Over Europa en haar instellingen wordt veel slechts gezegd, maar dat gaat al te makkelijk voorbij aan het vele goede werk dat daar wordt geleverd. Neem nu het weerwerk tegen techgiganten zoals Google en Facebook, die op een ongeziene en tegelijk onzichtbare manier onze privacy, onze ideeën en zelfs onze hele identiteit aan het manipuleren zijn. Sinds enkele jaren smeedt Europa een wetgevend arsenaal om bigtech in het gareel te houden, en dat verdient alle lof. De Europese lidstaten, waaronder ons land, moeten dat instrumentarium vervolgens wel nog afstellen voor eigen, lokaal gebruik. Alleen mogen ze bij dat wetgevende werk niet vergeten de mediasector te betrekken, niet enkel uitgevers maar ook journalisten.

Er kan geen sprake zijn van onderhandse deals tussen big tech en een club van uitverkoren uitgevers.

In 2016 vaardigde Europa de GDPR uit, AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in het Nederlands. De intentie was het intensieve en manipulatieve gebruik van persoonsdata in het digitale tijdperk tegen te gaan. Onder meer zoekmachines en sociale media gingen zich daaraan te buiten, ze baseerden er zelfs hun bedrijfsmodel op. België zette de GDPR in 2018 om in een nationale wet. Sindsdien moeten dataverwerkers transparant zijn over hun gebruik van persoonsgegevens, moeten ze daarvoor ook de toestemming vragen, en moeten ze gegevens corrigeren of zelfs schrappen als ze fout of verouderd blijken te zijn. Een hele stap vooruit dus, ook al omdat een specifieke Gegevensbeschermingsautoriteit werd opgericht om de regeling te handhaven. En nog goed nieuws: voor journalistiek en wetenschappelijk onderzoek werden - op uitdrukkelijke vraag van de Belgische nieuwsmediasector - gepaste uitzonderingen bepaald. Voor de persvrijheid zou het immers een mokerslag zijn geweest, als de Belgische GDPR-uitvoeringswet onverkort op journalisten van toepassing was verklaard.

Nieuwsfragmenten

Big tech bedrijven parasiteren niet enkel op persoonsgegevens om hun zaak te doen draaien, ze doen dat ook op informatie - waaronder veel nieuws - die door professionelen in het vak wordt gemaakt. Het klopt dat Google en Facebook ook voor trafiek naar professionele nieuwsmedia zorgen, maar intussen blijven ze dankzij gepikte nieuwsfragmenten wel ontelbare miljarden aan reclamegeld binnenrijven. Daar moet de Europese Digital Copyright Directive (DCD) iets aan doen. De richtlijn creëert voor nieuwsuitgevers een digitaal uitgeversrecht, dat ten overstaan van digitale platformen en sociale media financieel kan worden gevaloriseerd. En belangrijk hier: aangezien het over nieuwsinhoud gaat, moeten de uitgevers met hun journalisten tot afspraken komen over een 'faire verdeling' van de nieuwe inkomsten.

De Belgische regering bereidt op dit ogenblik een uitvoeringswet over het digital copyright voor. Geen makkelijke opgave, zo leren de krachtmetingen tussen regeringen en bigtech elders. Overal waar de overheid te fel wil ingrijpen in het contentgebruik door Facebook en Google, dreigen die ermee alle nieuws van hun platformen te zwieren. In Australië kwam het intussen zover. Aan de overheid om te laten zien wie het heft in handen heeft: zij, of private quasi-monopolisten met namen als Mark Zuckerberg, Sundar Pichai en Jack Dorsey. Maar vooral kan de Belgische wetgever met haar digitale copyrightwet laten zien dat ze het goed meent met professionele nieuwsmedia en journalisten.

Die regeling moet dan wel goed in elkaar zitten, en daar knellen toch nog een paar schoenen. Zo kan er geen sprake van zijn dat er onderhandse deals worden gesloten tussen bigtech en een selecte club van uitverkoren uitgevers. Google, met zijn recente project Google News Showcase, en Facebook hebben die verdeel-en-heersstrategie reeds ten overvloede toegepast. Dat gaat ten koste van een eerlijke, solidaire regeling voor alle actoren in de professionele mediasector, en dreigt bovendien uit te lopen op een cascade van gerechtelijke procedures.

Beslechten of iets onwaar of haatzaaiend is, is van een heel andere orde dan de bescherming van persoonsgegevens of auteursrechten.

Waarom neemt de Belgische wetgever geen voorbeeld aan de regeling die al bestaat voor reprografierechten? Die zorgt via Reprobel en Auvibel voor een sectorbrede vergoeding van alle uitgevers en auteurs wier werk door het publiek wordt gekopieerd. Overigens moet elke regeling ook transparant zijn. En ze moet - conform de Europese richtlijn - voor journalisten een passend aandeel in de vergoeding voorzien. Voor àlle journalisten, en dat maakt in ons land de JAM, specifieke auteursrechtenvennootschap voor journalisten, tot het aangewezen kanaal. Enkel een verdeling van het auteursaandeel via de JAM staat garant voor solidariteit en werkbaarheid.

Desinformatie

Intussen staat in Europa nog een derde vehikel in de steigers waarmee het de macht van bigtech tot redelijke proporties wil herleiden. Want Facebook & Co. parasiteren niet enkel op persoonsgegevens en content van derden, ze grossieren ook in fake news, desinformatie, polarisering en hatespeech. Is nu eenmaal goed voor de klikcijfers, en dus voor reclamegeld. Met de Digital Services Act (DSA) wil de Europese overheid daarom ook de aansprakelijkheid van big tech bedrijven finetunen. Want laat een ding duidelijk zijn: louter technische verdelers van informatie kun je hen toch niet noemen - hoe hard die bedrijven daar zelf ook op hameren. Zoekplatformen en sociale media maken wel degelijk 'redactionele' keuzes, op een gevaarlijk heimelijke wijze dan nog, gebaseerd op duistere algoritmes die behalve zij niemand kent.

Ook hier is regulering dus op de plaats, zij het dan met grote voorzichtigheid. Want beslechten of iets onwaar of haatzaaiend is - of beter: regelen hoe dit wordt beslecht - is van een heel andere orde dan de bescherming van persoonsgegevens of auteursrechten. Eens te meer zal het dus zaak zijn om journalisten en hun uitgevers nauw te betrekken bij de zaak. Het kan nu eenmaal niet de bedoeling zijn dat zij collatoral damage ondervinden van de (op zich nobele) overheidsambities om het fake news en de hatespeech elders aan banden te leggen.

Pol Deltour is nationaal secretaris van de VVJ (Vlaamse Vereniging van Journalisten) / AVBB (Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België).

Over Europa en haar instellingen wordt veel slechts gezegd, maar dat gaat al te makkelijk voorbij aan het vele goede werk dat daar wordt geleverd. Neem nu het weerwerk tegen techgiganten zoals Google en Facebook, die op een ongeziene en tegelijk onzichtbare manier onze privacy, onze ideeën en zelfs onze hele identiteit aan het manipuleren zijn. Sinds enkele jaren smeedt Europa een wetgevend arsenaal om bigtech in het gareel te houden, en dat verdient alle lof. De Europese lidstaten, waaronder ons land, moeten dat instrumentarium vervolgens wel nog afstellen voor eigen, lokaal gebruik. Alleen mogen ze bij dat wetgevende werk niet vergeten de mediasector te betrekken, niet enkel uitgevers maar ook journalisten.In 2016 vaardigde Europa de GDPR uit, AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in het Nederlands. De intentie was het intensieve en manipulatieve gebruik van persoonsdata in het digitale tijdperk tegen te gaan. Onder meer zoekmachines en sociale media gingen zich daaraan te buiten, ze baseerden er zelfs hun bedrijfsmodel op. België zette de GDPR in 2018 om in een nationale wet. Sindsdien moeten dataverwerkers transparant zijn over hun gebruik van persoonsgegevens, moeten ze daarvoor ook de toestemming vragen, en moeten ze gegevens corrigeren of zelfs schrappen als ze fout of verouderd blijken te zijn. Een hele stap vooruit dus, ook al omdat een specifieke Gegevensbeschermingsautoriteit werd opgericht om de regeling te handhaven. En nog goed nieuws: voor journalistiek en wetenschappelijk onderzoek werden - op uitdrukkelijke vraag van de Belgische nieuwsmediasector - gepaste uitzonderingen bepaald. Voor de persvrijheid zou het immers een mokerslag zijn geweest, als de Belgische GDPR-uitvoeringswet onverkort op journalisten van toepassing was verklaard.Big tech bedrijven parasiteren niet enkel op persoonsgegevens om hun zaak te doen draaien, ze doen dat ook op informatie - waaronder veel nieuws - die door professionelen in het vak wordt gemaakt. Het klopt dat Google en Facebook ook voor trafiek naar professionele nieuwsmedia zorgen, maar intussen blijven ze dankzij gepikte nieuwsfragmenten wel ontelbare miljarden aan reclamegeld binnenrijven. Daar moet de Europese Digital Copyright Directive (DCD) iets aan doen. De richtlijn creëert voor nieuwsuitgevers een digitaal uitgeversrecht, dat ten overstaan van digitale platformen en sociale media financieel kan worden gevaloriseerd. En belangrijk hier: aangezien het over nieuwsinhoud gaat, moeten de uitgevers met hun journalisten tot afspraken komen over een 'faire verdeling' van de nieuwe inkomsten.De Belgische regering bereidt op dit ogenblik een uitvoeringswet over het digital copyright voor. Geen makkelijke opgave, zo leren de krachtmetingen tussen regeringen en bigtech elders. Overal waar de overheid te fel wil ingrijpen in het contentgebruik door Facebook en Google, dreigen die ermee alle nieuws van hun platformen te zwieren. In Australië kwam het intussen zover. Aan de overheid om te laten zien wie het heft in handen heeft: zij, of private quasi-monopolisten met namen als Mark Zuckerberg, Sundar Pichai en Jack Dorsey. Maar vooral kan de Belgische wetgever met haar digitale copyrightwet laten zien dat ze het goed meent met professionele nieuwsmedia en journalisten.Die regeling moet dan wel goed in elkaar zitten, en daar knellen toch nog een paar schoenen. Zo kan er geen sprake van zijn dat er onderhandse deals worden gesloten tussen bigtech en een selecte club van uitverkoren uitgevers. Google, met zijn recente project Google News Showcase, en Facebook hebben die verdeel-en-heersstrategie reeds ten overvloede toegepast. Dat gaat ten koste van een eerlijke, solidaire regeling voor alle actoren in de professionele mediasector, en dreigt bovendien uit te lopen op een cascade van gerechtelijke procedures.Waarom neemt de Belgische wetgever geen voorbeeld aan de regeling die al bestaat voor reprografierechten? Die zorgt via Reprobel en Auvibel voor een sectorbrede vergoeding van alle uitgevers en auteurs wier werk door het publiek wordt gekopieerd. Overigens moet elke regeling ook transparant zijn. En ze moet - conform de Europese richtlijn - voor journalisten een passend aandeel in de vergoeding voorzien. Voor àlle journalisten, en dat maakt in ons land de JAM, specifieke auteursrechtenvennootschap voor journalisten, tot het aangewezen kanaal. Enkel een verdeling van het auteursaandeel via de JAM staat garant voor solidariteit en werkbaarheid.Intussen staat in Europa nog een derde vehikel in de steigers waarmee het de macht van bigtech tot redelijke proporties wil herleiden. Want Facebook & Co. parasiteren niet enkel op persoonsgegevens en content van derden, ze grossieren ook in fake news, desinformatie, polarisering en hatespeech. Is nu eenmaal goed voor de klikcijfers, en dus voor reclamegeld. Met de Digital Services Act (DSA) wil de Europese overheid daarom ook de aansprakelijkheid van big tech bedrijven finetunen. Want laat een ding duidelijk zijn: louter technische verdelers van informatie kun je hen toch niet noemen - hoe hard die bedrijven daar zelf ook op hameren. Zoekplatformen en sociale media maken wel degelijk 'redactionele' keuzes, op een gevaarlijk heimelijke wijze dan nog, gebaseerd op duistere algoritmes die behalve zij niemand kent.Ook hier is regulering dus op de plaats, zij het dan met grote voorzichtigheid. Want beslechten of iets onwaar of haatzaaiend is - of beter: regelen hoe dit wordt beslecht - is van een heel andere orde dan de bescherming van persoonsgegevens of auteursrechten. Eens te meer zal het dus zaak zijn om journalisten en hun uitgevers nauw te betrekken bij de zaak. Het kan nu eenmaal niet de bedoeling zijn dat zij collatoral damage ondervinden van de (op zich nobele) overheidsambities om het fake news en de hatespeech elders aan banden te leggen.Pol Deltour is nationaal secretaris van de VVJ (Vlaamse Vereniging van Journalisten) / AVBB (Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België).