'We beseffen niet genoeg dat mensen soms nog vele maanden lijden onder de gevolgen van een covid-19-besmetting', zegt minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). 'Hun gezondheidsproblemen hebben ook impact op hun gezin, hun werk, hun bedrijf. Dat wordt nog altijd onderschat.'
...

'We beseffen niet genoeg dat mensen soms nog vele maanden lijden onder de gevolgen van een covid-19-besmetting', zegt minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). 'Hun gezondheidsproblemen hebben ook impact op hun gezin, hun werk, hun bedrijf. Dat wordt nog altijd onderschat.' Dus moeten ze de erkenning krijgen die ze vragen? Frank Vandenbroucke: Voor mij betekent erkenning in de eerste plaats dat men in de gezondheidszorg meer oog heeft voor de specifieke problemen van mensen die lijden onder de langdurige gevolgen van een covid-19-besmetting. Dat is ook de reden waarom we alle mogelijke informatie en nieuwe inzichten uit binnen- en buitenland samenbrengen op de website van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Zo hebben zowel artsen en zorgverleners als het brede publiek toegang tot alle kennis die ertoe kan bijdragen dat langdurige gezondheidsproblemen ten gevolge van covid beter worden herkend. Veel patiënten maken zich ook zorgen over de financiële gevolgen van hun aanslepende ziekte. Vandenbroucke: We hebben inderdaad de vraag gekregen of de medische prestaties die zij nodig hebben in de maximumfactuur (systeem waardoor gezinnen jaarlijks nooit meer dan een bepaald maximumbedrag aan medische kosten hoeven uit te geven, nvdr) kunnen worden opgenomen. Ondertussen is gebleken dat dit wel degelijk kan. Met andere woorden: mensen die medische kosten opstapelen wegens aanhoudende problemen door een covid-besmetting zullen ook door de maximumfactuur worden beschermd. Is onze gezondheidszorg ook voorzien op de medische ondersteuning van al die mensen? Vandenbroucke: Wat de medische praktijk betreft, is er nog werk aan de winkel. Om te beginnen hebben we afgesproken dat de gemeenschappen de bestaande revalidatieprogramma's waar die patiënten een beroep op kunnen doen in kaart zullen brengen. Die informatie zullen we hun ter beschikking stellen zodat ze goed weten waar ze terechtkunnen. Maar het grootste probleem is dat we vandaag eigenlijk nog niet weten wat de beste medische praktijken in het geval van langdurige ziekte na een covid-besmetting zijn. Daarom hebben we net een opdracht toegekend aan een onderzoeksconsortium onder leiding van de KU Leuven. Die onderzoekers zullen een evidence based-richtlijn uitwerken voor de opvolging en revalidatie van die groep in de eerstelijnsgezondheidszorg. Ook de patiëntenverenigingen zullen daarbij worden betrokken. Als dat onderzoek is afgerond, zullen we al een stuk verder staan. Als zo veel mensen langere tijd niet goed functioneren, heeft dat toch ook maatschappelijke gevolgen? Vandenbroucke: Zeker. In het Helicon-project van Sciensano onderzoeken experts op dit moment de maatschappelijke impact en onrechtstreekse effecten van de pandemie. Dat wetenschappelijk onderzoek is niet alleen van groot belang omdat we er ons langetermijnbeleid op kunnen baseren, maar ook omdat het mensen kan sensibiliseren. Naarmate de cijfers van het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames en opnames op de dienst intensieve zorg langzaam afnemen, slaken sommigen een zucht van verlichting. 'Ons gezondheidssysteem dreigt niet meer te kapseizen', zegt men dan. Dat is inderdaad dé reden waarom we de cijfers nog omlaag moeten krijgen. Maar we mogen ook niet vergeten dat veel van de mensen die vandaag met covid-19 in het ziekenhuis liggen nog vele maanden zullen afzien. En niet alleen op gezondheidsvlak. Ook dát is een belangrijke reden om er alles aan te blijven doen om het aantal besmettingen te beperken.