Al wie asiel vraagt, vangen we op. We zijn immers een beschaafd land. We laten mensen niet op straat overleven. Opvang is cruciaal om mensen in alle waardigheid de beslissing te laten afwachten of ze al dan niet internationale bescherming krijgen en zich in staat te stellen zich voor te bereiden op hun toekomst, hier of elders. Uitgerekend het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers, Fedasil, denkt daar blijkbaar anders over. Al enkele jaren stuurt het systematisch een deel van de asielzoekers, zij die een tweede of meerdere asielaanvraag indienen, de straat op.

Onze Federale opvangwet is nochtans heel duidelijk over dit recht op opvang, ook voor wie een tweede keer asiel vraagt. Want soms verandert de situatie in een land. Soms komt cruciaal bewijsmateriaal pas laat aan het licht. Met nieuwe elementen een tweede keer asiel kunnen aanvragen is daarom even belangrijk, en in veel gevallen het verschil tussen leven en dood. Cijfers tonen hoe in 4 op de 10 gevallen het Commissariaat Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) die nieuwe elementen overtuigend vindt om tot grondig onderzoek over te gaan.

Een overheid die elke controle naast zich neerlegt, zoiets gebeurt toch enkel in falende staten?

Waarom de Belgische overheid aan 'meervoudige aanvragers' systematisch opvang weigert is eigenlijk een raadsel. Bij een meervoudige asielaanvraag mag Fedasil de opvang enkel weigeren als de nieuwe asielaanvraag alleen maar dient om 'tijd te rekken'. Zo'n weigering van opvang moet ook individueel gemotiveerd, en altijd rekening houden met de kwetsbaarheid én het hoger belang van het kind. Een hoogzwangere dame, of een baby van 4 weken, sturen we niet de straat op.

De Belgische praktijk

Maar dat is zonder de Belgische praktijk gerekend, waar iedereen met een meervoudige aanvraag zonder individuele motivering de opvang wordt geweigerd. Het lijkt sterk op pesten. Zo verging het de voorbije jaren tal van gezinnen die eerst op straat werden gezet door Fedasil, en uiteindelijk alsnog erkend werden als vluchteling. Hilde Geraets van ORBITvzw stootte al in oktober 2014 op een vader, moeder en drie kinderen jonger dan 12 jaar, die vijf wanhopige nachten in Brussel ronddoolden. Bij het indienen van hun tweede asielaanvraag werden ze zonder pardon op straat gezet. Ze wisten niet hoe verder, hadden geen adres en geen idee of en wanneer er nieuws in hun procedure zou komen. Particulieren sprongen in de bres met onderdak, en langs wettelijke weg dwongen ze de opvang terug af. Eind juni 2015 werd het gezin erkend als vluchteling, maar deze traumatische periode in België liet sporen na.

Wat opvalt, is hoe lang deze praktijk al aan de gang is. Laat ons maar spreken van een verborgen opvangcrisis. Die onzichtbaarheid is net te wijten aan de kwetsbare positie van deze mensen. Dakloos en zonder begeleiding is het moeilijk de weg te vinden naar iemand die helpt het respect voor je rechten af te dwingen. Een bijkomend desastreus gevolg is dat een verblijf op straat het extra moeilijk maakt om belangrijke correspondentie of stappen in de asielprocedure te volgen.

Een absurde maatregel

Dat de overheid het leven van mensen hiermee erg moeilijk maakt, is bekend. In de wandelgangen luidt het dat deze praktijk ervoor moet zorgen dat asielzoekers zich 'te comfortabel' gaan voelen in de opvang of dat ze onterecht een nieuwe asielprocedure opstarten. Een absurde maatregel, als je weet dat alle mensen die terecht een nieuwe asielprocedure starten en bescherming hard nodig hebben (zoals het gezin hierboven) daar in gelijke mate en met erg verregaande gevolgen voor worden gestraft. Dergelijk beleid is onwettelijk en heeft desastreuze en onmenselijke gevolgen. Dat is wel het laatste dat we mogen verwachten van de federale overheid. Ook voor advocaten en maatschappelijk werkers op het terrein is dit een onbegrijpelijke praktijk. Je adviseert mensen weloverwogen om een tweede asielaanvraag in te dienen, maar weet dat ze hierdoor op straat zullen belanden.

Het kan niet de bedoeling zijn dat wie in ons land verblijft enkel via de rechter kan garanderen dat basisrechten toegekend worden

'Wie het niet eens is met de uitsluiting uit de opvang, moet maar naar de rechter stappen' wordt gezegd. Een dooddoener bij verschillende overheidsdiensten en een uiterst kwalijke evolutie vinden Vluchtelingenwerk Vlaanderen en ORBITvzw. Het kan niet de bedoeling zijn dat de overheid de wet systematisch naast zich neerlegt, noch dat wie in ons land verblijft enkel via de rechter kan garanderen dat basisrechten toegekend worden. Zowel het Grondwettelijk Hof, arbeidsrechtbanken, als de federale ombudsman en de Vlaamse kinderrechtencommissaris spraken zich in dezelfde zin uit.

Een overheid die elke controle naast zich neerlegt, zoiets gebeurt toch enkel in falende staten? Of wordt zoiets vooral geduld omdat het om mensen op de vlucht gaat? Vluchtelingenwerk en ORBIT vragen met klem aan de verantwoordelijken binnen de regering om deze onwettige aanpak meteen te stoppen. Omdat we een land zijn dat alle mensen met respect behandelt, en vluchtelingen niet aan bijkomende trauma's helpt. Bovendien, onze eigen wetten naleven en iedereen gelijk voor de wet behandelen, het kan niet te veel gevraagd zijn.

Hilde Geraets, Stafmedewerker migratie en asiel ORBIT vzw

Charlotte Vandycke, directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen

Al wie asiel vraagt, vangen we op. We zijn immers een beschaafd land. We laten mensen niet op straat overleven. Opvang is cruciaal om mensen in alle waardigheid de beslissing te laten afwachten of ze al dan niet internationale bescherming krijgen en zich in staat te stellen zich voor te bereiden op hun toekomst, hier of elders. Uitgerekend het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers, Fedasil, denkt daar blijkbaar anders over. Al enkele jaren stuurt het systematisch een deel van de asielzoekers, zij die een tweede of meerdere asielaanvraag indienen, de straat op. Onze Federale opvangwet is nochtans heel duidelijk over dit recht op opvang, ook voor wie een tweede keer asiel vraagt. Want soms verandert de situatie in een land. Soms komt cruciaal bewijsmateriaal pas laat aan het licht. Met nieuwe elementen een tweede keer asiel kunnen aanvragen is daarom even belangrijk, en in veel gevallen het verschil tussen leven en dood. Cijfers tonen hoe in 4 op de 10 gevallen het Commissariaat Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) die nieuwe elementen overtuigend vindt om tot grondig onderzoek over te gaan.Waarom de Belgische overheid aan 'meervoudige aanvragers' systematisch opvang weigert is eigenlijk een raadsel. Bij een meervoudige asielaanvraag mag Fedasil de opvang enkel weigeren als de nieuwe asielaanvraag alleen maar dient om 'tijd te rekken'. Zo'n weigering van opvang moet ook individueel gemotiveerd, en altijd rekening houden met de kwetsbaarheid én het hoger belang van het kind. Een hoogzwangere dame, of een baby van 4 weken, sturen we niet de straat op. Maar dat is zonder de Belgische praktijk gerekend, waar iedereen met een meervoudige aanvraag zonder individuele motivering de opvang wordt geweigerd. Het lijkt sterk op pesten. Zo verging het de voorbije jaren tal van gezinnen die eerst op straat werden gezet door Fedasil, en uiteindelijk alsnog erkend werden als vluchteling. Hilde Geraets van ORBITvzw stootte al in oktober 2014 op een vader, moeder en drie kinderen jonger dan 12 jaar, die vijf wanhopige nachten in Brussel ronddoolden. Bij het indienen van hun tweede asielaanvraag werden ze zonder pardon op straat gezet. Ze wisten niet hoe verder, hadden geen adres en geen idee of en wanneer er nieuws in hun procedure zou komen. Particulieren sprongen in de bres met onderdak, en langs wettelijke weg dwongen ze de opvang terug af. Eind juni 2015 werd het gezin erkend als vluchteling, maar deze traumatische periode in België liet sporen na.Wat opvalt, is hoe lang deze praktijk al aan de gang is. Laat ons maar spreken van een verborgen opvangcrisis. Die onzichtbaarheid is net te wijten aan de kwetsbare positie van deze mensen. Dakloos en zonder begeleiding is het moeilijk de weg te vinden naar iemand die helpt het respect voor je rechten af te dwingen. Een bijkomend desastreus gevolg is dat een verblijf op straat het extra moeilijk maakt om belangrijke correspondentie of stappen in de asielprocedure te volgen.Dat de overheid het leven van mensen hiermee erg moeilijk maakt, is bekend. In de wandelgangen luidt het dat deze praktijk ervoor moet zorgen dat asielzoekers zich 'te comfortabel' gaan voelen in de opvang of dat ze onterecht een nieuwe asielprocedure opstarten. Een absurde maatregel, als je weet dat alle mensen die terecht een nieuwe asielprocedure starten en bescherming hard nodig hebben (zoals het gezin hierboven) daar in gelijke mate en met erg verregaande gevolgen voor worden gestraft. Dergelijk beleid is onwettelijk en heeft desastreuze en onmenselijke gevolgen. Dat is wel het laatste dat we mogen verwachten van de federale overheid. Ook voor advocaten en maatschappelijk werkers op het terrein is dit een onbegrijpelijke praktijk. Je adviseert mensen weloverwogen om een tweede asielaanvraag in te dienen, maar weet dat ze hierdoor op straat zullen belanden. 'Wie het niet eens is met de uitsluiting uit de opvang, moet maar naar de rechter stappen' wordt gezegd. Een dooddoener bij verschillende overheidsdiensten en een uiterst kwalijke evolutie vinden Vluchtelingenwerk Vlaanderen en ORBITvzw. Het kan niet de bedoeling zijn dat de overheid de wet systematisch naast zich neerlegt, noch dat wie in ons land verblijft enkel via de rechter kan garanderen dat basisrechten toegekend worden. Zowel het Grondwettelijk Hof, arbeidsrechtbanken, als de federale ombudsman en de Vlaamse kinderrechtencommissaris spraken zich in dezelfde zin uit. Een overheid die elke controle naast zich neerlegt, zoiets gebeurt toch enkel in falende staten? Of wordt zoiets vooral geduld omdat het om mensen op de vlucht gaat? Vluchtelingenwerk en ORBIT vragen met klem aan de verantwoordelijken binnen de regering om deze onwettige aanpak meteen te stoppen. Omdat we een land zijn dat alle mensen met respect behandelt, en vluchtelingen niet aan bijkomende trauma's helpt. Bovendien, onze eigen wetten naleven en iedereen gelijk voor de wet behandelen, het kan niet te veel gevraagd zijn. Hilde Geraets, Stafmedewerker migratie en asiel ORBIT vzwCharlotte Vandycke, directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen