Vlaamse gemeenten en steden werken steeds vaker samen met anderen gemeenten. Sinds 2000 is het aantal samenwerkingsverbanden tussen gemeenten gevoelig gestegen, en dat kan gaan van samenwerking van bibliotheken over sport tot huisvuilophaling. Het gevolg is wel dat er heel wat verrommeling is, en dat het voor de een kat moeilijk wordt haar jongen hierin terug te vinden. Dus ging de Vlaamse overheid over tot een regioscreening, en zo weten we dat een gemeente in gemiddeld 68 samenwerkingsverbanden zit- voor een stad als Dendermonde loopt dit op tot 78 samenwerkingsverbanden. Blijkbaar bestaan er in Vlaanderen in totaal zelfs zo'n 298 verschillende soorten samenwerkingsverbanden. Uit deze analyse bleek ook dat de intergemeentelijke samenwerkingen allesbehalve gebiedsdekkend zijn. Soms wordt er samengewerkt met gemeente A, voor andere zaken met gemeente B.

'Gemeenten aarzelen om te fuseren: behoud van de sjerp en postjes weegt nog altijd erg zwaar'

Nu ziet de Vlaamse overheid de lokale besturen als een sterke partner (na het afslanken van de provincies) en geven we hen meer autonomie en beleidsruimte. We zien echter dat vele gemeenten niet 'bestuurskrachtig' genoeg zijn om de diverse taken van een lokaal bestuur zoals ruimtelijke ordening, milieu en huisvesting goed te managen met voldoende gekwalificeerd personeel. De vele samenwerkingsverbanden die bestaan om toch maar de basistaken te kunnen vervullen, zijn daarvan de oorzaak en nog meer samenwerkingsverbanden blijkbaar ook het gevolg.

Doorgedreven samenwerking als rookgordijn voor gebrek aan bestuurskracht

Daarom maakt deze Vlaamse overheid ruimte voor vrijwillige fusies, mét bonus. Eerder onderzoek in Vlaanderen heeft namelijk aangetoond dat schaalvergroting, vooral voor de kleine gemeenten, leidt tot meer mogelijkheden en een betere dienstverlening voor de burger. We zagen dit onlangs nog tijdens de gemeentetest van Het Nieuwsblad. Het waren de grote gemeenten die floreerden en de kleintjes die tekort schoten. Fusie blijft echter voor veel schepencolleges een te vermijden woord, en ook al wordt er binnenskamers her en der over gepraat, weinigen durven dit bevestigen.

'Gemeenten aarzelen om te fuseren: behoud van de sjerp en postjes weegt nog altijd erg zwaar'

De extra beleidsruimte voor besturen en de reeds gebrekkige bestuurskracht doet sommige burgemeesters meer dan ooit de kaart trekken van de 'doorgedreven samenwerking' tussen bepaalde gemeenten. Zo hoorden we dergelijke geluiden vanuit Turnhout, regio Neteland ( Herentals, Grobbendonk, Olen ... ) en ook de burgemeester van Gooik is vragende partij om dit vanuit Vlaanderen te ondersteunen.

Het is een goede eerste stap dat gemeenten samenwerkingsverbanden clusteren en verminderen. Daartoe heeft de regering onlangs nog mogelijkheden gecreëerd. Het is goed dat dezelfde gemeenten uit een bepaalde regio (Neteland, Meetjesland, Hageland,...) een sterke samenwerking aangaan. Maar hier horen toch een aantal bedenkingen bij. Als relatief kleine gemeenten zeer intens willen samenwerken rond diverse domeinen en zelfs gezamenlijke diensten willen installeren waarom gaat men niet dan gewoon over tot een fusie?

Wanneer de 'lokale democratie' enkel nog 'lokaal' wordt

Het lijkt er sterk op dat het behoud van de sjerp en de postjes erg zwaar weegt. Je zou er zelfs het etiket 'bange, blanke burgemeesters' op kunnen plakken. Want je maakt je bevolking wat wijs: het zwaartepunt van de beslissingen ligt bij deze doorgedreven samenwerking immers niet meer in de eigen gemeenten, laat staan de gemeenteraden.

Op dat ogenblik worden besluiten genomen voor deze gemeenten door het clubje van ' the old boys ' - de burgemeesters en een handvol schepenen die aldus ontsnappen aan de controle van de gemeenteraden. De belangen van de individuele gemeenten worden al snel vergeten. Dit is een kwalijke evolutie.

Gemeenteraad als deel van het meubilair

Gemeenteraadsleden dreigen gewoon een deel van het meubilair te worden, die enkel nog beslissen over het parcours van de lokale carnavalsoptocht of de viering van de lokale honderdjarige. De bevolking moet dan zoet gehouden worden met het feit dat ze zogezegd een onafhankelijke gemeente zijn gebleven.

Het is mijn inziens democratischer om voluit het debat te openen over fusie en een visie te ontwikkelen en na te gaan hoe men omgaat met de uitdagingen waarmee onze gemeenten geconfronteerd worden. Willen we als burgers een kerktorenpolitiek of erger nog, een ondemocratisch groepje burgemeesters? Of kiezen we voor een democratische, professionele en efficiënte grote gemeente?

Er is niets fout met samenwerkingsverbanden op voorwaarde dat deze gebeuren tussen bestuurskrachtige gemeenten en tot doel hebben om grotere complexe initiatieven op poten te zetten. Een dergelijk verband uitbouwen om gebrek aan bestuurskracht te verbergen is een loopje nemen met de lokale democratie. De burger wordt er alleszins niet beter van en zijn stem wordt gewoonweg uitgehold. Fusies zijn de enige oplossing om de directe stem van de burger bij verkiezingen weer te laten meetellen.

Hoog tijd dus dat deze burgervaders open kaart spelen en kleur bekennen - Denemarken en Nederland kunnen een baken zijn, ook met de vriesadem van de gemeenteraadsverkiezingen in de nek...

Vlaamse gemeenten en steden werken steeds vaker samen met anderen gemeenten. Sinds 2000 is het aantal samenwerkingsverbanden tussen gemeenten gevoelig gestegen, en dat kan gaan van samenwerking van bibliotheken over sport tot huisvuilophaling. Het gevolg is wel dat er heel wat verrommeling is, en dat het voor de een kat moeilijk wordt haar jongen hierin terug te vinden. Dus ging de Vlaamse overheid over tot een regioscreening, en zo weten we dat een gemeente in gemiddeld 68 samenwerkingsverbanden zit- voor een stad als Dendermonde loopt dit op tot 78 samenwerkingsverbanden. Blijkbaar bestaan er in Vlaanderen in totaal zelfs zo'n 298 verschillende soorten samenwerkingsverbanden. Uit deze analyse bleek ook dat de intergemeentelijke samenwerkingen allesbehalve gebiedsdekkend zijn. Soms wordt er samengewerkt met gemeente A, voor andere zaken met gemeente B.Nu ziet de Vlaamse overheid de lokale besturen als een sterke partner (na het afslanken van de provincies) en geven we hen meer autonomie en beleidsruimte. We zien echter dat vele gemeenten niet 'bestuurskrachtig' genoeg zijn om de diverse taken van een lokaal bestuur zoals ruimtelijke ordening, milieu en huisvesting goed te managen met voldoende gekwalificeerd personeel. De vele samenwerkingsverbanden die bestaan om toch maar de basistaken te kunnen vervullen, zijn daarvan de oorzaak en nog meer samenwerkingsverbanden blijkbaar ook het gevolg.Daarom maakt deze Vlaamse overheid ruimte voor vrijwillige fusies, mét bonus. Eerder onderzoek in Vlaanderen heeft namelijk aangetoond dat schaalvergroting, vooral voor de kleine gemeenten, leidt tot meer mogelijkheden en een betere dienstverlening voor de burger. We zagen dit onlangs nog tijdens de gemeentetest van Het Nieuwsblad. Het waren de grote gemeenten die floreerden en de kleintjes die tekort schoten. Fusie blijft echter voor veel schepencolleges een te vermijden woord, en ook al wordt er binnenskamers her en der over gepraat, weinigen durven dit bevestigen. De extra beleidsruimte voor besturen en de reeds gebrekkige bestuurskracht doet sommige burgemeesters meer dan ooit de kaart trekken van de 'doorgedreven samenwerking' tussen bepaalde gemeenten. Zo hoorden we dergelijke geluiden vanuit Turnhout, regio Neteland ( Herentals, Grobbendonk, Olen ... ) en ook de burgemeester van Gooik is vragende partij om dit vanuit Vlaanderen te ondersteunen. Het is een goede eerste stap dat gemeenten samenwerkingsverbanden clusteren en verminderen. Daartoe heeft de regering onlangs nog mogelijkheden gecreëerd. Het is goed dat dezelfde gemeenten uit een bepaalde regio (Neteland, Meetjesland, Hageland,...) een sterke samenwerking aangaan. Maar hier horen toch een aantal bedenkingen bij. Als relatief kleine gemeenten zeer intens willen samenwerken rond diverse domeinen en zelfs gezamenlijke diensten willen installeren waarom gaat men niet dan gewoon over tot een fusie? Het lijkt er sterk op dat het behoud van de sjerp en de postjes erg zwaar weegt. Je zou er zelfs het etiket 'bange, blanke burgemeesters' op kunnen plakken. Want je maakt je bevolking wat wijs: het zwaartepunt van de beslissingen ligt bij deze doorgedreven samenwerking immers niet meer in de eigen gemeenten, laat staan de gemeenteraden. Op dat ogenblik worden besluiten genomen voor deze gemeenten door het clubje van ' the old boys ' - de burgemeesters en een handvol schepenen die aldus ontsnappen aan de controle van de gemeenteraden. De belangen van de individuele gemeenten worden al snel vergeten. Dit is een kwalijke evolutie. Gemeenteraadsleden dreigen gewoon een deel van het meubilair te worden, die enkel nog beslissen over het parcours van de lokale carnavalsoptocht of de viering van de lokale honderdjarige. De bevolking moet dan zoet gehouden worden met het feit dat ze zogezegd een onafhankelijke gemeente zijn gebleven.Het is mijn inziens democratischer om voluit het debat te openen over fusie en een visie te ontwikkelen en na te gaan hoe men omgaat met de uitdagingen waarmee onze gemeenten geconfronteerd worden. Willen we als burgers een kerktorenpolitiek of erger nog, een ondemocratisch groepje burgemeesters? Of kiezen we voor een democratische, professionele en efficiënte grote gemeente?Er is niets fout met samenwerkingsverbanden op voorwaarde dat deze gebeuren tussen bestuurskrachtige gemeenten en tot doel hebben om grotere complexe initiatieven op poten te zetten. Een dergelijk verband uitbouwen om gebrek aan bestuurskracht te verbergen is een loopje nemen met de lokale democratie. De burger wordt er alleszins niet beter van en zijn stem wordt gewoonweg uitgehold. Fusies zijn de enige oplossing om de directe stem van de burger bij verkiezingen weer te laten meetellen. Hoog tijd dus dat deze burgervaders open kaart spelen en kleur bekennen - Denemarken en Nederland kunnen een baken zijn, ook met de vriesadem van de gemeenteraadsverkiezingen in de nek...