Ik kreeg onlangs het verwijt dat ik tijdens interviews met schrijvers, of kunstenaars, het gesprek al te vaak op politieke thema's breng. Ik voelde mij door die opmerking wat betrapt, alsof er een geheim uitkwam dat ik jarenlang voor mezelf had proberen te houden. Want het is waar: als ik naar een interview met een kunstenaar vertrek, zijn de vragen op mijn lijstje meestal voor driekwart politiek. Als het al over het werk van de kunstenaar mag gaan, is dat meestal nog over de manier waarop het wordt gefinancierd. 'Waarom denkt u recht te hebben op subsidies...

Ik kreeg onlangs het verwijt dat ik tijdens interviews met schrijvers, of kunstenaars, het gesprek al te vaak op politieke thema's breng. Ik voelde mij door die opmerking wat betrapt, alsof er een geheim uitkwam dat ik jarenlang voor mezelf had proberen te houden. Want het is waar: als ik naar een interview met een kunstenaar vertrek, zijn de vragen op mijn lijstje meestal voor driekwart politiek. Als het al over het werk van de kunstenaar mag gaan, is dat meestal nog over de manier waarop het wordt gefinancierd. 'Waarom denkt u recht te hebben op subsidies?' 'Bent u er wel zo zeker van dat ons belastinggeld goed besteed is aan u?' Maar als het ten behoeve van een lezenswaardig gesprek is, heeft het ook weinig zin om diep door te vragen naar het werk van een kunstenaar. Sinds in de herfst weer het ene boek na het andere verschijnt van onze grootste auteurs, verschijnen er ook heel wat bijbehorende interviews waarin zij min of meer gevraagd worden het verhaal van hun roman na te vertellen. Het resultaat doet nog het meeste denken aan de recensies die enkele weken later van hetzelfde boek op scholieren.com zijn te vinden. Ontdaan van elke literaire kwaliteit of spanningsboog blijft er meestal een flauw verhaaltje over. Een theatermaker vragen om zijn voorstelling te beschrijven is een nog hachelijkere onderneming. De eenvoudigste ontsnappingsroute is het persoonlijke leven van de kunstenaar. Een enkele anekdote in een roman waarin de biografie van de auteur nog maar vaaglijk doorschemert, kan voldoende zijn om het gesprek daarop te brengen. Heel wat collega's zijn daar uitermate in geïnteresseerd. Er kan niemand méér dan drie keer op televisie verschijnen - één deelname aan De slimste mens ter wereld is al genoeg - zonder dat hij of zij zes bladzijden in Humo krijgt om uitvoerig te vertellen over leven, carrière en jeugd. Terwijl niet alle kunstenaars in Vlaanderen een spannend leven leiden, of zelfs maar een leven dat het verdient om naverteld te worden. Een laatste mogelijkheid is een gesprek over het vakmanschap. Schrijven, hoe doet een auteur dat? Het mysterie van de artistieke schepping, eindelijk ontrafeld. Ook al weet ik dat schrijvers weinig zo graag doen als daarover te praten - sommigen zouden liefst zelfs alleen over dat onderwerp boeken schrijven - interesseert het mij amper. Zodra dat mysterie ontrafeld is, resten er meestal alleen banaliteiten. En wat blijft er dan over? De politiek. Waarover iedereen een mening heeft en waarin iedereen geïnteresseerd is. Dat achteraf weleens blijkt dat ik nog beter met mijn interviewee over het weer had kunnen babbelen, behoort tot de risico's van het vak.