De algemene zone 30 in de bebouwde kom wordt definitief begraven. Dat heeft Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) beslist. Wel biedt de Vlaamse regering alle steden en gemeenten een afwegingskader aan, zeg maar een leidraad, die helpt bij de beslissing om een zone 30 in te voeren.

De leidraad vertrekt vanuit het type weg. De eerste stap voor lokale bestuurders en andere wegbeheerders is afwegen of de straat een verblijfs- of een verkeersfunctie heeft.

De leidraad stelt dat in straten met een verblijfsfunctie 'de publieke ruimte wordt ingericht op maat van de bewoners en gebruikers'. Hier wordt de maximumsnelheid van 30 km per uur voorgesteld.

Lokale besturen zijn het best geplaatst om te bepalen welke snelheidslimieten aanvaardbaar en geloofwaardig zijn.

Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD)

Fysieke scheiding

In straten waar verkeersdoorstroming vooropstaat, wordt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur voorgesteld, maar wel op voorwaarde dat er voldoende veilige infrastructurele voorzieningen zijn voor voetgangers, fietsers en andere actieve weggebruikers - ook bekend als zwakke weggebruikers.

En wat bij wegen die zowel een verblijfs- als een verkeersfunctie hebben? Daarvoor reikt Peeters verschillende factoren aan die mee in de balans horen te liggen. Zo kunnen oversteekbaarheid en het aandeel actieve weggebruikers een rol spelen. Is er geen fysieke scheiding mogelijk tussen de actieve weggebruikers en het gemotoriseerd verkeer, dan blijft de zone 30 de eerste keuze.

Ter info: ruim de helft van alle gewestwegen binnen de bebouwde kom, straten beheerd door Vlaanderen, heeft geen vrijliggend fietspad. Bovendien ligt minder dan vijf procent daarvan in een zone 30.

In ieder geval houdt de minister zich ver van verplichtingen in haar leidraad, die deel uitmaakt van het nieuwe Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen. 'Voor mij is de subsidiariteit belangrijk: lokale besturen kennen hun eigen grondgebied en zijn het best geplaatst om te bepalen welke snelheidslimieten aanvaardbaar en geloofwaardig zijn', zegt ze.

Heel wat steden en gemeenten zijn al zelf aan de slag gegaan met de zone 30. Brussel, Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven: traag rijden is er de norm.

Minister Peeters ziet in die evolutie een bevestiging van haar bottom-upbenadering. De Open VLD-politica wil ook dat er wordt ingezet op handhaving van de snelheidslimieten.

In het centrum van Gent, Getty Images
In het centrum van Gent © Getty Images

Stijgende cijfers

Met haar afwegingskader blijft de minister ver weg van oproepen van onder meer Antwerps gouverneur Cathy Berx (CD&V), het Vlaams Forum Verkeersveiligheid, de Fietsersbond en oppositiepartijen Vooruit en Groen om van de zone 30 de norm te maken.

De druk op de regering is alleen maar gestegen sinds ons land in 2020 de Stockholm Declaration ondertekende. Het opzet van die verklaring: het aantal verkeersdoden halveren tegen 2030.

In de Stockholmverklaring staat dat een hogere snelheid dan 30 per uur enkel kan wanneer er 'sterk bewijs' is dat dat veilig kan voor kwetsbare weggebruikers.

De statistieken tonen aan de het niet de goede kant uitgaat op het vlak van dodelijke slachtoffers. Volgens de laatste data stierven in Vlaanderen vorig jaar 54 zwakke weggebruikers binnen de bebouwde kom. Het gros daarvan, 47, in een zone waar 50 kilometer per uur mag gereden worden.

Opvallend: de cijfers van coronajaar 2020 liggen hoger dan die van 2019, toen er sprake was van 40 dodelijke slachtoffers onder de zwakke weggebruikers. Het kabinet-Peeters onderzoekt de oorzaken van de stijging.

Voor Groen is de insteek van Peeters dan ook verkeerd. 'Wanneer de cijfers van het aantal ongevallen stijgen, draait de minister de redenering best om door een zone 30 te veralgemenen en énkel een afwegingskader te maken voor uitzonderingen daarop', zegt Vlaams Parlementslid Stijn Bex.

De algemene zone 30 in de bebouwde kom wordt definitief begraven. Dat heeft Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) beslist. Wel biedt de Vlaamse regering alle steden en gemeenten een afwegingskader aan, zeg maar een leidraad, die helpt bij de beslissing om een zone 30 in te voeren. De leidraad vertrekt vanuit het type weg. De eerste stap voor lokale bestuurders en andere wegbeheerders is afwegen of de straat een verblijfs- of een verkeersfunctie heeft. De leidraad stelt dat in straten met een verblijfsfunctie 'de publieke ruimte wordt ingericht op maat van de bewoners en gebruikers'. Hier wordt de maximumsnelheid van 30 km per uur voorgesteld.In straten waar verkeersdoorstroming vooropstaat, wordt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur voorgesteld, maar wel op voorwaarde dat er voldoende veilige infrastructurele voorzieningen zijn voor voetgangers, fietsers en andere actieve weggebruikers - ook bekend als zwakke weggebruikers. En wat bij wegen die zowel een verblijfs- als een verkeersfunctie hebben? Daarvoor reikt Peeters verschillende factoren aan die mee in de balans horen te liggen. Zo kunnen oversteekbaarheid en het aandeel actieve weggebruikers een rol spelen. Is er geen fysieke scheiding mogelijk tussen de actieve weggebruikers en het gemotoriseerd verkeer, dan blijft de zone 30 de eerste keuze. Ter info: ruim de helft van alle gewestwegen binnen de bebouwde kom, straten beheerd door Vlaanderen, heeft geen vrijliggend fietspad. Bovendien ligt minder dan vijf procent daarvan in een zone 30.In ieder geval houdt de minister zich ver van verplichtingen in haar leidraad, die deel uitmaakt van het nieuwe Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen. 'Voor mij is de subsidiariteit belangrijk: lokale besturen kennen hun eigen grondgebied en zijn het best geplaatst om te bepalen welke snelheidslimieten aanvaardbaar en geloofwaardig zijn', zegt ze. Heel wat steden en gemeenten zijn al zelf aan de slag gegaan met de zone 30. Brussel, Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven: traag rijden is er de norm. Minister Peeters ziet in die evolutie een bevestiging van haar bottom-upbenadering. De Open VLD-politica wil ook dat er wordt ingezet op handhaving van de snelheidslimieten. Stijgende cijfersMet haar afwegingskader blijft de minister ver weg van oproepen van onder meer Antwerps gouverneur Cathy Berx (CD&V), het Vlaams Forum Verkeersveiligheid, de Fietsersbond en oppositiepartijen Vooruit en Groen om van de zone 30 de norm te maken. De druk op de regering is alleen maar gestegen sinds ons land in 2020 de Stockholm Declaration ondertekende. Het opzet van die verklaring: het aantal verkeersdoden halveren tegen 2030. In de Stockholmverklaring staat dat een hogere snelheid dan 30 per uur enkel kan wanneer er 'sterk bewijs' is dat dat veilig kan voor kwetsbare weggebruikers. De statistieken tonen aan de het niet de goede kant uitgaat op het vlak van dodelijke slachtoffers. Volgens de laatste data stierven in Vlaanderen vorig jaar 54 zwakke weggebruikers binnen de bebouwde kom. Het gros daarvan, 47, in een zone waar 50 kilometer per uur mag gereden worden. Opvallend: de cijfers van coronajaar 2020 liggen hoger dan die van 2019, toen er sprake was van 40 dodelijke slachtoffers onder de zwakke weggebruikers. Het kabinet-Peeters onderzoekt de oorzaken van de stijging.Voor Groen is de insteek van Peeters dan ook verkeerd. 'Wanneer de cijfers van het aantal ongevallen stijgen, draait de minister de redenering best om door een zone 30 te veralgemenen en énkel een afwegingskader te maken voor uitzonderingen daarop', zegt Vlaams Parlementslid Stijn Bex.