De kiezers hebben in een parlementaire democratie altijd gelijk en dus ook op 26 mei jongstleden. De kiesgerechtigden hebben het de politici gemakkelijker gemaakt. Ja, gemakkelijker want ze hebben het aantal mogelijke combinaties van coalities voor een federale regering beperkt. Zo is een voorzetting van de huidige Zweedse coalitie (N-VA, CD&V en de liberalen) uitgesloten. Net als een olijf-coalitie (christendemocraten, socialisten en groenen). En ook een rood-groen-coalitie is niet mogelijk. Voor de eerste keer in de geschiedenis is zelfs een traditionele tripartite niet bruikbaar.

Daardoor resten er niet veel mogelijkheden. Er kan een Bourgondische regering gevormd worden, met N-VA, liberalen en socialisten. Of paars-groen (socialisten, liberalen en groenen) - al wordt dat een moeilijk verhaal, want die heeft in de Kamer maar één stem op overschot. En de MR moet dan federaal in de regering gaan zitten, terwijl het in Brussel niet in de regering zit en in Wallonië staat te kijken op de regeringsvorming.

Voor Open VLD is paars-groen dan weer te links en een rechtstreekse electorale snelweg naar de kiesdrempel. En SP.A en Groen zouden dan federaal in de regering zitten, maar wellicht niet in de Vlaamse regering. Het allergrootste probleem is dat zo'n coalitie moet gaan besturen tegen de nummers 1 (N-VA), 2 (Vlaams Belang) en 3 (CD&V) in Vlaanderen.

Eventueel kan deze paars-groene constructie wel worden aangevuld met CD&V. Maar dan komt men in een situatie dat er - op de PS na - altijd één partij mathematisch niet nodig is voor een meerderheid. Enfin, iets paars-groen is niet onmiddellijk een voor de hand liggende coalitie.

Krachtsverhoudingen

Gezien de federale uitslag van 26 mei zullen de grootste partijen in elke taalgroep (N-VA met 25 Kamerzetels, inclusief LDD-leider Jean-Marie Dedecker) en de PS (20 zetels) toch eens serieus met elkaar moeten praten. Maar de vraag is: hoe krijgen we die twee grootste partijen samen aan de praat?

De keuze van de huidige twee informateurs, Didier Reynders (MR) en Johan Vande Lanotte (SP.A), is zeker verdedigbaar. Maar deze politieke ervaringsdeskundigen zijn er blijkbaar niet in geslaagd om de twee toonaangevende partijen samen te krijgen. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat de partijen de voorkeur geven aan de vorming van de regeringen der deelstaten. De federale regeringsvorming is duidelijk niet de prioritaire bekommernis van de partijen.

Wie ?

De vraag stelt zich dus: wat kan U, Sire, op 1 juli doen, wanneer Reynders en Vande Lanotte opnieuw langskomen?

U kan het antwoord enige dagen in beraad houden of de opdracht van de twee genoemde informateurs verlengen. Maar dat lijkt niet de oplossing om de PS en de N-VA aan de praat te krijgen.

Tijdens de historisch lange regeringsvorming van 2010 - 2011 werden er ontmijners, verkenners, en bemiddelaars op pad gestuurd. Dat is niet echt voor herhaling vatbaar. U zou inspiratie kunnen opdoen in de lijst van de ministers van Staat, met Paula D'Hondt als ouderdomsdeken en Yves Leterme als jongeling. Maar deze lijst stemt helemaal niet meer overeen met de huidige politieke krachtsverhoudingen en is ook niet bruikbaar.

U zou onze Duitstalige landgenoten op pad kunnen sturen. Die zijn vragende partij om ook alle gewestbevoegdheden te krijgen en nog meer dan dat. Bovendien heeft 'Ostbelgien' de meeste vrienden en zij hebben al een regering, namelijk Paasch II, een Bourgondische coalitie gevormd door regionalistische partij ProDG, de socialistische partij SP en de liberalen van PFF. In het verleden is al eens de toenmalige minister-president van de Duitstalige Gemeenschap en huidig parlementsvoorzitter Karl-Heinz Lambertz (SP) op pad gestuurd.

Maar er is nog een andere mogelijkheid. Aangezien de gewesten de pijlers zijn van deze federale - de facto confederale - staat en er prioritaire aandacht gaat naar die desbetreffende formaties, zou U ook het volgende kunnen doen. U geeft de twee belangrijkste regionale 'Speakers of the House' een informatieopdracht, namelijk het duo Kris Van Dijck (N-VA, Vlaams parlementsvoorzitter) en Christophe Collignon (PS, Waals parlementsvoorzitter). Zij kennen hun eigen partij en zijn geen federale spelers, wat voordelen zijn voor het volbrengen van deze opdracht. Bovendien ontvangt u steeds de regionale parlementsvoorzitters, het zijn dus geen onbekenden voor het paleis. Daarnaast heeft dat idee ook het voordeel dat de leiders van de wetgevende machten van de twee belangrijkste regio's zo'n federale informatie gaan uitvoeren en dat deze twee voorzitters behoren tot de twee partijen die samen aan tafel moeten worden gebracht. Nog een voordeel is dat de federale topspelers van beide partijen (Bart De Wever, Jan Jambon, Theo Francken, Elio Di Rupo en Paul Magnette) uit de wind blijven.

Conclusie

Sire, voor de vorming van een federale regering zal deze keer 'out of the box' gedacht moeten worden. Zeker als men wil vermijden dat het terug 541 dagen gaat duren of dat men belandt bij een coalitie die onwerkbaar is door de hoeveelheid van deelnemende partijen. Ook voor nieuwe Kamerverkiezingen is er niet direct een grote fanclub te vinden.

Daarom, Sire, kan U misschien overwegen de Vlaamse en Waalse parlementsvoorzitter een kans te geven. Het zal minder dan 100 dagen kosten om te weten of deze innoverende aanpak kan werken.