Vlaams minister-president Jan Jambon maakte bekend dat er zwaar in de kunstensubsidies gesneden zal worden. Vooral de nu reeds overbevraagde projectsubsidiepot komt daarbij in het vizier: het budget voor projectsubsidies daalt van 8,4 naar 3,3 miljoen euro. Dat kan je gerust een hakbijl noemen. Zeker als je daarbij bedenkt dat er de afgelopen regeerperioden al zwaar bespaard werd in de cultuursector en veel getalenteerde kunstenaars hierdoor al, ondanks een zeer gunstige beoordeling van hun subsidiedossier, naast de nodige financiële middelen grepen.

Er kan nochtans niet genoeg gewezen worden op het belang van die projectsubsidies. De grote instellingen en de internationale toppers die deze regering via een herverdeling van de middelen zegt extra te willen ondersteunen, staan vandaag immers maar waar ze staan door de groeikansen uit het verleden. De bekende regisseurs, choreografen en beeldend kunstenaars van vandaag hebben hun eigen kenmerkende artistieke taal ontwikkeld door jaren te zoeken en te experimenteren.

Er kan niet genoeg gewezen worden op het belang van projectsubsidies.

Belangrijker nog is dat de projectsubsidies voor een dynamisch kunstenveld zorgen. Ze zorgen ervoor dat nieuwe makers kansen krijgen, dat er geëxperimenteerd en vernieuwd kan worden. Net die vernieuwing is van levensbelang voor een cultuur.

Kunst geeft mee vorm aan hoe we naar de wereld kijken. Dat we ons vandaag nog altijd aangesproken voelen door de toneelstukken van Shakespeare en de schilderijen van Rubens heeft in grote mate daarmee te maken: hun werken raken aan thema's die ons vandaag nog altijd bezighouden.

Kunst geeft ons inzicht in wat het betekent mens te zijn, ze bevraagt onze ideeën en vooronderstellingen en toont ons nieuwe mogelijkheden en perspectieven. Zo hebben we bijvoorbeeld allemaal wel een opvatting over wat het betekent lief te hebben of een goed leven te leiden.

Kunst gaat met die opvattingen aan de slag en doet ons twijfelen of verleent meer diepgang aan de ideeën die we hebben. Hierom koesteren we de oude meesters.

Maar tegelijkertijd is de wereld ook steeds in verandering. Het Antwerpen van Rubens is niet het Antwerpen van vandaag en een thema als de klimaatverandering was Shakespeare onbekend. Elke tijd heeft zijn eigen vragen en kunstenaars moeten daarom steeds nieuwe vormen zoeken om met die vragen en thema's aan de slag te gaan.

Wanneer we kunst een waarde toedichten kunnen ons dus niet alleen verlaten op de oude meesters. Een cultuur is meer dan een gedeeld verleden: dat verleden krijgt maar waarde doordat het voorwerp wordt van dialoog en doordat het bevraagd mag worden. Traditie en innovatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De kunstenaars van vandaag bouwen voort op een traditie die ze tegelijkertijd bevragen. En een traditie die niet langer bevraagd en vernieuwd wordt is ten dode opgeschreven. Een bloeiend cultuurlandschap creëer je dus maar door net het zoeken, het innoveren en het experimenteren te stimuleren. En dat doe je niet door een kunstenveld droog te leggen.

Leen Verheyen is aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO), verbonden aan het Centrum voor Europese Filosofie van de Universiteit Antwerpen.