14 januari: in het Waalse Edingen opent minister van Justitie Koen Geens (CD&V) plechtig het tweede zogenoemde transitiehuis in ons land. Samen met het huis in Mechelen, dat op 9 september de deuren opende, moeten beide proefprojecten een eerste stap zijn naar meer menswaardige, meer kleinschalige gevangenissen. Maar dat een consortium onder leiding van G4S, het grootste beveiligingsbedrijf ter wereld, de projecten zou uitbaten, dat lag niet meteen in de lijn der verwachtingen.
...

14 januari: in het Waalse Edingen opent minister van Justitie Koen Geens (CD&V) plechtig het tweede zogenoemde transitiehuis in ons land. Samen met het huis in Mechelen, dat op 9 september de deuren opende, moeten beide proefprojecten een eerste stap zijn naar meer menswaardige, meer kleinschalige gevangenissen. Maar dat een consortium onder leiding van G4S, het grootste beveiligingsbedrijf ter wereld, de projecten zou uitbaten, dat lag niet meteen in de lijn der verwachtingen.De roots van het Belgische transitiehuis liggen ver van de commerciële beveiligingswereld: in de gevangenis voor langgestraften in Oudenaarde. Directeur Hans Claus is de geestelijke vader van het detentiehuis en oprichter en drijvende kracht achter de vzw De Huizen, de vereniging die sinds 2012 ijvert voor dergelijke detentiehuizen. 'Hoe het allemaal begon? Met een droom. Ik droomde dat ik in een gewoon huis woonde met een aantal van mijn gedetineerden. De ene maaide het gras, de andere deed de afwas en ik vulde papieren in - want wat doet een directeur zoal...' lacht Claus, die criminoloog van opleiding is. Hij legt ons uit hoe zijn discipline al sinds de jaren '60 streeft naar een normalisering van detentie. 'Het is een oeroud inzicht uit de criminologie: mensen langdurig opsluiten in kale cellen, geïsoleerd van de wereld, is de slechtst mogelijke manier om gevangenen voor te bereiden op het gewone leven.' Zo ontstond het idee van het detentiehuis. 'Gevangenen moeten er leven als in een gewoon huis: samen koken, samen schoonmaken, naar school of naar het werk gaan en mensen ontvangen en bezoeken.' Het transitiehuis is daar een speciale variant op: daar bereiden een vijftiental gedetineerden zich aan het einde van hun straf voor op het leven na de gevangenis. Op eigen initiatief, maar onder de vleugels van de Liga voor Mensenrechten, stampte de gevangenisdirecteur een samenwerkingsverband uit de grond dat later vzw De Huizen zou worden. 'Ik nodigde mensen gewoon uit voor een etentje bij mij thuis. Eerst de justitiespecialisten uit de Kamer, want door de lange regeringsvorming van 2010-2011 hadden de parlementsleden toch niets omhanden.' Later ontstonden multidisciplinaire werkgroepen met criminologen, architecten, economen, projectontwikkelaars, maatschappelijk werkers, filosofen, journalisten, politici en magistraten. 'Twee jaar lang heb ik twee tot drie keer per week vergaderd met verschillende werkgroepen. En dat allemaal onbetaald, want we hadden een budget van 0 euro.' Een organisatie die zich jarenlang voorbereid had om een transitiehuis uit te baten, is vzw UIT-stap van de Ieperse gevangenisaalmoezenier Yvan Thomas, ook lid van De Huizen. Al in 2014 - lang voor er sprake was van een projectoproep - was de organisatie begonnen aan de voorbereidingen voor een transitiehuis. 'De plannen voor de verbouwing van de leegstaande legerkazerne in Ieper lagen klaar.' Zelfs de Ieperse bevolking was voorbereid. 'We hadden al infoavonden gehouden, waarbij we tussen de liedjes van acteur Marijn Devalck door uitleg gaven over het transitiehuis. Zelfs de buddywerking stond al in de steigers.' Ook minister Koen Geens, die geloofde in het idee van kleinschalige detentie, nam het transitiehuis op in zijn masterplan gevangenissen. De wet werd aangepast en op 30 juli 2018 verscheen er een projectoproep in het Staatsblad. Elke geïnteresseerde kandidaat kon een concreet voorstel indienen. Er lagen twee subsidies van 910.000 euro klaar: een voor een Vlaams transitiehuis en een voor Wallonië. Uiteindelijk hebben 13 organisaties zich kandidaat gesteld, het merendeel daarvan zijn Belgische vzw's. De jury was samengesteld uit twee gevangenisdirecteurs, een directielid van het Gevangeniswezen en een niet-stemgerechtigde kabinetsmedewerkster. De inzending van UIT-stap kon hen niet overtuigen; evenmin als die van de andere Belgische non-profitprojecten. Bij vzw UIT-stap was de teleurstelling groot. Yvan Thomas: 'We hebben zoveel moeite gedaan om er een Belgisch concept van te maken, dat aansloot bij de Belgische context, maar het heeft niet mogen zijn.' De eer viel wel te beurt aan G4S Care en Exodus Nederland. Dat die samenwerking van de Britse multinational met een Nederlandse stichting tweemaal (zowel in Vlaanderen als Wallonië) als winnaar uit de bus kwam, zag niet iedereen aankomen. G4S is een gigant met een wereldwijde jaaromzet van bijna 8,5 miljard euro en meer dan een half miljoen werknemers. Bij ons is het bedrijf vooral bekend van zijn beveiligingstaken: toegangscontrole op luchthavens, geldtransporten en de beveiliging van gebouwen, winkels en evenementen. Toch hoeft het niet te verwonderen dat een speler als G4S zich profileert in sectoren die tot voor kort alleen door de overheid of het middenveld gerund werden. Naar aanleiding van stakingsacties en ontsnappingen uit de gevangenis van Dendermonde in 2006 pleitte Group 4 Securicor (nu G4S) in zijn magazine Quater al voor publiek-private gevangenissen. Ondertussen vangt het bedrijf in centrumsteden daklozen op, runde het opvangcentra voor asielzoekers en worden de Forensisch Psychiatrische Centra in Gent en Antwerpen door onder meer sectorgenoot Securitas uitgebaat. Bij De Huizen waren ze niet meteen ingenomen met de keuze voor een commercieel bedrijf: 'Alle internationale studies wijzen uit dat het op lange termijn ten koste gaat van de kwaliteit als je strafuitvoering in winstgerichte organisaties inplant', zegt Hans Claus. 'In het begin lopen zulke commerciële projecten goed, maar na verloop van tijd verzanden ze. Want op de lange termijn moet er winst gemaakt worden. Dan komen ze al snel uit bij kostenbesparingen.' Zijn collega bij de De Huizen, criminologe Hélène De Vos (KU Leuven), treedt hem bij: 'Als je winst wilt maken, heb je baat bij langere straffen en zelfs recidive. Terwijl de kern van succesvolle strafuitvoering net is dat er minder recidive zou zijn. Bij commercialisering ondermijnt de straf dus zijn eigen doelstelling.' En toch. De ontgoocheling over de commercialisering lijkt ver weg wanneer vzw De Huizen op 8 oktober in de Senaat een speciale plechtigheid organiseert om uitgerekend minister Koen Geens in de bloemetjes te zetten. Omdat hij 'kleinschalige detentie op de kaart zette', mag de minister de Eerste prijs van De Huizen in ontvangst nemen, een kunstwerk dat gevangenisdirecteur Claus zelf boetseerde. Naast sprekers als senator Bert Anciaux (sp.a) en Hélène de Vos kwam ook manager Bart Claes van G4S Care aan het woord. Verder was het zoeken naar enige verwijzing naar de commercialisering. En dus stelden we de vraag zelf aan minister Geens: 'Hebt u er als christendemocraat geen problemen mee dat de uitbating van het Transitiehuis niet naar het Belgische middenveld, maar naar multinational G4S is gegaan?' Een pijnlijke grijns toont dat onze vraag ongelegen komt voor de net gelauwerde justitieminister. 'Als er een minister is die tegen privatisering is, dan ben ik het wel. We proberen hier iets nieuws te starten en het gaat om twee huisjes van vijftien personen. U kunt die privatisering eruit nemen. Dat is mooi, maar dan mist u het punt', vindt de vakminister. Daarmee verwijst hij naar zijn inzet voor de modernisering van de strafuitvoering. Maar waarom kwam van alle kandidaturen het dossier van G4S-Exodus tweemaal als sterkste uit de bus? Dat wordt niet meteen duidelijk. 'Die beslissingen worden genomen door neutrale instanties, met heel goede jury's, waar uitkomt wat uitkomt.' Dat was alles wat de minister daarover kwijt wilde. Op basis van de Belgische openbaarheidswetgeving vroegen we het kabinet daarom om een aantal sleuteldocumenten vrij te geven. Dat lukte slechts ten dele. Zo stuitte onze vraag om het gemotiveerde advies van de jury aan de regering te ontvangen op een njet. Nochtans is dat hét document waarin de jury uitlegt waarom ze het winnende project het beste vindt. De reden? Volgens de FOD Justitie zou vrijgave het 'gelegitimeerd economisch belang' van de kandidaten schaden en 'concurrenten een competitief voordeel geven voor een mogelijke toekomstige opdracht'. Maar die weigering was 'onvoldoende gemotiveerd', zo bleek na het inwinnen van advies bij de Commissie Bestuursdocumenten. Bovendien had de FOD alleen die passages mogen censureren die onder een uitzonderingsgrond vallen. De rest moet openbaar gemaakt worden. Tot vandaag is dat niet gebeurd. De Brusselse advocaat Stéphane Rixhon, gespecialiseerd in overheidsopdrachten, begrijpt de argwaan bij het ministerie niet: 'Eerst lanceren ze openlijk een projectoproep in het Staatsblad - wat bij een subsidieopdracht strikt genomen niet nodig is. En dan houden ze in de verdere procedure de meest basale informatie achter. Dat is echt het drama van de administratie. De FOD Justitie had het advies van de Commissie Bestuursdocumenten moeten volgen, zodat de burger ten minste weet waarom het dossier van G4S-Exodus precies beter was dan de andere voorstellen.' Kunnen we dan zelf achterhalen welke elementen voor de jury de doorslag hebben gegeven? De aankondigde samenwerking met de Nederlandse stichting Exodus moet een belangrijk argument geweest zijn. Want vooral het partnerschap tussen G4S en die protestants geïnspireerde organisatie verbaasde vriend en vijand. Sinds zijn start in 1995 heeft Exodus met 10 Nederlandse transitiehuizen en goede recidivecijfers een sterke reputatie opgebouwd. Vzw De Huizen verwacht dan ook veel van Exodus' inbreng. 'Ik ga ervan uit dat Exodus voor alles zal instaan behalve de beveiliging', aldus Hélène De Vos. Maar dat klopt niet: al het personeel van de transitiehuizen staat op de loonlijst van G4S. Toch is dat volgens Bart Claes (G4S Care) geen zwaktebod: 'We hebben een heel duidelijk samenwerkingsakkoord met Exodus Nederland. Zij ondersteunen ons inhoudelijk, voorzien in opleiding voor het personeel en helpen ons bij het opstellen van rapporten en interne processen. Er is zelfs een rechtstreekse "rode telefoonlijn": als wij met een probleem zitten, overleggen we met Exodus.' Op 10 oktober polsen we bij Exodus-directeur Jan van Gils naar de plannen van zijn organisatie in Edingen. En dan klinkt het plots: 'Dat besluit is volgens mij nog niet genomen. Dat zit nog bij het Belgische ministerie', aldus de directeur. Vier maanden na de officiële bekendmaking van de regeringsbeslissing en drie maanden voor de opening van het tweede transitiehuis moeten we directeur Van Gils uitleggen dat zijn eigen organisatie dat project mee zal trekken. Ook financiële overwegingen speelden mee bij de juryselectie, zo blijkt uit gesprekken met meerdere kandidaten. De jury verwachtte van kandidaten dat ze snel en op eigen kracht een gebouw kunnen financieren. Yvan Thomas, van UIT-Stap: 'Een gebouw dat je koopt, schrijf je af op minstens 20 jaar. Maar in de korte looptijd van het project - één jaar - konden wij zo'n financiering nooit aan.' Voor het gebouw dat de vzw op maat had laten ontwerpen, rekende ze op financiële hulp van de overheid. 'Maar tijdens de selectiegesprekken met de jury was het van: "alleez, heb je al een gebouw voor 15 personen?" We stonden erbij en keken ernaar.' En dus werd precies voor kleine organisaties die financiële vereiste een obstakel om mee te dingen naar de kleinschalige proefprojecten. Ook de dagprijs moet voor de jury een rol gespeeld hebben. Met een all-in dagprijs van 166 euro per gedetineerde was het project van G4S-Exodus wellicht goedkoop. De drie vzw's die hun businessplan open met ons wilden delen, rekenden dagprijzen vanaf 183 euro aan. Daartegenover staat dat het winnende project minder personeel inzet: op dit moment werken er volgens de FOD Justitie in het Mechelse transitiehuis 10 voltijds aangestelde personeelsleden. Dezelfde vzw's hadden minstens 13 voltijdse krachten begroot. In tijden van budgettaire krapte en met het einde van de legislatuur in zicht, viel er voor die snelle, economische logica iets te zeggen. In 2006 wilden Yale-economen Patrick Bayer en David E. Pozen achterhalen of het beter was om een correctionele straf te laten uitvoeren door de overheid, door een non-profitorganisatie of door een winstgericht bedrijf. Daarvoor onderzochten ze data van 5322 minderjarige delinquenten uit de staat Florida die verschillende soorten alternatieve strafprogramma's doorlopen hadden: naast streng beveiligde gevangenissen, werk- en wildernisprogramma's waren er ook halfway houses. Die laatste categorie lijkt verrassend goed op de nieuwe Belgische transitiehuizen. Wat bleek? Zoals beloofd door voorstanders van de commercialisering van gevangenissen vielen de directe kosten van winstgerichte detentiecentra een stuk lager uit dan bij non-profitorganisaties (6000 dollar per vrijlating duurder) of overheidsgevangenissen (11.500 dollar duurder). Maar de recidivecijfers gooiden roet in het eten. Want ongeacht het reïntegratieprogramma hadden detentiecentra die uitgebaat werden door winstgerichte bedrijven steevast de meeste recidivisten, zelfs na correctie voor het feit dat gedetineerden uit privé-instellingen gemiddeld een zwaarder profiel hadden. Een jonge delinquent had 5,2 procent meer kans om binnen het jaar een nieuwe veroordeling op te lopen dan bij een door de overheid gerund programma en 6,4 procent meer kans dan bij de non- profit. Vooral in het voorkomen van een aantal ernstige misdaden, zoals zware zedendelicten en autodiefstal, schoot de for-profit tekort. En dat heeft zijn weerslag op het overheidsbudget. De onderzoekers berekenden dat een jeugddelinquent uit een commercieel detentiehuis door nieuwe veroordelingen in de vijf jaar na zijn vrijlating gemiddeld nog eens 432,5 dagen in de gevangenis zal zitten. Bij uitbating door de overheid of de non-profit is dit respectievelijk 43,5 of 58,2 dagen minder lang. Op de lange termijn zijn daardoor alleen de publieke gevangenissen nog duurder dan de private instellingen; het verschil in kosten tussen profit- en non-profitorganisaties blijkt verwaarloosbaar. Hogere recidivecijfers veroorzaken naast extra opvangkosten nog veel andere maatschappelijke en sociale kosten, denk aan misdaden, ontwrichte gezinnen, lichamelijke schade, menselijk leed, werkloosheid... Daarom raden de onderzoekers hun overheid aan 'om het pad van winstgerichte jeugddetentiecentra te verlaten'. Vragen we Bart Claes van G4S-Care waarom zijn bedrijf inzet op detentiecentra, dan is het antwoord ietwat verrassend: 'We willen met dit project geen winst maken, maar gewoon break-even draaien. Wel willen we maatschappelijke meerwaarde creëren om bij te dragen aan de manier waarop mensen kijken naar G4S. We willen de maatschappij, maar ook onze klanten, laten zien dat onze grote organisatie - zeker voor kwetsbare mensen - van meerwaarde kan zijn en bijdraagt aan de hele samenleving.' Paul Ponsaers, (hoogleraar criminologie UGent), houdt er een andere visie op na: 'Het is als bij de winteropvang van daklozen of de Forensisch Psychiatrische Centra. De private veiligheidssector probeert er in te breken in sectoren die vroeger door de staat of de non-profit werden uitgebaat. Die bedrijven hoeven daar niet meteen winst te maken. Ze proberen vooral om dat territorium te bezetten en het zo te organiseren dat niemand anders dat nog kan overnemen.' De privé wil dus die voet tussen de deur krijgen. 'De winst komt achteraf wel.'