Hij huilde zo hard dat ik hem niet verstond. Gelukkig stond zijn naam in mijn telefoon voorgeprogrammeerd. Het was sinds operatie-Kelk geleden, toen het einde van een lang verwerkingsproces, dat ik hem nog gesproken had. Dat ik hem hoorde snikken en naar lucht zoeken om dat misschien in woorden te kunnen gieten.

Gezien kindermisbruiker Vangheluwe woensdag publiekelijk alle feiten ontkende, vermoedde ik te weten waarom hij huilde. Na de zijne volgden nog vele telefoons, mails, chatgesprekken en berichten. Aan de overkant telkens een ander slachtoffer. In tranen of withete woede, zoals steeds wanneer daders van zedenfeiten met eufemismen, geminimaliseer of ontkenningen in de media komen. De ouders van de jongen die pas in zijn afscheidsbrief vertelde dat hij jarenlang misbruikt werd. Het meisje dat verkracht werd door haar neef. De vrouw wiens vriend plots andere plannen had. Telkens het topic op tafel mag komen, staat de telefoon roodgloeiend. En gelukkig mag het op tafel komen.

Een psychologe getuigt: 'Er zijn heel wat redenen waarom slachtoffers zwijgen'

Tv-presentator Chris Dusauchoit heeft op weloverwogen manier beslist zijn jarenlange stilte te doorbreken. Ondanks hij daarmee deels zijn privacy opgaf, was het doel groter dan zijn redenen om te zwijgen. Parlementslid Valerie Van Peel vertelt nog geen dag later in De Afspraak wat haar overkwam en hoe zij dat wist te overkomen. Beiden onzeker over wat dit nu voor hen ging betekenen, maar vastberaden te delen wat ze the hard way ondervonden. Waar zij advies over kunnen geven.

Ontslachtoffering heet het, wanneer iemand beslist niet meer te zwijgen over wat er hem of haar werd aangedaan. De onmacht die inherent eigen is aan het slachtofferschap, aan het weerloos moeten ondergaan, wordt doorbroken wanneer je iets (terug) kan doen.

Er zijn heel wat redenen waarom slachtoffers zwijgen. Ten eerste is er een onlogisch, maar diepgeworteld schuld- en schaamtegevoel bij slachtoffers. De meeste daders verkrachten niet met expliciet geweld. Ze kruipen in het hoofd van het slachtoffer, misbruiken de band die ze vaak al met of haar hebben en maken hun slachtoffer wijs dat ze eraan meedoen of er zelfs schuldig aan zijn. 'Je bent onweerstaanbaar mooi', 'je hebt me verleid', 'jij vond het toch ook leuk' of 'ik zal je eens iets tonen', al die uitingen van psychisch geweld bezwaren de slachtoffers met de verantwoordelijkheid over wat er gebeurde.

Dat is de verwarrende mentale spagaat waar zij vaak lang mee leven: ik heb dit uitgelokt, ik heb niet genoeg getoond dat ik het niet wou, ik heb gedaan wat mij gevraagd werd. Dat is geen loyauteit naar de dader, geen misplaatst stockholmsyndroom, dat is de angst, de psychische dwang en elk gevoel van dat moment vergeten en dan boos zijn op jezelf voor gedrag. Daarom werkt praten zo ont-slachtofferend. Dan is het niet meer 'ons geheim', zwijgen ze niet meer mee met de dader. Luidop erkennen ze voor zichzelf: wij deden dit niet samen, jij deed dat met mij.

'Een kind kent geen volwassen seksualiteit en heeft hoegenaamd geen weet van lust of opwinding. Maar het weet wel dat dit geheim is'

Ook volwassenen die slachtoffer worden van zedenfeiten, komen de victim blaming tegen. Zelfs goedbedoelde vragen over waarom je toen daar was, of je alleen was of wat je aanhad, zeggen dat jij fout was. Het is begrijpelijk dat mensen liever controle zoeken in iets dat ze kunnen voorkomen dan te moeten geloven dat dit altijd en overal kan gebeuren. Maar de enige reden waarom iemand verkracht wordt, is dat ze een verkrachter zijn tegengekomen.

Schuld lijkt soms een veilige optie, omdat je het kan voorkomen als het de fout was van iets dat jij (niet) deed. Maar het is niet jouw fout.

Daarnaast is er vaak ook een indrukwekkende schaamte, omdat het over geslachtsorganen gaat. Een kind kent geen volwassen seksualiteit en heeft hoegenaamd geen weet van lust of opwinding. Maar het weet wel dat dit geheim is.

Naast schuld en schaamte is de shock een derde reden waarom er weinig aangiften van zedenfeiten zijn. Net als ons lichaam heeft ons brein een beschermingsmechanisme dat ons niet onmiddellijk laat voelen hoeveel schade er gemaakt is wanneer ons meer pijn wordt aangedaan dan we kunnen verdragen. Zoals we papier ogenblikkelijk in onze vingers voelen snijden maar spoedartsen weten dat verkeersslachtoffers met inwendige bloedingen vaak 'gaande en staande' zijn door een automatische verdovingsreflex. In de natuur kunnen we ons niet veroorloven flauw te vallen wanneer er zoveel gevaar dreigt.

'Schuld lijkt soms een veilige optie, omdat je het kan voorkomen als het de fout was van iets dat jij (niet) deed. Maar het is niet jouw fout'

Ook onze geest heeft diezelfde reactie. Kleine pijntjes voelen we direct, zwaar leed wordt eerst verdoofd. Zoals de eerste rijen op een begrafenis doorgaans niet de meest huilerige zijn, omdat wie dichtbij de overledene stond vaak op dat moment nog niet vat wat dit nu echt betekent. Shock laat ons door het moment van grote pijn gaan om te kunnen overleven, om later onvermijdelijk zijn weerslag op te eisen.

Tot slot zijn er allerhande angsten die slachtoffers tegenhouden te spreken, zelfs wanneer ze dat willen. De angst om gestigmatiseerd te worden of als damaged goods bekeken te worden. Eén van de meest gehoorde remmingen om te spreken over seksueel misbruik is de angst om niet geloofd te worden. Dat zien we niet wanneer mensen overvallen of bestolen worden, maar wel wanneer ze beroofd werden van hun integriteit. Daar ligt een bewustwording voor wie reageert op verhalen van slachtoffers.

Vandaag vielen Chris' en Valerie's naam in verschillende gesprekken. Het heeft anderen aangezet om ook te beginnen verwerken. Aan alle Chrissen en Valeries, door de tijd en over alle generaties heen: dank u. Niet enkel daders raken onnoemelijk veel mensen met hun uitspraken, ook slachtoffers kunnen veel mensen treffen. Ze kunnen ervoor zorgen dat slachtoffers erkennen dat wat ze voelen en denken een normaal gevolg is van een abormale gebeurtenis. Ze kunnen hun lotgenoten steunen en kracht geven. Het heeft een sneeuwbalaffect op wie zich onbegrepen voelt of nog denkt zijn verhaal te moeten wegduwen om het draaglijk te houden. En het geeft hoop dat het morgen weer beter kan zijn.

'Tot vandaag worden zedenfeiten nog al te vaak geminimaliseerd, soms door een gebrek aan inzicht of kennis, soms door gêne, en jammer genoeg af en toe ook door slechte wil'

Het is belangrijk dat slachtoffers praten en ook mogen praten om zo te kunnen verwerken, net zoals het belangrijk is dat wie dat wil, mag zwijgen. Dit is geen oproep naar wie niet klaar is om te spreken of wie dat simpelweg niet wil. Je hebt al genoeg gemoeten toen je niet wou. Maar omdat ik elke dag mensen hoor worstelen met wat ze denken dat anderen niet mee worstelen, wil ik meegeven welke stroom aan reacties zo'n getuigenissen kunnen hebben.

Tot vandaag worden zedenfeiten nog al te vaak geminimaliseerd, soms door een gebrek aan inzicht of kennis, soms door gêne, en jammer genoeg af en toe ook door slechte wil. Een maatschappij heeft soms wat hulp nodig om te evolueren. Zoals huiselijk geweld ooit goedbedoeld onderschat werd, apartheid ooit normaal was en kinderarbeid handig. Die evolutie hebben we te danken aan wie durfde praten over het toentertijd nog onbespreekbare.

Aan de kinderen van gisteren, wiens leed toen al geleden is: de kinderen van morgen danken u. Om de wereld iets veiliger te maken dan die voor u was. Om dòòr die weg van schaamte, angst en taboe te gaan, ondanks onmacht en pijnlijke confrontaties, zonder dat het u nog iets opleverde. Om hen te geven wat u toen nodig had. Al ziet u misschien nooit de gezichten van wie u voor meer leed behoedde: u heeft het verschil gemaakt.

Line De Vlamynck is psychologe gespecialiseerd in zedenfeiten