee jaar geleden rellen uitbraken in haar gemeente waarbij kerstbomen in de fik werden gestoken, relativeerde zij die als een uiting van een jeugdige drang naar feest en vermaak.Nu lijkt er gelukkig enige evolutie in de politieke hoofden gekomen. Moureaux kondigde een avondlijk uitgangsverbod af in wijken in haar gemeente waar politie en brandweer in moeilijkheden kwamen. Haar Brusselse collega Philippe Close (PS) keurde de gebeurtenissen in de Marollen zonder dubbelzinnigheid af. En staatssecretaris Pascal Smet (One Brussels) die bevoegd is voor de hulpdiensten, pleitte meteen voor een harde aanpak van de schuldigen. Hij wil nu een 'ketenaanpak' tussen alle betrokken partijen, van politie over buurtwerkers tot de families van de jongeren.Smet zei ook dat hij zou gaan samenzitten met de burgemeesters van de gemeenten. Dat is alvast positief, want het gaat hier allerminst over een territoriaal probleem. Bendes verspreidden zich zonder moeite over het gehele gewest en komen snel samen op plaatsen waar er herrie is. In heel Brussel kan men graffiti zien die oproepen tot geweld tegen de politie. De dood van de jonge Adil na een politiecontrole wordt door bepaalde groepen volop geëxploiteerd om een klimaat van oproer te creëren. Aan gevels hangen grote spandoeken die 'gerechtigheid' eisen. Te vrezen valt dat dit soort oproepen door jongeren vertaald wordt als een alibi om zowat alles met de overheid te maken heeft aan te vallen. De pompiers zijn daar nu het slachtoffer van. Dat staatssecretaris Smet daar nu iets wil aan doen door in de gemeenten jongeren te gaan uitleggen wat de taak is van de brandweer, wijst toch dat hij het probleem onderschat.Smet wijst er terecht op dat de herriestokers slechts een kleine minderheid zijn van de Brusselse jongeren. Alleen wordt dit refrein al meer dan een decennium gezongen. Het is geen schande om toe te geven dat wangedrag niet altijd een gevolg is van sociale achterstelling. Blinde repressie levert niets op, maar het gericht isoleren en streng controleren van jongeren die al jaren 'bekend zijn bij het gerecht' is de enige oplossing om een groei van dit soort stedelijke kanker tegen te gaan. Met stigmatiseren heeft dit niets te maken. Het zijn net alle Brusselse jongeren die dreigen gestigmatiseerd te worden als men blijft aarzelen om gevaarlijke individuen hard aan te pakken.Een gemeentelijke aanpak, met gescheiden politiezones, is niet meer van deze tijd. Een efficiënt resultaat kan alleen gebeuren op gewestelijk vlak. Die heeft daar alle middelen voor gekregen: de minister-president Vervoort (PS) kreeg de bevoegdheid van veiligheid bij de laatste staatshervorming, daarin bijgestaan door een gouverneur die 'hoge ambtenaar' genoemd wordt en die vooral uitblinkt door onzichtbaarheid.Van de minister-president is niets meer gehoord de laatste tijd. Het lijkt wel of hij geduldig zijn pensionering afwacht. Na de rellen in de Marollen was zijn enige reactie een retweet van het duidelijke commentaar van zijn staatssecretaris Smet meteen na de gebeurtenissen. Hij weigerde ook voor een gesprek naar de VRT te komen. Alles lijkt volgens hem voor het beste te gaan in Brussel, een paar fait-divers niet te na gesproken. Zou iemand aan Vervoort willen vertellen dat hij een sterk signaal had kunnen geven met een fysieke aanwezigheid de nacht van de rellen in de Marollen? Of stemt dat niet overeen met zijn idee van de waardigheid van een minister-president van een gewest met 1, 2 miljoen inwoners?Het siert Close en Smet dat ze nu pleiten voor een harde repressie van de boosdoeners. Het is inderdaad moeilijk om excuses te bedenken voor aanvallen op brandweerlui. Jammer dat zij niet eerder even ondubbelzinnig reageerden op geweld tegen politie en brandweer in Brussel. Na de dood van Adil tweette Smet meteen zijn twijfels over het politieoptreden, zonder enig onderzoek af te wachten. Dat was bijzonder ondoordacht en eigenlijk onverantwoord omdat het enkel de verwarring in jonge hoofden aanwakkert.Sommige politieke verantwoordelijkheden beseffen nog altijd niet hoezeer zij olie op het vuur hebben gegooid door jarenlang stilzwijgen of eindeloos goedpraten van baldadigheden. Te hopen valt dat de schellen nu voorgoed van hun ogen zijn gevallen, voor een politieagent of een brandweerman er het leven bij inschiet.