Dat de drie Zweedse partijen met elkaar verder moesten, was al meteen duidelijk na de uitslag van 26 mei . Inderdaad, een Bourgondische coalitie zou maar één zetel meerderheid hebben voor de gewestmateries in het Vlaamse Parlement en een combinatie N-VA met Vlaams Belang heeft geen meerderheid. Dus de drie Zweedse partijen moeten tot in 2024 verder en dit is zeker niet met veel liefde. Maar er is geen politiek alternatief. Een bijkomend probleem is het feit dat deze drie Zweedse partijen allemaal verliezers zijn op basis van het resultaat van 26 mei en een coalitie met alleen maar electorale verliezers is altijd problematisch.

In de volgende tien punten ga ik nader in op de budgettaire problematiek van Vlaanderen.

  1. De eerste Zweedse uitgave van de Vlaamse regering is geëindigd met een budgettair tekort van ruim 700 miljoen euro. Men is wel zo slim geweest om dat nieuws pas na de verkiezingen van 26 mei in de openbaarheid te brengen. Zodoende kon het geen verdere electorale schade, die toch al enorm was voor de partijen van de Zweedse coalitie, aanrichten. Het zegt ook veel hoe de toenmalige Vlaamse oppositie de begroting opvolgde.
  2. Als een centrumrechts kabinet er al niet in slaagt om een evenwicht te verwezenlijken in Vlaanderen , dan rijst de vraag: wie gaat het dan wel doen? Of verlaat men in Vlaanderen dit idee? De politieke wereld moet toch weten dat de schulden van vandaag de belastingen van morgen zijn? Bovendien is dit gegeven een moeilijk te verkopen verhaal aan de electorale achterban van vooral van Open VLD en de N-VA.
  3. De aankomende regering 'Jan Jambon één' ("JJ one" ) wil in het rood starten en zou dan in 2024 in evenwicht landen. Men moet wel erg weinig kennis hebben van de budgettaire geschiedenis om dit te geloven. De basisregel van een begrotingspolitiek houdt in dat men met de saneringen moet beginnen om dan, tegen het einde van de legislatuur, de budgettaire vruchten daarvan te plukken. Een educatieve, politieke uitstap naar onze noorderburen gaat daar zeker de aandacht op vestigen.
  4. In de begroting 2019 staat er voor 47,1 miljard euro aan uitgaven ingeschreven. De hitlijst wordt getrokken door onderwijs (13,9 miljard), welzijn (13,5 miljard), kanselarij en bestuur (4 miljard), mobiliteit (3,9 miljard), sociale economie & werk (3,8 miljard ) etc. In een begroting met een uitgebreid gamma aan subsidies en een onoverzichtelijke hoeveelheid aan administratieve entiteiten kan er wel bespaard worden. Met andere woorden, er is duidelijk budgettair vet aanwezig in de Vlaamse begroting. Waar de federale administratie al aardig wat kennis heeft opgedaan met besparingen, is dit gegeven onbekend terrein voor de Vlaamse collega's.
  5. Het is een feit dat Vlaanderen een reglementeringsstroom kent. Dit gegeven zou onmiddellijk het voorwerp zijn van een nieuw boek vanwege Kafka. Enige mate van administratieve vereenvoudiging is aan Vlaanderen niet besteed. Desalniettemin is het een sterke aanrader dat een topper van de nieuwe Vlaamse regering zich daarover nu eens echt gaat buigen. Een doorgedreven administratieve vereenvoudiging gaat zeker geld opbrengen aan de begroting, komt ten goede aan de economische activiteit en gaat populair zijn bij het publiek.
  6. Dat de sfeer niet geweldig is te noemen bij de regeringsonderhandelingen wordt ook bewezen door de vele lekken naar de media. Laat ons een aantal van die plannen eens analyseren. Het is zeker een goed idee om de activiteitsgraad te verhogen. Want dat kan alleen maar geld opbrengen. Het idee om afcentiemen te gunnen aan de lagere lonen, is nuttig. Maar de electorale achterban van deze drie partijen zit grotendeels in de hogere inkomensschijven. Een taksreductie doorvoeren die de eigen electorale achterban niet ten goede komt, leidt tot een politieke factuur in 2024.
  7. Dan is er het idee van de zogenaamde 'slimme kilometerheffing'. In feite komt dat neer op meer belastingen voor mensen die een auto bezitten. Het zogenaamde alternatief, het openbaar vervoer, werkt niet, is niet comfortabel, te traag en te duur. Maar men moet ook niet verwonderd zijn dat er verkeersproblemen zijn op onze wegen. Inderdaad, deze eeuw zijn er amper nieuwe wegen aangelegd en is er ruim bespaard op het onderhoud. Men kan vergelijken met het volgende: indien de telecomsector de laatste twintig niet had geïnvesteerd in centrales en antennes, dan zou op heden iedereen bellen op een bezettoon. Trouwens, de Vlaamse overheid lokaliseert zichzelf met zijn administratie op een afgelegen site aan het Brusselse kanaal. Een praktische uitdaging biedt zich aan: krijgt de Antwerpse ring een 21ste eeuw omkadering tegen 2024?
  8. Een ander idee blijkt de afschaffing van de woonbonus te zijn. Deze fiscale maatregel heeft vele mensen aan een eigen woning geholpen, een vierde pensioenpijler uitgebouwd, een omvangrijke bouwsector laten ontstaan. Met andere woorden, dit is nu eens een maatregel die veel positiefs heeft bijgebracht. Maar deze maatregel zou nu te duur zijn? Als dat het argument zou zijn, dan moeten er veel maatregelen sneuvelen in de begroting die nog veel minder toegevoegde economische en maatschappelijke waarde hebben. Men gaat het voordeel van een woonbonus niet kunnen compenseren met een eenmalige verlaging van de registratierechten. In Vlaanderen waar er met de baksteen in de maag heel veel mensen een eigen woning hebben en willen, zal een dergelijke afschaffing alleen maar tot stemmenverlies gaan leiden voor deze drie partijen in 2024. Bovendien gaat het percentage alsook het aantal eigen woningen dalen, wat dan nog meer geld gaat kosten voor de sociale huisvesting. Het is wel zeer merkwaardig dat deze drie centrumrechtse partijen de woonbonus willen vervangen en daarmee in hun eigen electoraal vlees snijden. Bovendien is de vervanging van het systeem goedkoper voor de begroting en dus een verkapte belastingverhoging.
  9. Men wil verder gaan met tekorten om te investeren. Maar die investeringen moeten dan ook leiden tot economische groei en/of een maatschappelijke meerwaarde. Hier situeert zich een heikel punt in het Vlaamse beleid van de laatste tientallen jaren. Men heeft al jaren te weinig budget vrijgemaakt voor investeringen in de infrastructuur en er overvloedig op bespaard, omdat dit de gemakkelijkste manier was. Er is dan ook al jaren een onder-budgettering merkbaar in de Vlaamse begroting ten aanzien van de investeringen, zoals bijvoorbeeld wegen en schoolgebouwen,.
  10. De schuld neemt toe. Inderdaad, een tekort leidt tot meer schuld en de Vlaamse schuld situeert zich tegen de 30 miljard euro. De huidige lage rente lijkt een aantrekkelijke wortel om schulden te creëren. Eind 2018 telde dit land een overheidsschuld van 459 miljard euro waarvan 58 miljard afkomstig was van de Gemeenschappen/Gewesten.

Er is duidelijk budgettair vet aanwezig in de Vlaamse begroting.

De nieuwe Vlaamse regering lijkt er een te worden die kiest voor tekorten, meer schuld en gevaarlijke electorale maatregelen. De woede van de kiezers zal er in 2024 zeker niet kleiner op worden als er niets structureel is gebeurd met de kwaliteit van het onderwijs, de verkeersinfrastructuur en de oververhitte reglementering. Want de burgers verwachten wel een beter bestuur van de overheid in een land met een overheidsbeslag van 53 procent van het bbp en een belastingdruk die tot de hoogste ter wereld behoort.