'Als wij stoppen, dan stopt de wereld'. Met deze slogan roepen feministische bewegingen wereldwijd op tot een staking op 8 en 9 maart, naar aanleiding van Internationale Vrouwendag. De oproep vraagt niet enkel om te stoppen met de betaalde arbeid op de werkvloer, maar ook met de meestal onbetaalde zorgarbeid in het gezin en daarbuiten, die nog steeds veelal op de schouders van vrouwen terecht komt. Net als in de voorbije jaren, vertrekt deze staking van de vaststelling dat een vrouwenstaking eigenlijk onmogelijk is. Want hoe zouden we in hemelsnaam kunnen stoppen met zorgen voor onze kinderen, studenten, hulpbehoevende familieleden, triestige partners of zieke patiënten? Laat het net dat inzicht zijn dat aantoont hoe ons huidige maatschappelijke systeem fundamenteel teert op een veelvoud van zorg- of reproductieve arbeid die levensnoodzakelijk is, maar nauwelijks gewaardeerd of vergoed wordt. In het huishouden wordt het smeren van de boterhammen, afwassen van de kookpotten en organiseren van de verjaardagsfeestjes niet eens als werk gezien, maar letterlijk met de mantel der moederliefde bedekt. En waar die arbeid wel vergoed wordt, bv. in sterk vervrouwelijkte sectoren zoals in het onderwijs, de ziekenzorg en de schoonmaaksector, blijft dit werk vaak onderbetaald, ondergewaardeerd en even goed onzichtbaar.

Een feminisme voor de 99% kan zich niet beperken tot de eis voor meer vrouwen in topposities.

De voorbije jaren hebben we aan de Universiteit Gent onze eigen versie van deze feministische staking georganiseerd om te protesteren tegen de ondervertegenwoordiging van vrouwen, gender non-conforme mensen en collega's met een migratieachtergrond in hogere functies; tegen discriminatie en grensoverschrijdend gedrag; en tegen de hoge werk-en publicatiedruk die van het zoeken naar een goede werk-levensbalans een onmogelijke jongleer-oefening maakt. Hoewel we gehoor vonden bij onderzoekers, lesgevers, studenten en deels ook het bestuur, merkten we dat één van onze eisen moeilijker werd opgepikt, met name betere werkvoorwaarden voor het zorgend personeel. Dit zijn de collega's die ons elke dag voeden, onze bureaus en leslokalen proper houden, en onze kinderen opvangen. Laat dit nu ook net de sectoren zijn waar vrouwen, veelal vrouwen van kleur, en mensen met een migratieachtergrond, oververtegenwoordigd zijn aan de UGent. Hun vaak onzichtbare en precaire doch onmisbare arbeid vormt de hoofdreden voor de wereldwijde feministische staking. Daarom staat hun strijd dit jaar centraal tijdens de UGent Vrouwenstaking.

Uit vele gesprekken met onze collega's in hun koffieruimtes, meestal weggestoken in de kelders van de campussen, blijkt dat de werkomstandigheden van het personeel van de studentenrestaurants, de kinderopvang en vooral de poetsdienst, niet altijd even proper zijn. Het schoonmaakpersoneel werkt in onderaanneming en krijgt te maken met structurele overbelasting en onderbezetting, aan veel te lage lonen. Wanneer de studenten vakantie hebben, moet een deel van hen verplicht gaan stempelen waardoor ze aan loon inboeten. Velen hebben bovendien fysieke klachten, maar vrezen voor hun job als ze zich te vaak ziek melden. Bovendien worden zieke collega's vaak niet vervangen, waardoor de rest van de schoonmaakploeg het vuile werk moeten opknappen bovenop hun eigen takenpakket. Dit creëert uiteraard spanningen op de werkvloer, die verder op de spits worden gedreven door de bedrijfsleiding. Eén collega vertelde dat ze trots is op haar werk aan en voor de universiteit, maar dat het in de praktijk onmogelijk is geworden om dit werk goed te doen, zonder haar welzijn en gezondheid te schaden.

Het personeel van de studentenrestaurants en de kinderopvang zijn werknemers van de universiteit, maar werken als contractuelen. Hierdoor zijn ze in tegenstelling tot statutairen minder goed beschermd in geval van ziekte en hebben ze ook minder pensioenrechten. Bovendien zijn hun lonen vaak te laag. Een van de collega's die al zes jaar in de UGent cafetaria's werkt, vertelde ons dat ze als alleenstaande niet rond komt met haar salaris van 1600 euro, en dus in het weekend nog moet bijklussen. En dan moet ze ook nog aan haar eigen huishouden beginnen.

Daarom leggen UGent collega's in de zorgposten op 9 maart het werk neer. Zij schuiven drie eisen naar voor: 1) het opnieuw insourcen van het schoonmaakpersoneel 2) het statutair maken van het personeel in de studentenrestaurants en de kinderopvang en 3) een bruto minimumloon van 14 euro per uur voor alle UGent personeelsleden. Deze staking wordt ondersteund door ACOD UGent en ABVV-Oost Vlaanderen en de UGent Vrouwenstaking. Op 9 maart organiseren we daarom een actie aan het UGent rectoraat, waarbij we onze stakende zorgcollega's uitnodigen op een maaltijd met soep en brood (en veel rozen) die voor één dag zal geserveerd worden door onze mannelijke collega's tewerkgesteld in hogere functies.

Een feminisme voor de 99% kan zich niet beperken tot de eis voor meer vrouwen in topposities - in dit geval meer vrouwelijke professoren of bestuursleden - maar moet nog veel meer strijden met en voor diegenen die onzichtbaar worden gemaakt, geen privileges genieten, de laagste lonen krijgen maar toch de grootste prijs betalen om onze universiteit te laten draaien.

Zij zorgen elke dag voor de UGent, durft het UGent-bestuur ook voor hen zorgen?

Julie Carlier en Sigrid Vertommen schrijven in naam van de organisatie van de UGent Vrouwenstaking.

'Als wij stoppen, dan stopt de wereld'. Met deze slogan roepen feministische bewegingen wereldwijd op tot een staking op 8 en 9 maart, naar aanleiding van Internationale Vrouwendag. De oproep vraagt niet enkel om te stoppen met de betaalde arbeid op de werkvloer, maar ook met de meestal onbetaalde zorgarbeid in het gezin en daarbuiten, die nog steeds veelal op de schouders van vrouwen terecht komt. Net als in de voorbije jaren, vertrekt deze staking van de vaststelling dat een vrouwenstaking eigenlijk onmogelijk is. Want hoe zouden we in hemelsnaam kunnen stoppen met zorgen voor onze kinderen, studenten, hulpbehoevende familieleden, triestige partners of zieke patiënten? Laat het net dat inzicht zijn dat aantoont hoe ons huidige maatschappelijke systeem fundamenteel teert op een veelvoud van zorg- of reproductieve arbeid die levensnoodzakelijk is, maar nauwelijks gewaardeerd of vergoed wordt. In het huishouden wordt het smeren van de boterhammen, afwassen van de kookpotten en organiseren van de verjaardagsfeestjes niet eens als werk gezien, maar letterlijk met de mantel der moederliefde bedekt. En waar die arbeid wel vergoed wordt, bv. in sterk vervrouwelijkte sectoren zoals in het onderwijs, de ziekenzorg en de schoonmaaksector, blijft dit werk vaak onderbetaald, ondergewaardeerd en even goed onzichtbaar. De voorbije jaren hebben we aan de Universiteit Gent onze eigen versie van deze feministische staking georganiseerd om te protesteren tegen de ondervertegenwoordiging van vrouwen, gender non-conforme mensen en collega's met een migratieachtergrond in hogere functies; tegen discriminatie en grensoverschrijdend gedrag; en tegen de hoge werk-en publicatiedruk die van het zoeken naar een goede werk-levensbalans een onmogelijke jongleer-oefening maakt. Hoewel we gehoor vonden bij onderzoekers, lesgevers, studenten en deels ook het bestuur, merkten we dat één van onze eisen moeilijker werd opgepikt, met name betere werkvoorwaarden voor het zorgend personeel. Dit zijn de collega's die ons elke dag voeden, onze bureaus en leslokalen proper houden, en onze kinderen opvangen. Laat dit nu ook net de sectoren zijn waar vrouwen, veelal vrouwen van kleur, en mensen met een migratieachtergrond, oververtegenwoordigd zijn aan de UGent. Hun vaak onzichtbare en precaire doch onmisbare arbeid vormt de hoofdreden voor de wereldwijde feministische staking. Daarom staat hun strijd dit jaar centraal tijdens de UGent Vrouwenstaking.Uit vele gesprekken met onze collega's in hun koffieruimtes, meestal weggestoken in de kelders van de campussen, blijkt dat de werkomstandigheden van het personeel van de studentenrestaurants, de kinderopvang en vooral de poetsdienst, niet altijd even proper zijn. Het schoonmaakpersoneel werkt in onderaanneming en krijgt te maken met structurele overbelasting en onderbezetting, aan veel te lage lonen. Wanneer de studenten vakantie hebben, moet een deel van hen verplicht gaan stempelen waardoor ze aan loon inboeten. Velen hebben bovendien fysieke klachten, maar vrezen voor hun job als ze zich te vaak ziek melden. Bovendien worden zieke collega's vaak niet vervangen, waardoor de rest van de schoonmaakploeg het vuile werk moeten opknappen bovenop hun eigen takenpakket. Dit creëert uiteraard spanningen op de werkvloer, die verder op de spits worden gedreven door de bedrijfsleiding. Eén collega vertelde dat ze trots is op haar werk aan en voor de universiteit, maar dat het in de praktijk onmogelijk is geworden om dit werk goed te doen, zonder haar welzijn en gezondheid te schaden.Het personeel van de studentenrestaurants en de kinderopvang zijn werknemers van de universiteit, maar werken als contractuelen. Hierdoor zijn ze in tegenstelling tot statutairen minder goed beschermd in geval van ziekte en hebben ze ook minder pensioenrechten. Bovendien zijn hun lonen vaak te laag. Een van de collega's die al zes jaar in de UGent cafetaria's werkt, vertelde ons dat ze als alleenstaande niet rond komt met haar salaris van 1600 euro, en dus in het weekend nog moet bijklussen. En dan moet ze ook nog aan haar eigen huishouden beginnen.Daarom leggen UGent collega's in de zorgposten op 9 maart het werk neer. Zij schuiven drie eisen naar voor: 1) het opnieuw insourcen van het schoonmaakpersoneel 2) het statutair maken van het personeel in de studentenrestaurants en de kinderopvang en 3) een bruto minimumloon van 14 euro per uur voor alle UGent personeelsleden. Deze staking wordt ondersteund door ACOD UGent en ABVV-Oost Vlaanderen en de UGent Vrouwenstaking. Op 9 maart organiseren we daarom een actie aan het UGent rectoraat, waarbij we onze stakende zorgcollega's uitnodigen op een maaltijd met soep en brood (en veel rozen) die voor één dag zal geserveerd worden door onze mannelijke collega's tewerkgesteld in hogere functies. Een feminisme voor de 99% kan zich niet beperken tot de eis voor meer vrouwen in topposities - in dit geval meer vrouwelijke professoren of bestuursleden - maar moet nog veel meer strijden met en voor diegenen die onzichtbaar worden gemaakt, geen privileges genieten, de laagste lonen krijgen maar toch de grootste prijs betalen om onze universiteit te laten draaien. Zij zorgen elke dag voor de UGent, durft het UGent-bestuur ook voor hen zorgen?Julie Carlier en Sigrid Vertommen schrijven in naam van de organisatie van de UGent Vrouwenstaking.