Vandaag, 2 december, start in Polen een cruciale klimaattop. Wat tot voor kort een politiek overleg leek ver van ons bed, is nu door het protest van de zogenaamde gele hesjes iets heel concreet geworden. Want zoals ik vorige week schreef, koolstofintensieve activiteiten duurder maken zoals autorijden, treft net de mensen die weinig alternatieven hebben en het nu al moeilijk hebben. Die gaan dus terecht niet alles slikken. Of meer positief verwoord: de uitdaging ligt bij een rechtvaardige transitie naar een duurzame samenleving. Klimaatbeleid zal sociaal zijn of niet zijn.

Een rechtvaardig klimaatbeleid zal sociaal zijn of niet zijn.

Hebben de gele hesjes weinig macht in onze samenleving, dan ligt dat anders bij het bedrijfsleven. Zij hebben geld en invloed die ze positief kunnen aanwenden als ze willen. Ze weten ondertussen dat het ook voor hen menens is: de Europese Unie scherpte haar ambities aan door te bepalen dat de Europese economie tegen 2050 koolstofneutraal moet zijn. Achter dergelijke straffe klimaatdoelstellingen vastgelegd in cijfers zitten industrieën, fabrieken en jobs.

Koolstofintensieve sectoren zullen zich moeten heroriënteren of komen op de helling te staan. Zo is het verontrustend dat de petrochemie in de Antwerpse haven blijft investeren in producten gebaseerd op fossiele brandstoffen.

Tegelijk zijn er kansen voor nieuwe sectoren, gebaseerd op kringloopeconomie en natuurlijke grondstoffen. Maar hebben we eigenlijk in ons land wel een politieke visie, een onderbouwd road book op vlak van industriële transitie?

Ik vrees van niet, terwijl net buitenlandse voorbeelden tonen wat mogelijk is. Zo was Odense Steel in het Deense Lindoe vroeger één van de grootste scheepswerven in Europa. Als gevolg van de economische crisis werd het bedrijf in 2012 opgedoekt en stonden 8000 jobs op de helling. Mede onder druk van de vakbond werd de focus verlegd naar offshore hernieuwbare energie, een opkomende sector met heel wat jobcreatie. Lindoe bleek een geschikte plek voor deze ommezwaai, zowel qua infrastructuur als geschoolde arbeiders. Resultaat: jobs bleven behouden en de bedrijvigheid zorgt voor een omslag naar hernieuwbare energie.

Een rechtvaardige transitie gaat over meer dan minder broeikasgassen of economische omschakeling. De hamvraag is: hoe krijgen we iedereen mee in de transitie naar een duurzame samenleving? In die zin haakt de ecologische uitdaging in op andere maatschappelijke uitdagingen, zoals de toenemende ongelijkheid en structurele uitsluiting van groepen in de samenleving.

Zo is het voor arme en achtergestelde groepen dubbel zo moeilijk om mee te gaan in een toekomstverhaal van ecologisch welzijn. Biovoeding kost in ons huidig systeem nog altijd meer dan het gangbare, passiefwoningen zijn slechts haalbaar voor bepaalde groepen. De goedkoopste opties zijn vaak zowel slecht voor de eigen gezondheid als voor die van de planeet. Dat geldt trouwens op een ander vlak ook voor de middenklassers die zich dankzij Ryanair stresseren in de citytrips waar te veel mensen te vaak hetzelfde bezoeken.

Finaal is het een kwestie van ecologische rechtvaardigheid: zij die het meeste bijdragen tot de klimaatopwarming horen de grootste inspanningen te leveren. Als je weet dat de tien procent rijksten op aarde - en daar horen de meeste Belgen bij - verantwoordelijk is voor de helft van de uitstoot van broeikasgassen, dan weten we wat gedaan. Want het is schrijnend dat de vijftig procent armste mensen in de wereld, terwijl ze maar tien procent van de uitstoot veroorzaken, meestal in de gebieden wonen waar de klimaatverandering nu al het hardste toeslaat. Klimaatopwarming zal, zonder ingrijpende maatregelen, de ongelijkheid doen toenemen en grote migratiestromen veroorzaken. Ja, ook migratie en klimaat, we kunnen ze niet los van elkaar zien.

Het streven naar deze rechtvaardige transitie legt de lat hoog. Door de klimaatuitdaging, die op zich al een ferme uitdaging is, te verbinden met de strijd tegen ongelijkheid, én discriminatie en uitsluiting, lijkt het wel op een boot die overladen wordt met alle gevolgen vandien. Blokkeren we zo niet de boel?

Je kan het ook omdraaien. Voor de transitie naar een sociaalecologische samenleving hebben we een brede coalitie nodig, waarin heel verschillende groepen in de samenleving mee een duidelijke keuze maken. Die krijg je maar mee als er een globaal emancipatieverhaal achter zit. Let op, dit is geen romantisch verlangen naar consensus. Het gaat over een harde strijd tegen leiders en lobby's die blijven zweren bij planeetvernietigende productie- en consumptiewijzen of achterstelling niet problematisch vinden.

Voor de transitie naar een sociaalecologische samenleving hebben we een brede coalitie nodig, waarin heel verschillende groepen in de samenleving mee een duidelijke keuze maken.

En het is niet moeilijk omdat een dergelijke rechtvaardige transitie concreet te maken. Denk aan een investeringsprogramma dat al onze woningen omvormt tot energiezuinige woonsten. Creëert massa's jobs en zorgt er ook voor dat mensen met een klein inkomen een kleine energiefactuur hebben. Of stedelijke voedselsystemen, waar vers en gezond voedsel binnen handbereik komt van steeds meer stadsbewoners, en voor nieuwkomers tal van instapjobs voorhanden zijn, waar ook buurtscholen actief bij betrokken zijn, zodat steeds meer kinderen opgroeien in die nieuwe realiteit. We mogen het niet vergeten, een rechtvaardig klimaatbeleid zal sociaal zijn of niet zijn.