An Moerenhout, Vlaams parlementslid voor Groen, stelde een schriftelijke vraag aan Liesbeth Homans, Vlaams minister van Inburgering (N-VA), over haar beleid rond sociaal tolken en vertalen. Ze deed dat op basis van het opiniestuk 'De sociaal tolken schreeuwen om hulp' van Maarten Wijnants dat Knack op in december op zijn website publiceerde. Ondertussen formuleerde de minister een antwoord op die schriftelijke vraag. Hieronder analyseren we haar antwoorden en proberen we aanbevelingen te formuleren voor een doeltreffend beleid rond sociaal tolken en vertalen in Vlaanderen.

Ten eerste blijkt uit het antwoord van minister Homans dat er te weinig tolken als freelancer verbonden zijn aan de vier agentschappen die tolkendiensten leveren aan de sociale sector, namelijk Agentschap Integratie en Inburgering, Atlas Antwerpen, In-Gent en Brussel Onthaal. Slechts 455 gecertificeerde sociaal tolken zijn verbonden aan de vier agentschappen. Zij kunnen 40 verschillende talen voor hun rekening nemen.

Als we cijfers van Statistiek Vlaanderen erbij nemen, dan zien we dat in 2016 20,5 procent van de Vlaamse bevolking van buitenlandse origine was. Volgens diezelfde bron spreekt 12,7 procent van de leerlingen in het voltijds secundair onderwijs thuis geen Nederlands. Als we die cijfers bij elkaar nemen, dan kunnen we ervan uitgaan dat een groot deel van deze groep het Nederlands vermoedelijk niet machtig is en dus nood heeft aan een sociaal tolk bij contacten met overheidsinstanties.

Voor sommige talen is het tekort groter dan voor andere talen. Zo worden bijvoorbeeld voor Modern Standaardarabisch, Magrebijns Arabisch, Dari, Pasjtoe, Turks en Pools vaak geen tolken ter plaatse gevonden. Nochtans zijn geen van de hierboven vermelde talen in Vlaanderen exotisch te noemen, want opnieuw volgens Statistiek Vlaanderen woonden in 2016 niet minder dan 183.856 mensen van Marokkaanse origine, 134.392 mensen van Turkse origine en 56.375 mensen van Poolse origine in het Vlaamse Gewest. Het roept dan ook vragen op waarom er onvoldoende tolken voor deze talen gevonden worden.

Dat het aantal tolken niet afdoende is om aan alle tolkaanvragen te beantwoorden, blijkt duidelijk uit de cijfers die minister Homans weergeeft in haar antwoord. Voor telefoontolken konden de diensten voor sociaal tolken en vertalen in ongeveer 15 procent (gemiddelde van de jaren 2015 t.e.m. 2018) van de aanvragen geen geschikte professionele tolk vinden. Voor de aanvragen voor tolken ter plaatse zijn de cijfers nog dramatischer: in ruim een op de vier gevallen (opnieuw een gemiddelde voor dezelfde jaren) kon de aanvraag niet beantwoord worden.

Om een idee te geven in absolute cijfers: in 2018 bleven maar liefst 9373 vragen niet beantwoord, zoals de minister het verwoordt. Dat betekent concreet dat een gesprek waar een tolk zou moeten bij zijn, niet kan doorgaan omdat die tolk er niet is (de tolk is niet beschikbaar of de gevraagde taal wordt door het agentschap niet aangeboden). Dat zijn dus mogelijk 9373 mensen die hun probleem niet opgelost zien en hun vraag onbeantwoord zien door een taalbarrière.

We weten dat de dienst Certificering Sociaal tolken en vertalen binnen het Agentschap Integratie en Inburgering goed werk levert: de dienst organiseert onder andere begeleidings- en opleidingstrajecten en een certificeringsproef voor sociaal tolken. Zoals de term aangeeft kan de tolk op die manier een certificaat behalen als sociaal tolk om vervolgens op het Vlaams Register Sociaal tolken te komen. De betrokken verantwoordelijken organiseren dit alles met kennis van zaken en dankzij inzichten die zij halen uit onderzoek en/of adviezen uit het hele Vlaamse universitaire landschap.

Een daadkrachtig sociaal tolkbeleid is blijkbaar geen prioriteit voor minister Homans.

Maar wat blijkt tevens uit het antwoord van de minister? Dat er over de vier bevraagde jaren slechts 349 certificeringsproeven werden afgenomen met een gemiddelde van 87 per jaar. Wij vragen ons af waar dit bijzonder lage cijfer vandaan komt. De redenering die de minister meegeeft, houdt geen steek: 'Momenteel zijn er onvoldoende kandidaten om voor bepaalde talen een certificeringsproef te organiseren'. Waarom zou het Agentschap op eenzelfde dag niet een certificeringsproef voor Pools, Standaardarabisch en Turks kunnen organiseren waarbij voor elke taal een of meerdere mensen komen?

Wat echter vooral opvalt, is dat gemiddeld slechts 35 procent slaagt voor de certificeringsproef. We kunnen met zekerheid stellen dat het niet ligt aan de inzet van de Dienst Certificering, noch aan de toetsen zelf aangezien wij beide (dienst en toetsen) zeer goed kennen. De standaardnorm van deze toetsen moet een minimale kwaliteitsgarantie bieden en men kan bezwaarlijk inboeten aan kwaliteit om het aantal geslaagden op te krikken.

Wij veronderstellen wél dat we op basis van het antwoord op de schriftelijke vraag van de minister twee pijnpunten kunnen blootleggen.

Ten eerste merken we op dat moedertaalsprekers van de genoemde talen en van andere knelpunttalen de weg niet vinden naar de begeleidings-en opleidingstrajecten. Onbekend is onbemind? En als tolken in spe de weg vinden naar sociaal tolken, is het financieel al zeker niet aantrekkelijk. Een sociaal tolk verdient afhankelijk van het agentschap waarvoor hij werkt, tussen de 32,95 euro en de 45 euro per uur, met daarnaast een verplaatsingsvergoeding. De tarieven zijn duidelijk niet marktconform. Volgens de Gids voor de beginnende vertaler of tolk van de Belgische Kamer van Vertalers en Tolken bedraagt een correct uurtarief voor een beginnende tolk ongeveer 59 euro.

Hoe kan je van mensen verwachten dat ze hun tijd, energie en geld stoppen in een opleiding als die niet rendeert? Bovendien creëer je op die manier een vicieuze cirkel: een sociaal tolk kan zelden leven van het sociaal tolken alleen en is dus min of meer verplicht om andere jobs erbij te nemen. Op die manier geeft hij mogelijk vroeg of laat de brui aan het sociaal tolken... en is hij dus niet (meer) beschikbaar.

Hoe kan je van mensen verwachten dat ze hun tijd, energie en geld stoppen in een opleiding als die niet rendeert?

Ten tweede zou een mogelijk piste kunnen zijn dat het Agentschap Integratie en Inburgering het opleidingsaanbod en het aantal certificeringsmomenten van hun dienst Certificering opdrijft. Wachtlijsten waarover zowel kandidaat-tolken als afnemers het hebben, kunnen op die manier weggewerkt worden. Het is onaanvaardbaar dat enerzijds mensen moeten wachten na hun opleiding om een proef te kunnen afleggen en dat er anderzijds een ernstig tolkentekort is. Verder zouden de redenen voor de te lage slaagcijfers moeten worden bestudeerd zonder in te boeten aan de eisen van het beroep: de lat moet even hoog blijven liggen.

Maar natuurlijk heeft kwaliteit - samen met de andere voorstellen - haar prijs en daarover lezen we bitter weinig in het antwoord van minister Homans. Communicatie - begrijpen en begrepen worden met bijstand van een sociaal tolk - is essentieel om iedereen toegang te verschaffen tot de maatschappij, ook wie niet meteen Nederlands spreekt. Blijkbaar geen prioriteit voor de minister?

Maarten Wijnants is wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep Tolkwetenschap van de KU Leuven, campus Sint-Andries. Daarnaast werkt hij ook als zelfstandig sociaal tolk.

Prof. dr. Heidi Salaets is hoofd van de onderzoeksgroep tolkwetenschap aan de KU Leuven, campus Sint-Andries.

Dr. Katalin Balogh is docente en coördinator van de opleiding gerechtsvertalen-en tolken aan de KU Leuven, campus Sint-Andries.

An Moerenhout, Vlaams parlementslid voor Groen, stelde een schriftelijke vraag aan Liesbeth Homans, Vlaams minister van Inburgering (N-VA), over haar beleid rond sociaal tolken en vertalen. Ze deed dat op basis van het opiniestuk 'De sociaal tolken schreeuwen om hulp' van Maarten Wijnants dat Knack op in december op zijn website publiceerde. Ondertussen formuleerde de minister een antwoord op die schriftelijke vraag. Hieronder analyseren we haar antwoorden en proberen we aanbevelingen te formuleren voor een doeltreffend beleid rond sociaal tolken en vertalen in Vlaanderen.Ten eerste blijkt uit het antwoord van minister Homans dat er te weinig tolken als freelancer verbonden zijn aan de vier agentschappen die tolkendiensten leveren aan de sociale sector, namelijk Agentschap Integratie en Inburgering, Atlas Antwerpen, In-Gent en Brussel Onthaal. Slechts 455 gecertificeerde sociaal tolken zijn verbonden aan de vier agentschappen. Zij kunnen 40 verschillende talen voor hun rekening nemen. Als we cijfers van Statistiek Vlaanderen erbij nemen, dan zien we dat in 2016 20,5 procent van de Vlaamse bevolking van buitenlandse origine was. Volgens diezelfde bron spreekt 12,7 procent van de leerlingen in het voltijds secundair onderwijs thuis geen Nederlands. Als we die cijfers bij elkaar nemen, dan kunnen we ervan uitgaan dat een groot deel van deze groep het Nederlands vermoedelijk niet machtig is en dus nood heeft aan een sociaal tolk bij contacten met overheidsinstanties. Voor sommige talen is het tekort groter dan voor andere talen. Zo worden bijvoorbeeld voor Modern Standaardarabisch, Magrebijns Arabisch, Dari, Pasjtoe, Turks en Pools vaak geen tolken ter plaatse gevonden. Nochtans zijn geen van de hierboven vermelde talen in Vlaanderen exotisch te noemen, want opnieuw volgens Statistiek Vlaanderen woonden in 2016 niet minder dan 183.856 mensen van Marokkaanse origine, 134.392 mensen van Turkse origine en 56.375 mensen van Poolse origine in het Vlaamse Gewest. Het roept dan ook vragen op waarom er onvoldoende tolken voor deze talen gevonden worden.Dat het aantal tolken niet afdoende is om aan alle tolkaanvragen te beantwoorden, blijkt duidelijk uit de cijfers die minister Homans weergeeft in haar antwoord. Voor telefoontolken konden de diensten voor sociaal tolken en vertalen in ongeveer 15 procent (gemiddelde van de jaren 2015 t.e.m. 2018) van de aanvragen geen geschikte professionele tolk vinden. Voor de aanvragen voor tolken ter plaatse zijn de cijfers nog dramatischer: in ruim een op de vier gevallen (opnieuw een gemiddelde voor dezelfde jaren) kon de aanvraag niet beantwoord worden. Om een idee te geven in absolute cijfers: in 2018 bleven maar liefst 9373 vragen niet beantwoord, zoals de minister het verwoordt. Dat betekent concreet dat een gesprek waar een tolk zou moeten bij zijn, niet kan doorgaan omdat die tolk er niet is (de tolk is niet beschikbaar of de gevraagde taal wordt door het agentschap niet aangeboden). Dat zijn dus mogelijk 9373 mensen die hun probleem niet opgelost zien en hun vraag onbeantwoord zien door een taalbarrière. We weten dat de dienst Certificering Sociaal tolken en vertalen binnen het Agentschap Integratie en Inburgering goed werk levert: de dienst organiseert onder andere begeleidings- en opleidingstrajecten en een certificeringsproef voor sociaal tolken. Zoals de term aangeeft kan de tolk op die manier een certificaat behalen als sociaal tolk om vervolgens op het Vlaams Register Sociaal tolken te komen. De betrokken verantwoordelijken organiseren dit alles met kennis van zaken en dankzij inzichten die zij halen uit onderzoek en/of adviezen uit het hele Vlaamse universitaire landschap. Maar wat blijkt tevens uit het antwoord van de minister? Dat er over de vier bevraagde jaren slechts 349 certificeringsproeven werden afgenomen met een gemiddelde van 87 per jaar. Wij vragen ons af waar dit bijzonder lage cijfer vandaan komt. De redenering die de minister meegeeft, houdt geen steek: 'Momenteel zijn er onvoldoende kandidaten om voor bepaalde talen een certificeringsproef te organiseren'. Waarom zou het Agentschap op eenzelfde dag niet een certificeringsproef voor Pools, Standaardarabisch en Turks kunnen organiseren waarbij voor elke taal een of meerdere mensen komen? Wat echter vooral opvalt, is dat gemiddeld slechts 35 procent slaagt voor de certificeringsproef. We kunnen met zekerheid stellen dat het niet ligt aan de inzet van de Dienst Certificering, noch aan de toetsen zelf aangezien wij beide (dienst en toetsen) zeer goed kennen. De standaardnorm van deze toetsen moet een minimale kwaliteitsgarantie bieden en men kan bezwaarlijk inboeten aan kwaliteit om het aantal geslaagden op te krikken.Wij veronderstellen wél dat we op basis van het antwoord op de schriftelijke vraag van de minister twee pijnpunten kunnen blootleggen.Ten eerste merken we op dat moedertaalsprekers van de genoemde talen en van andere knelpunttalen de weg niet vinden naar de begeleidings-en opleidingstrajecten. Onbekend is onbemind? En als tolken in spe de weg vinden naar sociaal tolken, is het financieel al zeker niet aantrekkelijk. Een sociaal tolk verdient afhankelijk van het agentschap waarvoor hij werkt, tussen de 32,95 euro en de 45 euro per uur, met daarnaast een verplaatsingsvergoeding. De tarieven zijn duidelijk niet marktconform. Volgens de Gids voor de beginnende vertaler of tolk van de Belgische Kamer van Vertalers en Tolken bedraagt een correct uurtarief voor een beginnende tolk ongeveer 59 euro.Hoe kan je van mensen verwachten dat ze hun tijd, energie en geld stoppen in een opleiding als die niet rendeert? Bovendien creëer je op die manier een vicieuze cirkel: een sociaal tolk kan zelden leven van het sociaal tolken alleen en is dus min of meer verplicht om andere jobs erbij te nemen. Op die manier geeft hij mogelijk vroeg of laat de brui aan het sociaal tolken... en is hij dus niet (meer) beschikbaar.Ten tweede zou een mogelijk piste kunnen zijn dat het Agentschap Integratie en Inburgering het opleidingsaanbod en het aantal certificeringsmomenten van hun dienst Certificering opdrijft. Wachtlijsten waarover zowel kandidaat-tolken als afnemers het hebben, kunnen op die manier weggewerkt worden. Het is onaanvaardbaar dat enerzijds mensen moeten wachten na hun opleiding om een proef te kunnen afleggen en dat er anderzijds een ernstig tolkentekort is. Verder zouden de redenen voor de te lage slaagcijfers moeten worden bestudeerd zonder in te boeten aan de eisen van het beroep: de lat moet even hoog blijven liggen.Maar natuurlijk heeft kwaliteit - samen met de andere voorstellen - haar prijs en daarover lezen we bitter weinig in het antwoord van minister Homans. Communicatie - begrijpen en begrepen worden met bijstand van een sociaal tolk - is essentieel om iedereen toegang te verschaffen tot de maatschappij, ook wie niet meteen Nederlands spreekt. Blijkbaar geen prioriteit voor de minister? Maarten Wijnants is wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep Tolkwetenschap van de KU Leuven, campus Sint-Andries. Daarnaast werkt hij ook als zelfstandig sociaal tolk.Prof. dr. Heidi Salaets is hoofd van de onderzoeksgroep tolkwetenschap aan de KU Leuven, campus Sint-Andries. Dr. Katalin Balogh is docente en coördinator van de opleiding gerechtsvertalen-en tolken aan de KU Leuven, campus Sint-Andries.