Elke dag verschijnen er nieuwe cijfers over de economische gevolgen van de coronacrisis. Is het niet wat vroeg om de schade op te meten?
...

Elke dag verschijnen er nieuwe cijfers over de economische gevolgen van de coronacrisis. Is het niet wat vroeg om de schade op te meten? Gert Peersman: De cijfers die vandaag worden geciteerd zijn onbetrouwbaar. Ze worden meestal uitgebracht door banken en werkgeversorganisaties, omdat ze in het debat aanwezig willen zijn of omdat ze erom worden gevraagd. Ik kan daar zelf totaal geen cijfers op plakken, aangezien alle parameters nog onzeker zijn. Hoe zal het virus zich verder ontwikkelen? Komt er een tweede piek? Wat gaan mensen doen met het geld dat ze niet uitgeven in restaurants en winkels? Vermenigvuldig alle onzekerheden met elkaar, en we kunnen voorlopig overal uitkomen. Ik vraag daarom ook meer duidelijkheid van de virologen. Veel mensen gaan ervan uit dat het leven zich na vijf april weer op gang zal trekken, terwijl iedereen die nauwkeuriger naar de virologen luistert, weet dat het waarschijnlijk veel langer zal duren. Marc Van Ranst roept mensen nu al op om in de zomer niet op reis te gaan. Peersman: Inderdaad. Maar zitten we dan nog steeds in lockdown, of kunnen we alweer op restaurant? Ik heb het idee van wel, maar ik weet het niet. Door zulke onzekerheden kan de economische schade hoger oplopen dan nodig is. Mensen die niet weten waar ze aan toe zijn, stellen aankopen uit en potten hun geld op. De virologen weten natuurlijk zelf nog niet goed waar ze aan toe zijn met het coronavirus. Peersman: Hoe transparanter ze zijn, hoe beter. Ze moeten ons alle mogelijke scenario's voorleggen, met de verschillende parameters. Politici kunnen ook onzekerheden wegnemen. In Italië zegt de overheid tegen de bevolking: niemand zal hier werkloos door worden, en geen enkel bedrijf zal door de coronacrisis over de kop gaan. Ik zou dat onze Belgische politici ook graag horen zeggen, en het liefst eigenlijk alle Europese politici samen. Dat zou geloofwaardig zijn en mensen geruststellen. Zoals Mario Draghi in 2011 de banken en de beurzen kon kalmeren door te zeggen dat de Europese Centrale Bank (ECB) alles zou doen wat nodig was om de euro te redden, zo moeten politici vandaag bedrijven en gezinnen vertrouwen geven. Wat vindt u van de maatregelen die de federale en de Vlaamse regering nu nemen om de crisis te bezweren? Peersman: De spirit is goed. Dat is een groot verschil met de bankencrisis, toen alle Europese overheden veel te traag reageerden. Ik heb ook nog geen enkele econoom horen roepen dat we voorzichtig moeten zijn om hyperinflatie te vermijden. Dat is ook al een verbetering. Het is goed dat bedrijven betalingen en facturen kunnen uitstellen, en dat ze kredieten krijgen om deze periode te overbruggen. Dat mag van mij allemaal zelfs nog wel wat verder gaan. De overheid moet vandaag schulden maken en geld uitgeven, zodat de economie niet helemaal stilvalt. Waaraan moet ze dat geld uitgeven? Peersman: Ze moet nu de mensen helpen die het zwaarst getroffen zijn door de crisis. In de Verenigde Staten wil men iedereen een cheque van duizend dollar sturen: dat is een slecht idee. Het is zinniger om iedereen die zijn werk verliest een cheque van tweeduizend dollar te sturen. Zij hebben dat geld het meest nodig. Ook mensen die tijdelijk werkloos worden, mogen van mij meer krijgen dan vandaag al is beslist. Heeft het wel zin om mensen nu te stimuleren meer geld uit te geven? Veel sectoren zoals de horeca liggen stil, dus daar kan niets gespendeerd worden. Peersman: Timing is belangrijk, ja. De inkomsten die ze in de horeca mislopen, zijn ze voor altijd kwijt. Maar we moeten ervoor zorgen dat vervolgens ook niet de rest van de economie in de klappen deelt. Als mensen die in cafés of restaurants werkten vandaag ook zelf minder beginnen uit te geven, slaat de brand pas echt over. Dat vermijden we door het inkomensverlies zo veel mogelijk te beperken. Hoe groot is het gevaar dat deze crisis overslaat op de banken, en dus een nieuwe bankencrisis wordt? Peersman: Die kans is niet onbestaande. De banken staan er wel veel beter voor dan in 2008, toen een vastgoedcrisis heel snel een financiële crisis werd. Ze hebben sindsdien een buffer moeten opbouwen en kunnen nu wel tegen een stootje. De regering sloot dit weekend met de banken een akkoord om een deel van de risico's van kredietleningen over te nemen. Is dat een goed plan? Peersman: Ik kan me niet uitspreken over de exacte verhoudingen, maar het principe is goed: de eerste risico's nemen de banken, de overheid springt daarna bij. De ECB geeft nu ook leningen aan banken met een rente van -0,75 procent, en subsidieert hen dus op voorwaarde dat zij op hun beurt met dat geld leningen geven aan kmo's. Nu moeten de banken de buffers gebruiken die ze de voorbije tien jaar hebben opgebouwd. Econoom Paul De Grauwe pleitte er in De Tijd voor dat de ECB overheden rechtstreeks zou financieren, zodat ze niet achterblijven met grote schulden. Een goed idee? Peersman: Ik denk dat de ECB beter via de bestaande kanalen werkt. Er is niet zo heel veel verschil tussen die voorstellen en het opkopen van staatsobligaties, wat de ECB nu alweer massaal doet. Dat houdt de rente waaraan overheden kunnen lenen laag, en de winsten op die obligaties stort de ECB in de staatskas waardoor de overheidsschuld evengoed daalt. Minister van Werk Nathalie Muylle (CD&V) schat dat ongeveer een miljoen mensen tijdelijk werkloos zullen raken. Na de bankencrisis waren dat er slechts honderdduizend.Peersman: Vandaag zitten we in een totaal andere situatie. De bankencrisis was een interne schok, die de organen van onze economie aantastte. De coronacrisis is een externe shock, en we moeten er juist voor zorgen dat onze organen gespaard blijven. Dat miljoen werklozen zijn er heel veel, maar het zou best kunnen dat de meeste na de zomer alweer aan de slag zijn. Hoe langer deze crisis duurt, hoe groter de kans natuurlijk dat ze de economie echt aantast. In het allerbeste geval valt er in de begroting van volgend jaar niets meer te merken van de coronacrisis en is enkel de staatsschuld toegenomen met misschien tien procent. Is dat heel erg? Peersman: Als het maar tien procent is, zullen we tevreden mogen zijn. Door de lage rente kan die overheidsschuld geen kwaad, maar we zullen daardoor ook minder ruimte hebben om de vergrijzing aan te pakken. Dus het was wel beter geweest indien we in de goede jaren meer schulden hadden afbetaald. U bent ook wel iets te optimistisch: het virus is misschien volgend jaar verdwenen, maar mensen zullen nog altijd door hun inkomensverlies de reflex hebben om meer te sparen. De overheid zal dus ook volgend jaar meer moeten uitgeven, en we mogen niet opnieuw de fout maken om veel te snel de begroting op orde te willen krijgen. Die besparingen hebben er vorige keer voor gezorgd dat de crisis in Europa veel langer heeft geduurd dan nodig was.