Na het einde van de Tweede Wereldoorlog opende het Belgische militaire gerecht 346.700 strafdossiers naar collaboratie en werden 53.000 veroordelingen uitgesproken. Na de opheffing van de militaire rechtbanken werd het College van procureurs-generaal in 2004 bevoegd voor het archief van de zogenaamde repressiedossiers.
...

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog opende het Belgische militaire gerecht 346.700 strafdossiers naar collaboratie en werden 53.000 veroordelingen uitgesproken. Na de opheffing van de militaire rechtbanken werd het College van procureurs-generaal in 2004 bevoegd voor het archief van de zogenaamde repressiedossiers. Sinds 1 januari 2016 is het beheer in handen van het Rijksarchief. De tien kilometer dossiers van het militair archief waren de facto al ondergebracht bij het Rijksarchief, binnenkort volgen ook de zoekinstrumenten -de fichesystemen en registers.'Sommige zijn in slechte staat ', zegt Algemeen Rijksarchivaris Karel Velle. 'Ik ben al blij dat we het archief kunnen redden van de ondergang. Het is zeer broos; sommige dossiers vallen letterlijk uit elkaar. Toegankelijkheid is op de eerste plaats ervoor zorgen dat het archiefmateriaal in een goede staat verkeert, al hopen we ook wel verdere stappen te zetten. Want niet-wetenschappers dienen een verzoek tot inzage in te dienen. Al moet er onmiddellijk aan toegevoegd worden dat steeds meer mensen wel degelijk toelating tot inzage krijgen. Er is dus kennelijk iets aan het bewegen.'Wetenschappers hebben toegang tot de archiefstukken, het grote publiek nog niet', zegt staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA). 'Zij moeten toestemming vragen aan het college van procureurs-generaal, zoals bepaald in een richtlijn. Het is heel strikt. Ik vind dat ook familieleden de dossiers moeten kunnen inkijken. Nu hebben wildvreemden in het kader van een onderzoek wél toegang, en direct betrokkenen niet. Kleinkinderen die willen weten wat met hun opa gebeurd is, horen verhalen, maar dat is slechts één versie. Zij moeten het stellen met de familiale overlevering, maar die is ook gekleurd.' 'We moeten de krampachtigheid over die dossiers achterwege kunnen laten', aldus Sleurs. 'We zijn nu anno 2016. Alles wat met repressie en collaboratie te maken heeft, ligt in België erg gevoelig. Het is onverwerkt verleden en dat is jammer. De landen rondom ons gaan er op een andere manier mee om. We zijn nu zeventig jaar na datum. Het wordt tijd dat die periode op een volwassen manier wordt ingecalculeerd in onze geschiedenis.'Sleurs wil naar eigen zeggen de dossiers niet zomaar op straat gooien. 'Ik zou niet graag hebben dat ze open en bloot op het internet toegankelijk zijn voor iedereen. Uiteraard moeten de privacyrechten gevrijwaard worden.' Net dat is een van de argumenten die het College van procureurs-generaal hanteert, weet Rudi Van Doorslaer, directeur van het Studiecentrum Oorlog en Maatschappij (CegeSoma). 'In principe gold de privacywetgeving enkel voor nog levende personen', zegt Van Doorslaer, 'maar de tendens in heel Europa is duidelijk om ze ook te laten gelden voor familieleden van reeds overleden personen. Een tweede probleem is: wat als vijf personen van een familie het dossier van opa wensen in te kijken, maar een zesde niet? Dat is een juridische kwestie waar het college van procureurs-generaal zich over moet buigen. De meerderheid van de jonge generatie wil weten wat er vroeger gebeurd is, maar niet iedereen.' Het CegeSoma - dat sinds 1 januari deel uitmaakt van het Algemeen Rijksarchief - krijgt volgens Van Doorslaer bijna dagelijks vragen van burgers die meer willen weten over het collaboratieverleden van familieleden. 'Op basis van een databank kunnen we hen wel vertellen of hun familielid veroordeeld is, maar om de concrete dossiers te gaan bestuderen ontbreekt het ons aan middelen. Maatschappelijk gezien is het natuurlijk een belangrijk thema. Verzoening begint immers bij weten, bij kennis. Misschien kan crowdfunding wel helpen om de nodige middelen in te zamelen voor een groot nieuw onderzoeksproject rond het thema collaboratie.'Rijksarchivaris Velle is van mening dat crowdfunding een mogelijke piste is, maar dat eventueel bijkomende middelen in de eerste plaats moeten gaan naar digitalisering.