'Wie Fatima persoonlijk aanvalt, komt mij tegen. Ik duld niet dat er over haar bagger wordt uitgestort', zei Antwerps CD&V-lijsttrekker Kris Peeters luid en duidelijk tegen de pers nadat Ezzarhouni op Radio 2 had verteld over haar zoon in Syrië en haar kandidatuur voor de CD&V. Ze staat op de achtste plaats voor het district Antwerpen en op plaats 50 voor de stad Antwerpen. Haar interview werd een dag na het nieuws over de Albanees Rediart Cankja uitgezonden, de CD&V'er die werd opgepakt met drie kilo heroïne in zijn auto en prompt van de lijst werd geschrapt.
...

'Wie Fatima persoonlijk aanvalt, komt mij tegen. Ik duld niet dat er over haar bagger wordt uitgestort', zei Antwerps CD&V-lijsttrekker Kris Peeters luid en duidelijk tegen de pers nadat Ezzarhouni op Radio 2 had verteld over haar zoon in Syrië en haar kandidatuur voor de CD&V. Ze staat op de achtste plaats voor het district Antwerpen en op plaats 50 voor de stad Antwerpen. Haar interview werd een dag na het nieuws over de Albanees Rediart Cankja uitgezonden, de CD&V'er die werd opgepakt met drie kilo heroïne in zijn auto en prompt van de lijst werd geschrapt. Dat de CD&V opvallende figuren aantrekt, werd al duidelijk met de chassidische Jood Aron Berger, die de partij moest verlaten omdat hij weigerde vrouwen een hand te geven. 'Maar Fatima heeft niets misdaan', onderstreepte Peeters. 'Er valt haar niks te verwijten.' Desondanks regende het kritiek op de sociale media. Ezzarhouni is behoorlijk overdonderd. Ze heeft er niet goed door kunnen slapen, klinkt het stilletjes. Maar ze relativeert ook: 'Mijn dochter heeft de 428 reacties allemaal gelezen. Hooguit tien procent was positief, de rest negatief. Maar mijn dochter zei: "Er wonen 500.000 mensen in Antwerpen. Dan zijn 400 reacties toch niet zo heel veel?" Ze lachte erom, en ze had gelijk. Ik vond dat zo sterk, ik heb me eraan opgetrokken.' De oudste zoon van Ezzarhouni vertrok in juni 2013 naar Syrië, een dag na zijn achttiende verjaardag. Hij sloot zich aan bij het Vrije Syrische Leger, stapte later over naar het toenmalige Jabhat al Nusra en vervolgens naar de IS. Sinds 2015 heeft Ezzarhouni geen contact meer met hem. Ze weet wel dat ze inmiddels een kleinzoon heeft van een jaar oud. Eind augustus kreeg ze een bericht dat haar zoon in Syrië omgekomen zou zijn. 'Maar dat weet ik niet honderd procent zeker. De bron van wie ik het vernam, heeft het tot nu toe altijd bij het rechte eind. Toch kan en wil ik het nog niet helemaal als een voldongen feit accepteren, ik heb zijn dood dan ook aan niemand bevestigd, al lees ik dat in sommige media. Geen enkele officiële bron uit Syrië of uit België heeft zijn dood tot nu toe kunnen bevestigen, dus houd ik ergens nog een beetje hoop, al is het eigenlijk tegen beter weten in. Het maakt het net iets draaglijker. Ik ben in de rouw, tegelijkertijd geeft het nieuws over zijn mogelijke dood ook rust.' Na het vertrek van haar zoon heeft ze twee jaar in een hoekje zitten treuren, zegt ze. 'Toen was het genoeg. Ik werd wakker geschud door een reportage van Rudi Vranckx over een jihadist. Ik moet iets doen, dacht ik. Niet meer zwijgen over het verdriet, de schaamte van moeders zoals ik. Ik heb mijn verhaal naar buiten gebracht en ben niet meer gestopt.' Wat zoekt u als moslima bij een katholieke partij als CD&V? Fatima Ezzarhouni: Twee maanden geleden vroeg Nahima Lanjri (CD&V-kandidate en parlementslid, nvdr) of ik op de lijst wilde staan. Ze is een goeie vriendin en ik heb meteen ja gezegd. Ik had al een paar keer op de CD&V gestemd, het is een partij die iedereen aanvaardt zoals hij is, dat sprak me aan. In juni had ik minister van Justitie Koen Geens ontmoet tijdens een debat over deradicalisering voor De Zevende Dag en dat contact verliep goed. Natuurlijk vroeg ik me af of de partij bedenkingen zou hebben over mijn kandidatuur omdat mijn zoon in Syrië zat. Maar het was geen probleem, zeiden ze. Mijn ervaringen met deradicalisering zagen ze als een meerwaarde voor de samenleving. Ik werd met open armen ontvangen. U zou in de politiek zijn gestapt omdat u uw kleinzoon uit Syrië naar ons land wil halen, luidt de kritiek op sociale media. Ezzarhouni: Geen enkele grootmoeder wil dat haar kleinkind opgroeit in een oorlogsgebied. Maar dat heeft niets te maken met mijn keuze voor de politiek. Ik ben absoluut niet bij de CD&V gegaan voor mijn kleinzoon. Waarvoor dan wel? Ezzarhouni: Omdat ik bezig ben met preventie van radicalisering en dat via de politiek verder wil uitbouwen. Onder het motto: voorkomen is beter dan genezen. En wie kan nu beter aan preventie doen dan iemand die uit eigen ervaring spreekt. In 2013 wist ik niets over radicalisering, maar inmiddels heb ik veel geleerd. Ik volg de opleiding Vredeseducatie, ga mijn derde jaar in nu. In Wenen bezocht ik de School voor Moeders Tegen Extremisme, waar ze je leren signalen van je kind te herkennen zodat je tijdig kunt reageren. En in Polen volgde ik lezingen van Daniel Köhler, een expert op het vlak van extremisme. Vroeger werkte hij met families van neonazi's, nu ook met families van jihadi's. Ik geef lezingen en ga naar scholen om jongeren mijn verhaal te vertellen. Ik benadruk de rol van de moeder in de islam, hoe belangrijk ze is. Soms beginnen de meisjes te huilen, van de jongens krijg ik brieven waarin ze hun steun betuigen. Mijn boodschap komt echt wel aan. Merkte u dat uw eigen zoon radicaliseerde voor hij naar Syrië vertrok? Ezzarhouni: Totaal niet. Zijn vader en ik waren gescheiden, mijn zoon woonde sinds anderhalf jaar bij zijn papa. Toen hij begon te puberen, klikte het niet meer met mijn huidige man, dus vroeg hij meerdere keren of hij bij zijn pa kon wonen. Dat betekende niet dat de band tussen ons minder goed was, integendeel. Hij kwam nog steeds veel langs, het contact verliep prima. Ook met zijn jongere broer en zusje, de kinderen uit mijn tweede huwelijk, kon hij het goed vinden. Het enige wat aan hem veranderde, was zijn kleding. Hij begon van die lange gewaden te dragen, maar omdat er nog jongeren waren die dat deden, nam ik aan dat het een verschijnsel was dat wel zou overgaan. Hij ging ook vaker naar de moskee, zelfs naar het vroege ochtendgebed. Maar ik zag daar geen kwaad in. De dag na zijn verjaardag kwam hij langs. In een bermuda, een T-shirt en met een pet op. Ik was blij dat hij er weer als een doorsneepuber uitzag en ik weet nog goed hoe ik hem vastpakte omdat het achttien jaar geleden was dat ik hem op de wereld had gezet. Maar hij keek me niet aan. Hij moest weg, zei hij. Twee dagen later vond ik een brief in de bus. Van hem. Hij schreef dat ik degene was die hij het liefst zag maar dat hij naar Syrië was vertrokken om 'mensen zoals jij en ik' te helpen. Ik ben niet gebrainwasht, dit is een individuele beslissing, schreef hij ook. Voor mij was het meteen duidelijk; hij was wél gebrainwasht, anders zou hij dat nooit schrijven. Mijn zoon heeft een misstap begaan, dat ontken ik niet. Maar hij was jong en onder invloed van ronselaars. Ik sta niet achter zijn keuze, dat heb ik hem meermaals duidelijk gemaakt. Waarschijnlijk heeft hij daarom het contact verbroken. Ik ben meer kwaad op hem geweest dan dat ik lief voor hem was. Maar ik zal altijd zijn moeder blijven. Nu is hij dood en ik heb geen afscheid kunnen nemen, niets. Ik voel me schuldig dat ik zo hard tegen hem ben geweest. En ik vind dat ik als moeder heb gefaald omdat ik hem niet heb kunnen tegenhouden. Wat moet er met de kinderen van Belgische Syriëstrijders gebeuren? Ezzarhouni: Het gaat om een grote groep kleine kinderen, onder de 10 jaar. Ofwel gaan ze dood, ofwel raken ze getraumatiseerd door het geweld van de oorlog. Wat moet er van die kinderen worden over 10, 15 jaar? Krijgen we dan een nieuwe groep extremistische jongeren? De kinderen hebben er niet voor gekozen om naar Syrië te gaan, zij hebben niets misdaan. Hun ouders wel, ook de moeders. Ze hebben een verkeerde keuze gemaakt en moeten de gevolgen dragen. Maar ze verdienen wel een tweede kans. Net als de collaborateurs in de Tweede Wereldoorlog, die kregen ook een herkansing. De moeders moeten mee terugkeren met hun kinderen, je kunt ze moeilijk van elkaar scheiden, vind ik. Als ze naar de gevangenis moeten, is het een taak voor de grootouders om de kleinkinderen op te vangen. Na een screening en onder begeleiding - niet alle grootouders zijn in staat om ermee om te gaan. Het is een zeer complexe problematiek. Sommige kinderen hebben al een training gevolgd bij de IS, maar dat wil niet zeggen dat ze voor de rest van hun leven verloren zijn. Deradicalisering is ingewikkeld, er zijn geen pasklare oplossingen voor. Ik weet het ook allemaal niet, ik kan maar spreken als moeder. Natuurlijk begrijp ik de angst van de mensen hier. Ik denk dikwijls aan de slachtoffers van de aanslagen in Brussel en Parijs, ik besef hoe groot het leed is. En ja, ik voel me mede schuldig tegenover hen, al kan ik er helemaal niets aan doen. Nochtans krijg ik juist van die mensen het meeste begrip. Sommige slachtoffers van de aanslag op Zaventem nemen zelf contact met me op. Niet om me uit te schelden, maar om hun ervaring te kunnen delen. Daar ben ik heel blij mee. Ook ontmoette ik een vader wiens dochter was omgekomen bij de aanslagen in Le Bataclan in Parijs. Toen ik hem zag, begon ik te wenen. Hij kwam naar me toe en zei: 'Ik heb mijn kind verloren, maar jij ook.' Dat maakte diepe indruk. Eind september bent u ook te zien in de voorstelling Lam Gods van NTGent. Wat is uw rol? Ezzarhouni: Ik vertolk de rol van Maria om mijn verhaal als moeder te vertellen. Ik vind het een eer dat ze mij gevraagd hebben. Bovendien is het weer eens een andere manier om mijn boodschap uit te dragen. Ik zie het zo: toen mijn zoon naar ginder vertrok, had ik twee keuzes. Ofwel eindigde ik als een zielig vogeltje voor de rest van mijn leven, ofwel was ik niet langer slachtoffer en ging ik iets concreets doen met mijn verdriet. Inmiddels is het een missie geworden. De oorlog is bij mij thuis gekomen. Nu stap ik de wereld in om vrede te promoten.