Twee affaires in de kunstwereld onderstrepen weer eens het belang van de provenance, de herkomst. Vooreerst de zaak van de elektricien van Pablo Picasso die vorige week tot twee jaar voorwaardelijk werd veroordeeld, alsook de zaak-Gurlitt met gestolen kunst van joodse collectioneurs. Want een Picasso zonder duidelijk herkomst is onverkoopbaar en eigenlijk financieel waardeloos! Hoe kan dat nu? Je bezit bijvoorbeeld een mooi schilderij van Piet Mondriaan en toch kan je het werk niet voor een topprijs verkopen.

Een Picasso zonder duidelijk herkomst is onverkoopbaar en eigenlijk financieel waardeloos

Zo simpel zit het niet. Als het vermoeden bestaat dat dit werk echt een kleine eeuw op een zolderkamer hing waar niemand ooit kwam, dan heb je wellicht een sluitend verhaal. Maar meestal verhuizen kunstwerken wel eens of worden ze zelfs geëxposeerd en veranderen ze van eigenaar. Precies dit parcours, tussen het atelier en de huidige eigenaar interesseert de kunsthandel die grote waarde hecht aan de provenance of herkomst. Omdat het een deel van de authenticiteit bewijst en tevens ook eventuele oplichterij, fraude of diefstal aan het licht brengt.

De pientere elektricien

Vorige week kwam de elektricien van Pablo Picasso weer eens in het nieuws. Zijn verhaal bewijst dat je met werken zonder goede provenance geen kant uit kan. Hij had dan wel een aardige collectie van 271 werken van meester Picasso in de garage staan, maar kon ze niet verkopen, omdat de wijze waarop hij er aan kwam onduidelijk was. Pierre Le Guennec kluste tussen 1970 en 1973 in de villa Notre-Dame-de-Vie van Picasso in Mougins. In 2010 trachtte hij de werken die hij daar zou hebben gestolen aan de man te brengen. En een eerste stap daarbij was het laten verifiëren van de authenticiteit, wat geen probleem was. Maar hoe kwam hij er aan? Le Guennec beweerde eerst dat hij de werken als betaling kreeg. Later stelde hij dat Jacqueline Picasso ze hem gaf. Maar blijkbaar werden ze gewoon gestolen en dit vermoedelijk in samenwerking met de chauffeur van de meester, Maurice Bresnu die eerder al werken van Picasso aan de man bracht. De weduwe van Bresnu is trouwens een nicht van Le Guennec, waardoor het vermoeden bestaat dat ze samenwerkten. De zaak kwam aan het licht en uiteindelijk werd de elektricien vorige week niet enkel veroordeeld tot teruggave aan de familie, maar ook tot het betalen van een serieuze boete alsook twee jaar voorwaardelijk. De man die alles veertig jaar in zijn garage bewaarde en hoopte op zijn ouwe dag de collectie te kunnen verzilveren kwam van een kale reis thuis. Hij had zich beter beperkt tot het slijten van twee of drie werkjes, wat minder had opgevallen. Het gaat, tussen haakjes, om een puike verzameling, daterend tussen 1900 en 1932, zeg maar de gloriejaren van Picasso, met ondermeer portretten van Olga, Apollinaire en Max Jacob. Feit is ook dat Picasso wel eens iets wegschonk, maar nooit zoveel, en die dingen dan netjes signeerde en er ook bijschreef dat het om giften ging.

Vorige week was er ook heel wat te doen rond de affaire Gurlitt. Het gaat om de kunstcollectie van wijlen Cornelius Gurlitt die in 2014 overleed en bij wie men in 2012 een tot de verbeelding sprekende collectie moderne kunst van onder meer Picasso, Chagall en Matisse, ontdekte in een huis te Salzburg. Cornelius had alles jarenlang gestockeerd, ook al omdat veel van de collectie zelfs niet kon worden tentoongesteld. Het ging immers om zgn. Entartete Kunst die tijdens de oorlog door de nazi's werd aangeslagen bij joodse collectioneurs. De vader van Cornelius, kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt, was in die tijd actief en had zijn verzameling dus verrijkt met kunst uit die collecties, dus met een bedenkelijke herkomst. Waardoor je die kunstwerken ook niet op de markt kon brengen. Ze zijn dus zo goed als onverkoopbaar. Een groot deel van de verzameling Gurlitt werd teruggegeven aan de erfgenamen van de vroegere eigenaren, de rest komt terecht in het Kunstmuseum van Bern. Dit was ook de wens van Cornelius Gurlitt.

Door het toenemend aantal deskundige gemaakte vervalsingen, is het van belang dat je kunt bewijzen dat een bepaald stuk zich bijvoorbeeld al een halve eeuw of langer in een collectie bevindt.

Vervalsingen

Beide zaken bewijzen dat zeker de provenance voor alle kunstwerken uitermate belangrijk is. Zeker voor werken van voor de oorlog. De oorlogsperiode blijft een delicate episode. Maar dit geldt ook voor naoorlogs werken en zal wellicht nog aan belang toenemen. Alleen al omdat de technische virtuositeit van veel naoorlogse kunst iets geringer is. Het lijkt me dat een Pollock of Fontana toch iets makkelijker na te bootsen is dan een Van Gogh of Mondriaan.

Als bescherming tegen vervalsingen speelt een duidelijke herkomst een voorname rol. Werken die her en der werden geëxposeerd, krijgen er een hogere waarde door. Vreemd is dat niet. Het beperkt zich niet tot de beeldende kunst alleen, maar geldt bijvoorbeeld evenzeer voor archeologische vondsten. Nu de markt wordt overspoeld met vervalsingen of gestolen goed uit oorlogsgebied blijken heel wat objecten zonder duidelijke herkomst moeilijk verkoopbaar. Veel veilinghuizen veilen bijvoorbeeld geen antieke beelden meer zonder herkomst. Ook in de etnische kunst speelt de provenance een steeds belangrijkere rol. Door het toenemend aantal deskundige gemaakte vervalsingen, is het van belang dat je kunt bewijzen dat een bepaald stuk zich bijvoorbeeld al een halve eeuw of langer in een collectie bevindt. En het hoeft dan ook geen betoog, dat we op de kunstmarkt niet alleen worden geconfronteerd met vervalsingen, maar ook met herkomstbewijzen waarmee gesjoemeld werd....

Twee affaires in de kunstwereld onderstrepen weer eens het belang van de provenance, de herkomst. Vooreerst de zaak van de elektricien van Pablo Picasso die vorige week tot twee jaar voorwaardelijk werd veroordeeld, alsook de zaak-Gurlitt met gestolen kunst van joodse collectioneurs. Want een Picasso zonder duidelijk herkomst is onverkoopbaar en eigenlijk financieel waardeloos! Hoe kan dat nu? Je bezit bijvoorbeeld een mooi schilderij van Piet Mondriaan en toch kan je het werk niet voor een topprijs verkopen. Zo simpel zit het niet. Als het vermoeden bestaat dat dit werk echt een kleine eeuw op een zolderkamer hing waar niemand ooit kwam, dan heb je wellicht een sluitend verhaal. Maar meestal verhuizen kunstwerken wel eens of worden ze zelfs geëxposeerd en veranderen ze van eigenaar. Precies dit parcours, tussen het atelier en de huidige eigenaar interesseert de kunsthandel die grote waarde hecht aan de provenance of herkomst. Omdat het een deel van de authenticiteit bewijst en tevens ook eventuele oplichterij, fraude of diefstal aan het licht brengt. Vorige week kwam de elektricien van Pablo Picasso weer eens in het nieuws. Zijn verhaal bewijst dat je met werken zonder goede provenance geen kant uit kan. Hij had dan wel een aardige collectie van 271 werken van meester Picasso in de garage staan, maar kon ze niet verkopen, omdat de wijze waarop hij er aan kwam onduidelijk was. Pierre Le Guennec kluste tussen 1970 en 1973 in de villa Notre-Dame-de-Vie van Picasso in Mougins. In 2010 trachtte hij de werken die hij daar zou hebben gestolen aan de man te brengen. En een eerste stap daarbij was het laten verifiëren van de authenticiteit, wat geen probleem was. Maar hoe kwam hij er aan? Le Guennec beweerde eerst dat hij de werken als betaling kreeg. Later stelde hij dat Jacqueline Picasso ze hem gaf. Maar blijkbaar werden ze gewoon gestolen en dit vermoedelijk in samenwerking met de chauffeur van de meester, Maurice Bresnu die eerder al werken van Picasso aan de man bracht. De weduwe van Bresnu is trouwens een nicht van Le Guennec, waardoor het vermoeden bestaat dat ze samenwerkten. De zaak kwam aan het licht en uiteindelijk werd de elektricien vorige week niet enkel veroordeeld tot teruggave aan de familie, maar ook tot het betalen van een serieuze boete alsook twee jaar voorwaardelijk. De man die alles veertig jaar in zijn garage bewaarde en hoopte op zijn ouwe dag de collectie te kunnen verzilveren kwam van een kale reis thuis. Hij had zich beter beperkt tot het slijten van twee of drie werkjes, wat minder had opgevallen. Het gaat, tussen haakjes, om een puike verzameling, daterend tussen 1900 en 1932, zeg maar de gloriejaren van Picasso, met ondermeer portretten van Olga, Apollinaire en Max Jacob. Feit is ook dat Picasso wel eens iets wegschonk, maar nooit zoveel, en die dingen dan netjes signeerde en er ook bijschreef dat het om giften ging. Vorige week was er ook heel wat te doen rond de affaire Gurlitt. Het gaat om de kunstcollectie van wijlen Cornelius Gurlitt die in 2014 overleed en bij wie men in 2012 een tot de verbeelding sprekende collectie moderne kunst van onder meer Picasso, Chagall en Matisse, ontdekte in een huis te Salzburg. Cornelius had alles jarenlang gestockeerd, ook al omdat veel van de collectie zelfs niet kon worden tentoongesteld. Het ging immers om zgn. Entartete Kunst die tijdens de oorlog door de nazi's werd aangeslagen bij joodse collectioneurs. De vader van Cornelius, kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt, was in die tijd actief en had zijn verzameling dus verrijkt met kunst uit die collecties, dus met een bedenkelijke herkomst. Waardoor je die kunstwerken ook niet op de markt kon brengen. Ze zijn dus zo goed als onverkoopbaar. Een groot deel van de verzameling Gurlitt werd teruggegeven aan de erfgenamen van de vroegere eigenaren, de rest komt terecht in het Kunstmuseum van Bern. Dit was ook de wens van Cornelius Gurlitt. Beide zaken bewijzen dat zeker de provenance voor alle kunstwerken uitermate belangrijk is. Zeker voor werken van voor de oorlog. De oorlogsperiode blijft een delicate episode. Maar dit geldt ook voor naoorlogs werken en zal wellicht nog aan belang toenemen. Alleen al omdat de technische virtuositeit van veel naoorlogse kunst iets geringer is. Het lijkt me dat een Pollock of Fontana toch iets makkelijker na te bootsen is dan een Van Gogh of Mondriaan. Als bescherming tegen vervalsingen speelt een duidelijke herkomst een voorname rol. Werken die her en der werden geëxposeerd, krijgen er een hogere waarde door. Vreemd is dat niet. Het beperkt zich niet tot de beeldende kunst alleen, maar geldt bijvoorbeeld evenzeer voor archeologische vondsten. Nu de markt wordt overspoeld met vervalsingen of gestolen goed uit oorlogsgebied blijken heel wat objecten zonder duidelijke herkomst moeilijk verkoopbaar. Veel veilinghuizen veilen bijvoorbeeld geen antieke beelden meer zonder herkomst. Ook in de etnische kunst speelt de provenance een steeds belangrijkere rol. Door het toenemend aantal deskundige gemaakte vervalsingen, is het van belang dat je kunt bewijzen dat een bepaald stuk zich bijvoorbeeld al een halve eeuw of langer in een collectie bevindt. En het hoeft dan ook geen betoog, dat we op de kunstmarkt niet alleen worden geconfronteerd met vervalsingen, maar ook met herkomstbewijzen waarmee gesjoemeld werd....