Zelden kwamen in de media zoveel meningen over 'ons Vlaamse verleden' aan bod als deze week. N-VA pleitte voor een 'Vlaamse canon', een 'lijst met ankerpunten uit onze Vlaamse cultuur en geschiedenis'.

De meeste vakhistorici wezen het idee onmiddellijk af maar positief is wel dat een bescheiden debat over ons verleden op gang kwam. In Frankrijk of Nederland is dat normaal maar in deze gouw moeten we het doen met onze nationale obsessie met collaboratie en repressie, alsof dat de enige relevante episode uit onze geschiedenis zou zijn.

Een canon kan nuttig zijn, opgesteld door historici, artiesten en wetenschappers, niet door tweetende politici.

Sommigen ontwaren in dit Vlaams-nationalistische voorstel een superioriteitsgedachte of een nostalgie naar een ingebeeld gouden tijdperk. Terecht wordt gewaarschuwd voor mogelijke politieke manipulatie, voor de constructie van een kunstmatige identiteit.

Maar verdedigers van de Vlaamse canon zullen wellicht opwerpen dat zij net voorstander zijn van een positieve identiteitsconstructie en niet van een negentiende-eeuws nationalisme. Dat zal natuurlijk op veel scepsis worden onthaald. In Nederland werd in 2006 echter ook een canon opgesteld onder leiding van de literatuurhistoricus Frits van Oostrom. Die wilde bewust niet aan identiteitsvorming doen, wel de ontwikkeling van 'burgerschap' bevorderen. Men weerde elke politieke inmenging.

Lijstje van buiten leren

Historische vakdidactici wijzen er echter op dat zulke 'ankerpunten' al lang in de eindtermen van het leerplichtonderwijs vervat zijn. Een ander terecht bezwaar is dat de essentie van de studie van de geschiedenis de historische kritiek is en niet het van buiten leren van lijstjes namen en feiten. Bovendien stellen geschiedkundigen steeds nieuwe vragen aan hun bronnen waardoor er nieuwe inzichten en opvattingen over het verleden ontstaan. Dat is een dynamisch proces en geen statische canon waarin alles is vastgelegd.

Nochtans bestaat ook een 'dynamische' canon van de Nederlandse literatuur vanuit Vlaams perspectief. Deze lijst van 'essentiële' werken uit onze letterkunde staat dus open voor geregelde aanpassing. De Nederlandse historische canon heeft het dan weer over 'vensters', thema's die een inzicht bieden in ruimere structuren en processen.

Het gaat dus niet enkel over de exploten van vorsten, generaals, grote kunstenaars en wetenschappers. Geschiedenis wordt ook geschreven 'van onderuit'. Ook de gewone man, ook de al te vaak genegeerde vrouwen en minderheden maken er deel van uit. Dat hoeft een evenwichtige denkoefening niet in de weg te staan. Ook bij onze noorderburen was er veel discussie en de canon wordt daar nu verder aangevuld met meer aandacht voor 'de schaduwkanten van de geschiedenis'.

Verbeeldingswereld van N-VA

Een groter probleem met een zogenaamde Vlaamse canon is de geografische schaal. Het 'Vlaanderen' uit de verbeeldingswereld van N-VA is een heel recente Belgische constructie en heeft weinig te maken met de werkelijke geschiedenis van ons lappendeken van tweetalige gewesten zoals Vlaanderen, Brabant of Luik. Onze regio vormde een sterk verstedelijkte sociaaleconomische eenheid die onder meer zijn grote innovatiekracht en creativiteit ontleende aan migratiestromen.

Vóór 1830 kan onze geschiedenis beter in termen van 'de Nederlanden' worden bestudeerd. Daarna kan men toch niet gewoon doen alsof België niet bestaat. Het terug projecteren van onze huidige interne grenzen naar het verleden is geschiedvervalsing.

En ook in recentere tijden blijft de idee van Vlaanderen als homogene cultuurruimte van hardwerkende Nederlandstaligen zeer problematisch. Wie zou bijvoorbeeld onze grootste Vlaamse zanger, de Franstalige en antiburgerlijke Jacques Brel, een plaats in die canon kunnen ontzeggen? Voor mij als liefhebber van onze Vlaamse cultuur toch liever 'le Plat Pays qui est le mien' dan die 'weiden als wiegende zeeën'.

Geschiedenis is echter niet alleen stof voor academische discussies; zeker elke 'nationale' of 'lokale' geschiedenis wordt onvermijdelijk ook een verhaal over identiteit. En daar is ook behoefte aan. Het succes van Bart Van Loo's geschiedenisverhaal over de Bourgondische periode toont bovendien aan dat het daarbij niet altijd over de twintigste eeuw moet gaan. Ook lokale geschiedenis en erfgoed kunnen nog steeds op een grote belangstelling rekenen.

Het document van N-VA heeft het over een veranderende wereld die gepaard gaat met onzekerheid. Wat ook hun achterliggende politieke motieven mogen zijn, de auteurs van die tekst hebben op dat vlak wel een punt. Over identiteit en tradities worden veel meningen gespuid, van de populistische manipulatie ervan tot de badinerende opmerkingen van de intellectuele elites, maar het is effectief zo dat we sinds enkele decennia te maken hebben met een versnelde globalisering. Onze 'tradities' en 'gebruiken' staan inderdaad zwaar onder druk.

Eenheidscultuur

Vanuit een marktlogica wordt een eenheidscultuur aan de wereld opgelegd. Ondanks de obsessie van conservatieve denkers met migratie heeft dat economische proces een impact die vele malen groter is dan bijvoorbeeld de recente stromen vluchtelingen uit het Midden Oosten en Afrika. Een gevolg van de globalisering is dat er gevoelens van verlies en ontheemding ontstaan. Velen gaan op zoek naar een 'authenticiteit' die dreigt verloren te gaan. In een wereld gedomineerd door Coca-Cola worden lokale bieren bijvoorbeeld opnieuw populairder.

Alles van waarde is weerloos en heeft recht op bescherming, maar ook in deze proberen politici natuurlijk te scoren. Laatst mochten we vernemen dat kerstmarkten, een uit Duitsland overgewaaid commercieel fenomeen, zogenaamd een oude Vlaamse traditie zijn die nu door nieuwkomers bedreigd zou worden. En dat terwijl authentieke Vlaamse tradities zoals ganzentrekken en kattenknuppelen intussen volledig verdwenen zijn en in deze tijd van ontbossing nog amper meibomen worden geplant.

Onder anderen Herman Van Goethem wees het idee van een canon af omdat het tot polarisatie zou leiden. Maar waarom zouden we een debat over een gedeeld verleden moeten vrezen? Geschiedenis is een discussie zonder einde. Als een canon vooral een aanleiding kan zijn tot een geïnformeerd en genuanceerd gesprek over ons verleden en over hoe we concepten als identiteit kritisch tegen het licht kunnen houden, dan zou ik zeggen: laat die denkoefening maar komen. Maar laat geschiedkundigen, artiesten en wetenschappers die klus klaren, tweetende politici mogen zich onthouden.

Er werden recent boeken samengesteld over Vlaanderen in de wereldgeschiedenis en over gewone vrouwen in onze middeleeuwse gewesten. En uit de discussies over het Africamuseum bleek dat ons niet zo glorieus koloniaal verleden veel stof tot kritische reflectie biedt. Waarom dan niet eens nadenken over wat een 'nationaal' of plaatselijk perspectief nog zou kunnen betekenen in deze mondiale samenleving? Zoals trage historische processen fundamenteler zijn dan eenmalige gebeurtenissen is de discussie over de canon veel relevanter dan het eventuele eindresultaat van zo'n oefening.