'Het was toch een vrij abrupte overgang, want ik had een heel intensieve job. Ik had werkweken van meer dan zestig uur, met ook nog eens veel verplichtingen 's avonds. Dat is intussen wel anders.'

Over zijn ambtenarenpensioen klaagt hij niet. 'Ik heb het overgrote deel van mijn carrière op een leidinggevend niveau gefunctioneerd, waardoor ik nu een vrij hoog pensioen van netto 3600 euro krijg. Ik besef dat dat veel is. Tegelijkertijd is dat toch ook een vorm van uitgesteld loon, want in de privésector had ik vermoedelijk een hoger loon gehad.'

Leroy is vooral blij dat gepensioneerden in ons land ook na hun pensioen actief kunnen blijven. 'Ik heb vroeger verhalen gehoord van oude collega's die na hun pensioen geen enkele economische activiteit konden ontwikkelen zonder hun pensioen te verliezen. Gelukkig is dat nu niet meer het geval en kan ik probleemloos lezingen geven en in bestuursraden zitten. Het is verkeerd om een rem te zetten op de inzetbaarheid van mensen.'

De gewezen VDAB-topman maakt er ook geen geheim van dat hij nog graag enkele jaartjes aan zijn carrière had gebreid. 'Ik zag het wel zitten om mijn expertise en netwerk nog in te zetten voor specifieke opdrachten binnen de Vlaamse overheid, bijvoorbeeld als voortrekker van het duaal leren of om een beleid rond levenslang leren vorm te geven. Want ik ben ervan overtuigd dat de arbeidsmarkt 65-plussers nog goed kan gebruiken. Door de krapte op de arbeidsmarkt hebben we hun talent zelfs nodig. Neem nu het tekort aan leerkrachten: veel 65-plussers zouden met plezier enkele uren voor een klas staan om hun ervaring door te geven. Daar moeten we als maatschappij veel meer op inzetten.'