Lang twijfelde Michael Van Steijvoort tussen studies industrieel ingenieur en burgerlijk ingenieur-architect. Pas daags voor de aanvang van het academiejaar koos hij voor het tweede. Vandaag is hij aan de slag bij het architectenbureau A33 in Leuven. De milieu-impact verkleinen van hoe we wonen, vindt Michael de belangrijkste uitdaging voor jonge architecten.
...

Lang twijfelde Michael Van Steijvoort tussen studies industrieel ingenieur en burgerlijk ingenieur-architect. Pas daags voor de aanvang van het academiejaar koos hij voor het tweede. Vandaag is hij aan de slag bij het architectenbureau A33 in Leuven. De milieu-impact verkleinen van hoe we wonen, vindt Michael de belangrijkste uitdaging voor jonge architecten. Waarom? Ik zie het als een verantwoordelijkheid om de bouwheer bewust te maken van die impact. In de jaren 60 gingen architecten mee in het verhaal van versnippering. Er verrezen woningen op grote percelen, natuur verdween voor getrimde gazons zonder biodiversiteit. Met als gevolg records zoals het grootste aantal kilometers weg per inwoner en het meest aantal uren file per inwoner. Wat betekent dat voor de architectuur vandaag? We evolueren sterk richting circulair bouwen. We wennen aan het idee dat een gebouw aan het einde van zijn levensduur meer is dan een sloopkost. Een gebouw wordt een grote puzzel van elementen die je kan leggen en hergebruiken op basis van de noden op dat moment. We zullen ook veel kleiner wonen dan we vandaag doen. De fermette met aan beide zijden minstens drie meter vrije ruimte wordt minder populair als mensen inzien hoeveel voordelen compacter wonen heeft. Het is ook jammer dat het vaak goedkoper is om in the middle of nowhere te wonen terwijl daar de kosten voor wegenaanleg, nutsvoorzieningen, postbedeling en zo meer net hoger zijn. Bouwen we morgen ook met andere materialen dan vandaag? Almaar meer met hernieuwbare materialen. Zoals cross laminated timber, dat is massiefbouw in hout. Ook voor bestaande materialen zoals een gevelsteen komen er duurzame alternatieven. Er bestaat al een kliksysteem waarbij je de stenen in elkaar klikt in de plaats van ze te metsen of lijmen. Zo kan je de muren letterlijk uit elkaar halen en hergebruiken zonder kwaliteit te verliezen. Een chape die vandaag nog vooral gegoten wordt, kan ook een soort zandbed zijn in een stevig skelet zodat je het aan het einde van de levensduur kan recupereren. Zo evolueert het bouwen stilaan, maar snel gaat dat niet. Het is nog moeilijk om als architect de bouwheer te overtuigen van een nieuw concept dat zich nog niet bewezen heeft. Wat is voor jou de belangrijkste drijfveer bij een nieuw project? Ik ben zelf heel rationeel. Een nieuw project zie ik als een complexe puzzel met oneindig veel mogelijke oplossingen, waarbij je zoekt naar de perfecte. Esthetisch mooi om te zien, maar vooral een gebalanceerd compromis tussen het budget, de milieu-impact, de functionaliteit. Een gebouw dat goed in elkaar zit, dat aanpasbaar is in de toekomst, met flows die werken. Een mooi geheel. Van welk aspect van je beroep hou je het meest? Er gaat geen dag voorbij of ik leer iets bij. De ene dag denk ik na over hoe ik een minibos kan integreren in een school, de andere dag leer ik hoe mensen met dementie hun leefomgeving ervaren. Zoveel variatie en nieuwe technische uitdagingen. Daar hou ik van.