Begin jaren negentig was mijn vader hoofd marketing van een Duitse multinational die actief was in de bandenindustrie. Tijdens een bijeenkomst voor de introductie van een nieuwe autoband presenteerde het Duitse hoofdkantoor de bijbehorende reclamecampagne met de slogan 'der Reifen für Individualisten', die in het Nederlands werd vertaald als 'de band voor individualisten'. De Fransen, Belgen en Italianen waren verbaasd en glimlachten gegeneerd, waarna ze wezen op de bijzonder negatieve connotatie die een dergelijke term in hun contreien opriep.

Deze anekdote illustreert het belangrijke verschil in betekenis dat eenzelfde woord in verschillende talen en culturen kan hebben. Terwijl wij individualisme associëren met egoïsme en ieder voor zich, verwijst het in het Duits naar de zoektocht naar de vorming van een onafhankelijke mening, ongeacht of die in overeenstemming is met de sociale context. Het drukt het vermogen van een individu uit om voor zichzelf te denken. Deze lezing houdt ook verband met het lutherse gedachtegoed, waarbij het belang van zelfstandig denken en beslissen wordt benadrukt, en waarbij men zich onthoudt van het blindelings volgen van de bevelen van een collectief moreel gezag. En de Duitsers zijn zich terdege ervan bewust dat, toen ze hiervan afweken, dit niet goed uitpakte.

Volgens deze interpretatie betekent individualisme ook geloven en vertrouwen in het individu en zijn vermogen om te handelen, niet alleen voor zijn eigen bestwil, maar ook in en voor zijn omgeving.

Echter, er bestaat een sterke en groeiende tendens in onze samenlevingen om net onze medemens te wantrouwen in plaats van te vertrouwen. Zonder commentaar te geven op de huidige situatie, is er een constante behoefte om de controle over individuen te vergroten. In welke politiek of ander betoog, over welk onderwerp dan ook, wordt gevraagd om minder controle en vertrouwen in ons gezond verstand? Hoewel alleen de rijken zich zullen storen aan de steeds strengere controle op hun vermogen (UBO-register, toegang tot bankrekeningen, automatische grensoverschrijdende informatie-uitwisseling enz.), geldt deze ontwikkeling ook voor werklozen die een onderzoeksvrijstelling aanvragen om hun studie te hervatten of kunstenaars die proberen te verklaren dat ze aan de voorwaarden van het statuut voldoen. Al deze ontwikkelingen zijn uiteindelijk verschillende kanten van dezelfde medaille: onze samenlevingen worden steeds wantrouwiger ten opzichte van de individuen die er deel van uitmaken.

De huidige context laat echter de impasse van een dergelijke ontwikkeling zien. Hoeveel technologische innovatie er ook is, we zullen nooit een sluitende controle van iedereen en al onze activiteiten kunnen organiseren. Naast het (reeds) onwenselijke karakter van zo'n maatschappelijke ontwikkeling is het ook nog eens ongelooflijk kostelijk. Niet alleen moet de controle-economie worden betaald, maar veel economische onderzoeken hebben aangetoond dat economieën met een hoog niveau van vertrouwen profiteren van een groter welzijn en een sterkere, vaak stabielere groei. Het ongelooflijke wantrouwen in de Amerikaanse samenleving is bijvoorbeeld geen nieuw fenomeen. De onophoudelijke rechtszaken in de Verenigde Staten zijn drie keer zo duur als in Europa, maar groeien ook snel in ons land. Verschillende procentpunten van het Amerikaanse bbp kunnen worden verklaard door de omvang van de economie van de rechtszaken. De controle-economie zouden we daarbij moeten tellen.

Bovendien heeft en zal dit verlangen naar controle zelf schadelijke gevolgen hebben voor het wederzijdse vertrouwen van individuen. Een hoog gemiddeld controleniveau gaat waarschijnlijk gepaard met een grote standaardafwijking of, met andere woorden, de perceptie (en observatie) van een aanzienlijke willekeur in de uitkomst van deze controles, waardoor de wrok van individuen ten opzichte van de samenleving toeneemt en hun bereidheid om met en voor anderen te denken des te meer afneemt.

Deze dodelijke ideologie moet worden bestreden. Zelfs als het op dit moment ongelooflijk naïef lijkt om gewoon weer op je buurman en zijn individualisme te vertrouwen, dan moet je toch erop hameren dat nee, de hel niet de anderen zijn.

Begin jaren negentig was mijn vader hoofd marketing van een Duitse multinational die actief was in de bandenindustrie. Tijdens een bijeenkomst voor de introductie van een nieuwe autoband presenteerde het Duitse hoofdkantoor de bijbehorende reclamecampagne met de slogan 'der Reifen für Individualisten', die in het Nederlands werd vertaald als 'de band voor individualisten'. De Fransen, Belgen en Italianen waren verbaasd en glimlachten gegeneerd, waarna ze wezen op de bijzonder negatieve connotatie die een dergelijke term in hun contreien opriep.Deze anekdote illustreert het belangrijke verschil in betekenis dat eenzelfde woord in verschillende talen en culturen kan hebben. Terwijl wij individualisme associëren met egoïsme en ieder voor zich, verwijst het in het Duits naar de zoektocht naar de vorming van een onafhankelijke mening, ongeacht of die in overeenstemming is met de sociale context. Het drukt het vermogen van een individu uit om voor zichzelf te denken. Deze lezing houdt ook verband met het lutherse gedachtegoed, waarbij het belang van zelfstandig denken en beslissen wordt benadrukt, en waarbij men zich onthoudt van het blindelings volgen van de bevelen van een collectief moreel gezag. En de Duitsers zijn zich terdege ervan bewust dat, toen ze hiervan afweken, dit niet goed uitpakte.Volgens deze interpretatie betekent individualisme ook geloven en vertrouwen in het individu en zijn vermogen om te handelen, niet alleen voor zijn eigen bestwil, maar ook in en voor zijn omgeving.Echter, er bestaat een sterke en groeiende tendens in onze samenlevingen om net onze medemens te wantrouwen in plaats van te vertrouwen. Zonder commentaar te geven op de huidige situatie, is er een constante behoefte om de controle over individuen te vergroten. In welke politiek of ander betoog, over welk onderwerp dan ook, wordt gevraagd om minder controle en vertrouwen in ons gezond verstand? Hoewel alleen de rijken zich zullen storen aan de steeds strengere controle op hun vermogen (UBO-register, toegang tot bankrekeningen, automatische grensoverschrijdende informatie-uitwisseling enz.), geldt deze ontwikkeling ook voor werklozen die een onderzoeksvrijstelling aanvragen om hun studie te hervatten of kunstenaars die proberen te verklaren dat ze aan de voorwaarden van het statuut voldoen. Al deze ontwikkelingen zijn uiteindelijk verschillende kanten van dezelfde medaille: onze samenlevingen worden steeds wantrouwiger ten opzichte van de individuen die er deel van uitmaken. De huidige context laat echter de impasse van een dergelijke ontwikkeling zien. Hoeveel technologische innovatie er ook is, we zullen nooit een sluitende controle van iedereen en al onze activiteiten kunnen organiseren. Naast het (reeds) onwenselijke karakter van zo'n maatschappelijke ontwikkeling is het ook nog eens ongelooflijk kostelijk. Niet alleen moet de controle-economie worden betaald, maar veel economische onderzoeken hebben aangetoond dat economieën met een hoog niveau van vertrouwen profiteren van een groter welzijn en een sterkere, vaak stabielere groei. Het ongelooflijke wantrouwen in de Amerikaanse samenleving is bijvoorbeeld geen nieuw fenomeen. De onophoudelijke rechtszaken in de Verenigde Staten zijn drie keer zo duur als in Europa, maar groeien ook snel in ons land. Verschillende procentpunten van het Amerikaanse bbp kunnen worden verklaard door de omvang van de economie van de rechtszaken. De controle-economie zouden we daarbij moeten tellen.Bovendien heeft en zal dit verlangen naar controle zelf schadelijke gevolgen hebben voor het wederzijdse vertrouwen van individuen. Een hoog gemiddeld controleniveau gaat waarschijnlijk gepaard met een grote standaardafwijking of, met andere woorden, de perceptie (en observatie) van een aanzienlijke willekeur in de uitkomst van deze controles, waardoor de wrok van individuen ten opzichte van de samenleving toeneemt en hun bereidheid om met en voor anderen te denken des te meer afneemt.Deze dodelijke ideologie moet worden bestreden. Zelfs als het op dit moment ongelooflijk naïef lijkt om gewoon weer op je buurman en zijn individualisme te vertrouwen, dan moet je toch erop hameren dat nee, de hel niet de anderen zijn.