Dat blijkt uit een bevraging van onderzoeksbureau Indiville in opdracht van Telenet bij meer dan 1.500 Belgen, van wie 500 gezinnen met kinderen.

Bijna een op de drie (31 pct) van de bevraagde ouders vindt verder dat scholen online moeten lesgegeven tot het einde van het schooljaar. Voor 15 procent moet dat zo blijven totdat er een vaccin is tegen het coronavirus. Volgens 17 procent van de bevraagde ouders verkiezen hun kinderen online lessen boven de fysieke, terwijl de kinderen van 60 procent van de ouders liever naar school gaan.

Om online lessen mogelijk te maken, zijn er wel voldoende middelen nodig, zoals laptops of tablets en een goede internetverbinding. Uit de bevraging blijkt dat 16 procent van de ouders aangeeft niet voldoende middelen te hebben.

Pedagoog Pedro De Bruyckere waarschuwt dat het moeilijk is om digitaal onderwijs nu te beoordelen. 'De omschakeling moest snel en noodgedwongen. Het is moeilijk te zeggen of we nu een combinatie tussen fysiek en online onderwijs zullen krijgen. Als de noodzaak vermindert, zal de wil ook verkleinen', verklaart hij. 'Ik geloof eerder dat digitaal onderwijs een plaats moet krijgen op het juiste moment. Als we een gelijkaardige situatie meemaken, dan moet de omschakeling naar digitaal wel vlot kunnen. Maar ik blijf overtuigd van de kracht van ons fysieke onderwijs.'

Tot slot blijkt nog dat de helft van de ouders tijdens de lockdown een oogje toekneep als de kinderen zich via schermen of online bezighielden. Bij 41 procent van de ondervraagden golden voor de coronacrisis regels rond schermtijd binnen het gezin. Meer dan de helft (58 pct) van de ouders versoepelde die regels en 8 procent schafte ze zelfs tijdelijk af door de coronamaatregelen. Slechts bij 3 procent werden de afspraken verstrengd.

Dat oogje toe knijpen kan volgens De Bruyckere geen kwaad. 'Het schermgebruik was meestal interactief omdat het bijvoorbeeld om sociaal contact online ging. Dat is veel minder problematisch dan passief gebruik en uren staren naar een scherm', aldus de pedagoog. Hij roept ouders wel op om kinderen ook voldoende buiten te laten spelen.

Dat blijkt uit een bevraging van onderzoeksbureau Indiville in opdracht van Telenet bij meer dan 1.500 Belgen, van wie 500 gezinnen met kinderen.Bijna een op de drie (31 pct) van de bevraagde ouders vindt verder dat scholen online moeten lesgegeven tot het einde van het schooljaar. Voor 15 procent moet dat zo blijven totdat er een vaccin is tegen het coronavirus. Volgens 17 procent van de bevraagde ouders verkiezen hun kinderen online lessen boven de fysieke, terwijl de kinderen van 60 procent van de ouders liever naar school gaan. Om online lessen mogelijk te maken, zijn er wel voldoende middelen nodig, zoals laptops of tablets en een goede internetverbinding. Uit de bevraging blijkt dat 16 procent van de ouders aangeeft niet voldoende middelen te hebben. Pedagoog Pedro De Bruyckere waarschuwt dat het moeilijk is om digitaal onderwijs nu te beoordelen. 'De omschakeling moest snel en noodgedwongen. Het is moeilijk te zeggen of we nu een combinatie tussen fysiek en online onderwijs zullen krijgen. Als de noodzaak vermindert, zal de wil ook verkleinen', verklaart hij. 'Ik geloof eerder dat digitaal onderwijs een plaats moet krijgen op het juiste moment. Als we een gelijkaardige situatie meemaken, dan moet de omschakeling naar digitaal wel vlot kunnen. Maar ik blijf overtuigd van de kracht van ons fysieke onderwijs.' Tot slot blijkt nog dat de helft van de ouders tijdens de lockdown een oogje toekneep als de kinderen zich via schermen of online bezighielden. Bij 41 procent van de ondervraagden golden voor de coronacrisis regels rond schermtijd binnen het gezin. Meer dan de helft (58 pct) van de ouders versoepelde die regels en 8 procent schafte ze zelfs tijdelijk af door de coronamaatregelen. Slechts bij 3 procent werden de afspraken verstrengd. Dat oogje toe knijpen kan volgens De Bruyckere geen kwaad. 'Het schermgebruik was meestal interactief omdat het bijvoorbeeld om sociaal contact online ging. Dat is veel minder problematisch dan passief gebruik en uren staren naar een scherm', aldus de pedagoog. Hij roept ouders wel op om kinderen ook voldoende buiten te laten spelen.