'In ons beroep kunnen vooroordelen je leven redden', stelt een anonieme Belgische politie-inspecteur in het rapport dat Amnesty vorig jaar uitbracht over etnisch profileren. 'Op dit moment zegt mijn intuïtie, mijn statistiek: Handtasdief? Marokkaan. Zatlap? Oostblokker. Drugsdealer? Marokkaan. Kloppen die statistieken? Ik ga af op ervaring.'
...

'In ons beroep kunnen vooroordelen je leven redden', stelt een anonieme Belgische politie-inspecteur in het rapport dat Amnesty vorig jaar uitbracht over etnisch profileren. 'Op dit moment zegt mijn intuïtie, mijn statistiek: Handtasdief? Marokkaan. Zatlap? Oostblokker. Drugsdealer? Marokkaan. Kloppen die statistieken? Ik ga af op ervaring.' 'Etnisch profileren is een realiteit, onder meer omdat politieagenten geen duidelijke richtlijnen en training krijgen', zegt Anne Claeys, beleidsverantwoordelijke van Amnesty International. 'Ze moeten zelf interpreteren wat "redelijke gronden" zijn voor een identiteitscontrole. Het toezicht daarop is nagenoeg onbestaand. Politie en politiek zien het probleem nu enigszins in, maar de weg is nog lang.' Hoe groot het probleem precies is, weten we niet. Terwijl burgers in het Verenigd Koninkrijk via de site van de ngo-koepel StopWatch in detail kunnen zien hoeveel identiteitscontroles er bij welke bevolkingsgroepen zijn uitgevoerd, moet bij ons het systematische verzamelen van gegevens nog beginnen. De gevolgen van etnisch profileren zijn wél bekend: het ondermijnt de legitimiteit en doeltreffendheid van het politiewerk, en het leidt tot de stigmatisering van slachtoffers en de bevestiging van bestaande maatschappelijke vooroordelen. Bovendien ontwikkelen de slachtoffers een groot wantrouwen tegenover agenten. 'Ik zou je de hele avond kunnen onderhouden over etnisch profileren, hoe het begon toen ik een jongen van dertien was en hoe de confrontaties zich opstapelden. Het ging van een boete voor een sigaret die op het trottoir voor de schoolpoort werd uitgedrukt tot een valse beschuldiging van roofoverval. Ik heb een blanco strafblad maar was in de ogen van de politie een zware jongen. Sommige dagen werd ik twee keer per uur tegengehouden. Op een dag vroeg ik aan de agenten in mijn geboorteplaats Mortsel wat ik kon doen om de controles te laten ophouden. "Niet meer buitenkomen", zeiden ze grinnikend. 'Zoiets beïnvloedt je zelfbeeld, en toch weiger ik mezelf als een slachtoffer te zien. De intimidatie en de pesterijen hebben mijn verzet aangewakkerd, ze dreven me naar slampoetry en andere artistieke uitingen. Op een keer mocht ik mijn rauwe teksten brengen voor een gezelschap waar politieke kopstukken en hoge piefen van de politie aanwezig waren: dat was een fijne vorm van genoegdoening. 'Ik heb het grote geluk gehad dat ik een goed sociaal vangnet had, waardoor ik er op een constructieve manier mee kon omgaan. Veel mensen hebben dat niet, ze hebben geen verweer tegen het systematische onrecht, ze verliezen de hoop, het wordt een selffulfilling prophecy.' 'Het gebeurde in 2010 maar ik herinner het me nog helder. Mijn vriend en ik die traag door een straat reden, op zoek naar een adres. We woonden nog maar pas in Antwerpen. Ik dacht dat een ambulance achter ons reed, maar het was een politiebusje. Er kwam een luidspreker tevoorschijn. We moesten aan de kant gaan, twee jonge mannen met geweren sprongen naar buiten. "Wat hebben jullie bij je?!" riepen ze. "Marihuana, xtc, speed, heroïne?!" 'Een traag rijdende, ongewassen auto met donkere mensen, dat vonden ze verdacht. Ik was verschrikkelijk boos, ging de volgende dag een klacht indienen. De dienstdoende agent keek me aan en gooide een kleine blocnote naar me, "om je verhaal op te schrijven". 'Verbouwereerd ging ik weg en nam contact op met het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, dat vandaag Unia heet. Enkele weken later kwam het antwoord, per mail. De politieverklaring was verzonnen, men liet het uitschijnen dat we vluchtmisdrijf hadden gepleegd, wat de actie van de agenten zogezegd wettigde. 'Het voorval is me zo bijgebleven omdat mijn vriend, die van Zuid-Indiase afkomst is, nog vaak met etnische profilering wordt geconfronteerd. In zijn straat in Londerzeel belt er om de haverklap iemand naar de politie omdat een vreemde man is gesignaleerd. En altijd weer gaan de agenten erop in. Zien ze dan niet in wat de impact daarvan is?' 'Laat me u een surrealistisch verhaal vertellen dat zich twee jaar geleden afspeelde aan het station Antwerpen-Centraal. Een Noord-Afrikaanse man met baard loopt gehaast naar de tramhalte en kijkt ongerust rond. Hij stuurt een sms en belt dan iemand op. De aankomende tram wordt door drie combi's klemgereden. De man wordt omsingeld, zijn rugzak wordt leeggemaakt, zijn mobieltje in beslag genomen. Een menigte kijkt toe, ziet al haar vooroordelen bevestigd. Uitgerekend ik, een Antwerpse acteur op weg naar een ontmoeting met een priester, een rabbijn en een imam, werd van terrorisme verdacht. Hoe dat was gegaan? Op basis van camerabeelden, zei een agent, of misschien een telefoontje van een wakkere burger. 'Die avond heb ik het voorval op Facebook gepost. Er kwamen veel bemoedigende reacties, maar er waren ook kennissen die schreven dat 'het normaal is dat er zo wordt gecontroleerd, in deze tijden weet je maar nooit'. 'Vroeger heette etnisch profileren gewoon "paspoortcontrole". Het gebeurde voortdurend en niet alleen bij allochtone tieners. Toen mijn moeder, een vrouw in djellaba en hoofddoek, met haar blonde kleinkinderen ging wandelen, moest ze uitleggen wie dat waren en waar ze met hen naartoe ging.'