47 procent, of bijna de helft, van Vlamingen met buitenlandse roots voelt zich soms tot vaak eenzaam, tegenover 35 procent van Vlamingen zonder migratieachtergrond. Dat blijkt uit onderzoek van KU Leuven, VUB en Thomas More Hogeschool. ‘Discriminatie, uitsluiting en racisme spelen een rol.’
‘Onze grootste denkfout is dat we eenzaamheid kunnen aanpakken door alleen maar sociale relaties tussen individuen te versterken.’ Socioloog Leen Heylen benadrukt het meermaals: je eenzaam voelen heeft niet alleen te maken met het aantal mensen dat je omringt.
Als onderzoeker aan de Thomas More Hogeschool werkt Heylen mee aan het project Eenzaamheid en de buurt, waar ook de KU Leuven en de VUB deel van uitmaken. Via een enquête bij zo’n 4000 Vlamingen peilden ze naar hun gevoelens van eenzaamheid.
De laatste jaren horen we vaker over een ‘epidemie van eenzaamheid’. Zou u die woorden ook gebruiken?
Leen Heylen: Nee, want epidemieën linken we aan zorg en gezondheid. Zo dreigen we van eenzaamheid een ziekte te maken, wat het absoluut niet is. Ja, het hangt samen met gezondheidsproblemen, maar eenzaamheid op zich is een menselijk fenomeen. Strikt genomen is je eenzaam voelen ook niet zo erg. Pas wanneer het structureel van aard is, moeten we op onze hoede zijn.
‘Zelfs met een “goeiedag” op straat zorg je ervoor dat mensen zich mogelijk minder eenzaam voelen.’
Opvallend is dat jullie eenzaamheid onderverdelen in vier dimensies.
Heylen: Eenzaamheid is een heel normaal gevoel, zeker voor sociale wezens zoals wij. De bron van eenzaamheid kan wel sterk verschillen. Wanneer iemand emotioneel eenzaam is, kan dat komen door het gemis van een hechte band of vertrouwenspersoon. Als het gaat om een gebrek aan een bredere kring van kennissen en sociale contacten, spreken we over sociale eenzaamheid. Bij existentiële eenzaamheid ervaren mensen een gevoel van zinloosheid. Ten slotte is er collectieve eenzaamheid: het missen van verbinding met een bredere groep, zoals een gemeenschap.
Emotionele en collectieve eenzaamheid komt voor bij drie op de tien volwassen Vlamingen. 20 procent is sociaal eenzaam. 10 procent is existentieel eenzaam. Hoe leest u die cijfers?
Heylen: Dat is niet weinig. We weten dat vaak eenzaamheid voelen een grote impact heeft op de fysieke en mentale gezondheid, en ook op het vertrouwen in anderen. Het tast ook de politieke participatie aan. Als samenleving zijn we dus gebaat bij het aanpakken van die problematiek. Belangrijk om op te merken is dat de cijfers echt hoog zijn bij jongvolwassenen. We zien zelfs een soort U-curve waarbij zowel ouderen als jongeren zich eenzaam voelen. Dat is zorgwekkend.
47 procent, of bijna de helft, van Vlamingen met buitenlandse roots voelt zich soms tot vaak eenzaam, tegenover 35 procent van Vlamingen zonder migratieachtergrond. Hoe verklaart u dat?
Heylen: Die verschillen zijn significant. Tal van factoren kunnen meespelen. Taal alleen al kan een drempel zijn. Personen met een migratieachtergrond hebben vaker een lagere socio-economische status en kampen vaker met gezondheidsproblemen, dat zijn klassieke ongelijkmakers. Ook discriminatie, uitsluiting en racisme spelen een rol. Daardoor kan het moeilijker zijn om op school, op het werk of in de vrije tijd aansluiting te vinden. Je kunt je ook gestigmatiseerd voelen in de samenleving, wat kan leiden tot een lager zelfbeeld en een slechtere gezondheid, wat opnieuw eenzaamheid in de hand werkt.
‘Op café gaan helpt misschien, maar daar heb je geld voor nodig.’
Kunnen u en ik het verschil maken?
Heylen: Het klinkt misschien wollig, maar er zijn voor iemand en een luisterend oor bieden betekent vaak al veel. Zelfs met een ‘goeiedag’ op straat zorg je ervoor dat mensen zich mogelijk – al was het maar voor even – minder eenzaam voelen. Maar ik wil benadrukken dat wij wél voorbij het individu willen kijken. Als veel oorzaken van eenzaamheid structureel en beleidsmatig zijn, liggen daar ook de oplossingen. Sinds de coronaperiode is de aandacht gegroeid. Er zijn almaar meer wetenschappelijke studies, en het beleid is aandachtiger geworden. Acties zoals die van De Warmste Week vorig jaar – met de strijd tegen eenzaamheid als centraal thema – helpen om het taboe te doorbreken. De volgende stap is dat de politiek daar ook echt mee aan de slag gaat.
Hoe dan?
Heylen: De Vlaamse regering maakte al een eenzaamheidsplan, en huidig minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) kondigt een tweede plan aan. Belangrijk is om na te gaan welk effect elke beleidsmaatregel heeft op eenzaamheid. Uiteraard moet er ook budget aan gekoppeld worden. Bijvoorbeeld: hoe laagdrempelig zijn ontmoetingsplaatsen? Niet alleen fysiek, maar ook financieel. Op café of naar de sportclub gaan helpt misschien tegen eenzame gevoelens, maar daar heb je geld voor nodig. Daarnaast moet men blijven optreden tegen discriminatie, want wie zich gediscrimineerd voelt, voelt zich vaker eenzaam.